Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nieuw besluit internationale aspecten van pensioenen

28 oktober 2015

Op 27 oktober publiceerde de staatssecretaris van Financiën een aangepast besluit over internationale aspecten van pensioenen. Dit besluit gaat onder meer in op de pensioenopbouw van buitenlandse werknemers die in Nederland gaan werken en van Nederlandse expats die in het buitenland gaan werken. Nieuw is de aanwijzing van buitenlandse eigenbeheerlichamen als toegelaten pensioen- en stamrechtverzekeraar. 

 

Actualisering van besluit uit 2008

Het nieuwe besluit is een actualisering van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M (Stcrt. 2008, 27). Het besluit bevat nieuwe standpunten en nieuwe voorwaarden over onder andere:

  • de mogelijkheid om naast de buitenlandse regeling deel te nemen in een aanvullende Nederlandse pensioenregeling;
  • voorzetting van de bestaande deelneming in een buitenlandse pensioenregeling op grond van belastingverdragen;
  • toepassing van de saldomethode na een waardeoverdracht vanuit het buitenland;
  • (gedeeltelijke) afkoop van een buitenlandse pensioenregeling voor zover het afgekochte deel niet ten laste van het Nederlandse inkomen is opgebouwd;
  • onderbrengen van pensioenen en stamrechten in buitenlands eigen beheer.

 

Hieronder bespreek ik een aantal van deze nieuwe standpunten. 

Voortzetting buitenlandse pensioenregeling bij inkomende werknemers

Inkomende werknemers (werknemers die vanuit het buitenland in Nederland komen werken) die deelnemen aan een buitenlandse pensioenregeling kunnen tijdelijk werknemer worden in de zin van de Wet op de Loonbelasting (Wet LB). Zij willen vaak de buitenlandse pensioenregeling voortzetten in de periode dat ze in Nederland belastingplichtig zijn. Een buitenlandse pensioenregeling voldoet in het algemeen niet aan de bepalingen van de Wet LB. De regeling moet dan worden aangewezen (ofwel: fiscaal erkend). Daarbij is van belang of de werknemer uit een andere EU-lidstaat* komt.

Wanneer een werknemer uit een andere EU-lidstaat komt, leidt de fiscale erkenning ertoe dat Nederland fiscale faciliteiten geeft naar de normen van de uitzendstaat. Dat betekent een fiscale erkenning door Nederland van alle regelingen voor aanvullend pensioen in de EU in geval van een tijdelijke (maximaal 5 jaar) tewerkstelling in Nederland. Deze fiscale erkenning houdt in dat Nederland vrijstelling van pensioenaanspraken en aftrek van pensioenpremies verleent in dezelfde mate en tot hetzelfde bedrag als de fiscale wetgeving in de uitzendstaat voorschrijft. Dat kan ruimer zijn dan de Nederlandse bepalingen. 

Wanneer een werknemer buiten de EU komt, geldt als maximum de grenzen van de Nederlandse Wet LB.

In het oude besluit stond dat de aanwijzing niet geldt als de werknemer deelneemt aan een Nederlandse pensioenregeling. Deze bepaling vervalt in het nieuwe besluit. Een buitenlandse werknemer kan dus zowel blijven deelnemen aan zijn buitenlandse pensioenregeling en deelnemen aan de Nederlandse pensioenregeling. De staatssecretaris stelt hierbij de voorwaarde dat de aanspraken uit de beide pensioentoezeggingen tezamen binnen de grenzen blijven van de Wet LB.

Waardeoverdracht naar een buitenlandse pensioenregeling 

Het besluit stelt voorwaarden aan waardeoverdrachten aan een buitenlandse, fiscaal niet-aangewezen pensioenuitvoerder. Alleen dan blijft loonheffing bij die waardeoverdracht achterwege. Een belangrijke voorwaarde is dat de werknemer een substantiële dienstbetrekking buiten Nederland of bij een internationale organisatie in Nederland heeft aanvaard. 

Nieuw in het besluit is het toestaan van een gedeeltelijke afkoop na zo’n internationale waardeoverdracht. Wanneer de werknemer na een waardeoverdracht het pensioen afkoopt, vordert de Belastingdienst normaliter de aan de werknemer opgelegde conserverende aanslag in. Dat gebeurt niet als de werknemer het buitenlandse deel van de pensioenregeling afkoopt. Voorwaarde is dat de buitenlandse pensioenregeling voorziet in die afkoopmogelijkheid en die afkoopmogelijkheid gebruikelijk is. Het buitenlandse deel van de pensioenregeling is het deel van het pensioenkapitaal dat niet ziet op het vanuit Nederland overgedragen pensioenkapitaal en het daarop behaalde rendement.

Onderbrengen van pensioenen en stamrechten in buitenlands eigen beheer

Directeuren-grootaandeelhouders kunnen hun pensioen onderbrengen in een eigenbeheerlichaam, bijvoorbeeld een pensioen-BV. Ook stamrechten die vallen onder de stamrechtvrijstelling voor ontslagvergoedingen kunnen in een dergelijk lichaam ondergebracht zijn. Volgens het nieuwe besluit kan de Belastingdienst een eigenbeheerlichaam dat is gevestigd in een andere EU-lidstaat aanwijzen als een toegelaten pensioen- en/of stamrechtverzekeraar in de zin van de Wet LB. Dit is nieuw. De belangrijkste voorwaarden daarvoor zijn dat dit buitenlandse eigenbeheerlichaam voldoet aan inlichtingenverplichtingen en aansprakelijkheid op zich neemt van mogelijke fiscale claims. 

Conclusie

Het nieuwe besluit gooit het oude besluit uit 2008 niet overhoop. De hoofdlijnen van het oude besluit staan nog allemaal overeind. Op een aantal punten versoepelt de staatssecretaris de voorwaarden en komt daarmee tegemoet aan enkele probleempunten waar de praktijk tegenaan liep. En dat is natuurlijk toe te juichen. 

 

* Het besluit spreekt over EU-lidstaten en EER-landen. Bij de Europese Economische Ruimte (EER) horen 31 landen. Dit zijn alle landen van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Waar verderop in het nieuwsbericht EU staat, bedoel ik ook de EER. 

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Besluit Internationale aspecten pensioenen, DGB2015/7010, 9 oktober 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 oktober 2015