Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Nieuw verzamelbesluit pensioen

15 december 2017

De staatssecretaris van Financiën heeft een nieuw verzamelbesluit pensioen uitgebracht. Het nieuwe besluit is aangepast aan de Wet uitfasering PEB en overige pensioenmaatregelen. Wij zetten voor u de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het vorige besluit op een rij.

Vervallen in verband met overige pensioenmaatregelen

Tot 1 januari 2017 mocht een pensioen niet uitkomen boven 100% van het loon. Deze bepaling is met ingang van die datum vervallen in verband met de Wet uitfasering PEB en overige pensioenmaatregelen. Met betrekking tot het pensioengevend loon zijn daarom de volgende onderdelen van het vorige verzamelbesluit vervallen:

  • Onderdeel 3.3: 100%-toets in geval van niet-regelmatig genoten loon;
  • Onderdeel 3.5: 100%-toets bij vermindering van de omvang van het dienstverband.

Ook onderdeel 7 over uitstel van de pensioendatum is vervallen.

Uitfasering PEB

PEB echtgenoot DGA

Tot 1 januari 1995 was het juridisch en fiscaal toegestaan het pensioen van de echtgenoot van de DGA, ook als de echtgenoot niet zelf ook DGA was, in eigen beheer te houden. Volgens het overgangsrecht van de Wet uitfasering PEB kunnen deze pensioenen niet worden afgekocht of omgezet in een ODV. De staatssecretaris keurt goed dat deze pensioenen op dezelfde wijze kunnen worden prijsgegeven, afgekocht of omgezet in een ODV als andere pensioenen die in eigen beheer worden gehouden.

Omzetting ODV in lijfrente

Volgens de Wet uitfasering PEB kan een BV de ODV waarvan de uitkeringen al zijn ingegaan niet meer omzetten in een lijfrente op naam van de DGA. De staatssecretaris vindt dat dit ook moet kunnen nadat de uitkeringen al zijn ingegaan. Hij stelt hieraan de voorwaarden dat de BV de volledige ODV omzet in een lijfrente en de DGA voorafgaande aan omzetting een verzoek indient bij de Inspecteur.

Als de BV onvoldoende middelen heeft om de volledige ODV af te storten als lijfrente (onderdekking) gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

  • De onderdekking is ontstaan door economische factoren en niet door winstuitkeringen of afwaardering van vorderingen op de DGA of aanverwante personen;
  • De BV wendt alle middelen aan voor aankoop van de lijfrente;
  • De BV wordt direct na het tot stand komen van de lijfrente geliquideerd.

Prijsgeven bij onderdekking

De staatssecretaris keurt goed dat premievrij aangehouden PEB en aanspraken uit een ODV bij onderdekking kunnen worden prijsgegeven zonder loonheffing bij de DGA. Dat kan volgens een besluit uit 2013 alleen als de dekkingsgraad 75% of lager is.

Middelloonfranchise voor combiregelingen 

Vanaf 1 januari 2015 is de minimale franchise voor een eindloonregeling hoger dan die van een middelloon- en premieregeling. In een combiregeling wordt het ouderdomspensioen opgebouwd volgens een premieregeling en het risico partnerpensioen en wezenpensioen op basis van een eindloonregeling. Volgens de Wet op de loonbelasting moeten partijen bij de bepaling van de aanspraken tenminste rekening houden met de franchise die hoort bij de pensioensoort. Dat leidde in de praktijk tot uitvoeringsproblemen. Vandaar dat de staatssecretaris tijdelijk goedkeurde (tot 1 januari 2018) dat voor het risico partnerpensioen op basis van een eindloonregeling in een combiregeling de middelloonfranchise kan worden toegepast. Deze aanwijzing wordt bij dit besluit permanent. Aan deze goedkeuring verbindt de staatssecretaris de volgende voorwaarden:

  • De pensioengrondslag wordt afgeleid van het huidige loon en niet het bereikbare loon;
  • De regeling voldoet voor het overige aan het fiscale kader van de Wet op de loonbelasting;
  • Bij de bepaling van de hoogte van de aanspraken op partnerpensioen moet voor de hele diensttijd worden uitgegaan van het huidige fiscale kader.

Commentaar

Voor de praktijk is een dergelijk verzamelbesluit van wezenlijk belang. Het bevat de meeste beleidsbesluiten op gebied van de fiscaliteit van pensioen. Het premiestaffelbesluit is een apart besluit. Dat besluit is eveneens geactualiseerd en bespreken we in een ander nieuwsbericht.

De 100%-grens toets is vervallen. Maar dat geldt niet voor de toets bij beschikbare premieregelingen die uitgaan van de 3% staffel of de kostprijsstaffel; respectievelijk bijlage IV en V van het staffelbesluit. Bij deze regelingen moet bij bepaalde events nog steeds getoetst worden of het pensioen niet te hoog is.

Ook de doorwerkeis bij uitstel van ouderdomspensioen is vervallen. Maar niet voor vroeg- en prepensioen. Bij uitstel van een dergelijk pensioen geldt nog steeds dat uitstel slechts mogelijk is voor zover het inkomen afneemt. 

Bij combiregelingen kunnen partijen ook uitgaan van de middelloonfranchise voor het risicopartnerpensioen dat bepaald wordt op eindloonbasis. Eén van de voorwaarden die de staatssecretaris daaraan verbindt is dat bij de bepaling van de omvang van het partnerpensioen geen knip mag zijn toegepast. Het is dus: of de knip met tenminste de (hogere) eindloonfranchise voor het partnerpensioen of geen knip en voor de hele regeling tenminste de lagere middelloonfranchise. Bij toepassing van middelloonfranchise op de combiregeling moeten partijen elk jaar het risico partnerpensioen berekenen aan de hand van het dan geldende salaris, de diensttijd en het huidige fiscale kader. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Verzamelbesluit pensioen, 24 november 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 december 2017