Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Nieuwe goedkeuringen voor afkoop lijfrente en alimentatie

Nieuwe goedkeuringen voor afkoop lijfrente en alimentatie

21 september 2020

De staatssecretaris van Financiën wijzigt het verzamelbesluit lijfrenten van 16 mei 2019. Nieuw is dat bij afkoop van lijfrente bij langdurige arbeidsongeschiktheid alleen revisierente verschuldigd is over het deel boven het maximumbedrag. En ook de goedkeuring voor de afkoop van een alimentatieverplichting in de vorm van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht is nieuw. Met deze goedkeuringen loopt hij vooruit op wetswijzigingen.

Wijziging verzamelbesluit lijfrenten van 16 mei 2019

In het verzamelbesluit van 16 mei 2019 (nr. 2019-115021; Staatscourant 2019, 30558) staan beleidsbesluiten over de lijfrenteverzekering, de lijfrenteberekening, het lijfrentebeleggingsrecht, de aftrek van premies voor lijfrenteverzekeringen en de aftrek van de inleg voor deze lijfrenten als uitgaven voor inkomensvoorzieningen onder de Wet IB 2001. Maar ook over lijfrenten en andere rechten op periodieke uitkeringen die zijn gesloten vóór 2001.

In aanvulling en vooruitlopend op een wetswijziging keurt de Staatssecretaris goed dat bij afkoop van lijfrente bij langdurige arbeidsongeschiktheid alleen revisierente verschuldigd is over het deel boven het maximumbedrag. Daarnaast keurt hij goed dat afkoop van een alimentatieverplichting voor de inkomstenbelasting ook wordt aangemerkt als een onderhoudsverplichting wanneer deze wordt betaald in de vorm van het overmaken van een bedrag naar een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht. De goedkeuringen gelden onder voorwaarden.

Met deze goedkeuring loopt de Staatssecretaris vooruit op een mogelijke wetswijziging. Hij maakt wel het voorbehoud dat wanneer het parlement niet akkoord gaat met een desbetreffende wetswijziging, deze goedkeuring weer komt te vervallen.

Goedkeuring afkoop lijfrente in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid

Volgens de Wet IB is er bij afkoop van een lijfrente in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid geen revisierente verschuldigd wanneer het afkoopbedrag lager is dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in art. 3.133 lid 9 onderdeel c Wet IB 2001 (€ 41.791 voor het jaar 2020). Bij een hoger afkoopbedrag dan het maximumbedrag moet de belastingplichtige naast de inkomstenbelasting ook nog revisierente betalen over het volledige afkoopbedrag. Dat vindt de Staatssecretaris ongewenst. De belastingplichtige kan door zijn arbeidsongeschiktheid immers te maken krijgen met een achteruitgang van zijn inkomsten. Om toch inkomsten te hebben, kan hij hiervoor (een deel van) zijn lijfrente voortijdig afkopen. Als hij echter een hoger bedrag dan het wettelijk maximum afkoopt, heeft dit een averechts effect. Naast inkomstenbelasting is hij in dat geval revisierente verschuldigd over het gehele afkoopbedrag.

De Staatssecretaris keurt met ingang van 17 september 2020 goed dat er alleen revisierente verschuldigd is bij afkoop van een lijfrente in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid over het deel van het afkoopbedrag dat hoger is dan het wettelijk toegestane maximum. Dat maximum is genoemd in artikel 3.133 lid 9 onderdeel c Wet IB 2001.

Voor deze goedkeuring geldt als voorwaarde dat voor het afkoopbedrag ter grootte van het maximumbedrag aan de overige eisen van art. 3:133 lid 9 Wet IB 2001 moet zijn voldaan. Zo moet de arbeidsongeschikte onder meer met een recente verklaring van een arts aantonen dat hij door ziekte of gebreken niet in staat is om volledig de werkzaamheden te verrichten waarmee hij voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid het inkomen hoofdzakelijk verdiende. Ook mag hij nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben.

Goedkeuring afkoop alimentatie door aankoop lijfrenterekening of – beleggingsrecht

Een belastingplichtige kan zijn alimentatieverplichting afkopen door met de afkoopsom een lijfrente aan te kopen voor zijn voormalige echtgenoot. De premie voor deze lijfrente behoort onder voorwaarden tot de uitgaven voor een onderhoudsverplichting die fiscaal aftrekbaar zijn als een persoonsgebonden aftrek. Eén van de voorwaarden voor deze fiscale faciliteit is dat de belastingplichtige de lijfrentepremie aan een verzekeringsmaatschappij betaalt. Dit is bepaald in artikel 6.5 Wet IB 2001.

In de uitvoeringspraktijk bestaat de wens om in deze situatie de fiscale faciliteit ook van toepassing te laten zijn als de belastingplichtige de lijfrente in de vorm van een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht bij een bank, een beleggingsonderneming, een beheerder van een beleggingsinstelling of een instelling voor collectieve belegging in effecten afsluit.

De Staatssecretaris keurt onder voorwaarden goed dat de afkoopsom voor een alimentatieverplichting ook als een onderhoudsverplichting kan worden aangemerkt als bedoeld in artikelen 6.5 van de Wet IB 2001 wanneer de belastingplichtige die betaalt in de vorm van het overmaken van een bedrag naar een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht.

Hieraan verbindt de Staatssecretaris de volgende voorwaarden:

  1. De gewezen echtgenoot is (rekening)houder van de lijfrenterekening of van het lijfrentebeleggingsrecht bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, Wet IB 2001;
  2. De termijnen van de lijfrente moeten onmiddellijk na het betalen van de afkoopsom ingaan. De in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, Wet IB 2001 opgenomen uiterste ingangsdatum en de minimale looptijd van de termijnen blijven hierbij buiten beschouwing; en
  3. Bij overlijden van de gewezen echtgenoot gaat het recht op de nog niet gedane uitkeringen over op de erfgenamen van de gewezen echtgenoot (analoog aan het bepaalde in artikel 3.126a, zesde lid, Wet IB 2001).

 

Deze goedkeuring werkt terug tot en met 17 mei 2019.

Commentaar

Een prima zaak dat de Staatssecretaris deze punten aanpast en daarmee tekortkomingen in de wet corrigeert.

Wel vreemd is dat dat afkoop alimentatie door aankoop lijfrenterekening of – beleggingsrecht in het besluit van 16 mei 2019 nog niet werd aangemerkt als een onderhoudsverplichting, terwijl dit wel het geval is bij afkoop alimentatie door aankoop lijfrenverzekering.

In datzelfde besluit werd wel de geruisloze verdeling van lijfrenten – conform verevening van pensioen -geregeld voor het geval er geen gemeenschap van goederen bestaat. Niet werd geregeld dat ook afkoop alimentatie door aankoop van een lijfrenterekening of – beleggingsrecht als onderhoudsverplichting werd aangemerkt. Dat lost de Staatssecretaris met deze wijziging op.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Staatscourant 16-09-2020, nr. 2020, 47727

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 september 2020