Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Nog steeds gehuwd doordat scheiding niet in register staat, leidt bij samenwoning tot gehuwden-AOW

Nog steeds gehuwd doordat scheiding niet in register staat, leidt bij samenwoning tot gehuwden-AOW

7 september 2020

X en Y sinds 1961 getrouwd, ontvangen vanaf 1996 (X) en 1999 (Y) een AOW-pensioen. Sinds 2002 wonen X en Y niet langer samen en is hun AOW-uitkering verhoogd naar een alleenstaanden AOW. Bij een controle van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bleek dat Y per 1 juli 2018 weer was ingetrokken bij X. Om die reden verlaagt de SVB de AOW-uitkering weer naar een gehuwden-AOW. X en Y zijn het daarmee niet eens. SVB blijft bij het standpunt en de rechtbank geeft SVB gelijk.

Heeft de SVB de AOW-uitkeringen van X en Y terecht verlaagd?

De SVB heeft in twee aparte besluiten aangegeven dat de AOW-uitkeringen van X en Y zijn verlaagd naar een gehuwden-AOW. X en Y zijn het daarmee niet eens en hebben apart bezwaar gemaakt. De SVB heeft de bezwaren van X en Y in twee aparte besluiten ongegrond verklaard. Dat betekent dat de verlaging van het pensioen van X en Y naar de gehuwdennorm in stand blijft. X en Y hebben allebei beroep ingesteld tegen de beslissing van de SVB. Beide beroepen zijn gelijktijdig behandeld bij de rechtbank.

X en Y geven aan dat zij in hun beleving in 2002 zijn gescheiden. Dat hebben ze ook beoogd te bewerkstelligen met de procedure bij de Rechtbank Amsterdam. De echtscheiding is op 28 maart 2007 uitgesproken. Door een administratieve fout is de echtscheiding niet ingeschreven in de huwelijksregisters. X en Y zijn daar pas recent achter gekomen, maar ze leven als ware zij gescheiden. Y is in juli 2018 tijdelijk bij X ingetrokken, omdat haar nieuwe woning nog niet bewoonbaar was en de werkzaamheden enige tijd gingen duren.

Volgens de SVB moeten X en Y worden aangemerkt als gehuwd, omdat zij formeel nog gehuwd zijn en ze sinds 1 juli 2018 (weer) samenwonen. De SVB heeft geen ruimte om daarvan af te wijken of voor X en Y een uitzondering te maken.

Wettelijk nog steeds getrouwd!

De SVB heeft de pensioenen van X en Y terecht verlaagd naar de norm voor gehuwden, aldus de rechtbank. Zij voldoen namelijk aan de voorwaarden hiervoor: zij zijn wettelijk gezien gehuwd en zij wonen sinds 1 juli 2018 samen op hetzelfde adres. Doordat hun echtscheiding niet helemaal is voltooid zijn X en Y nog steeds gehuwd. De echtscheiding is pas voltooid, als deze is ingeschreven. Daar doet niet aan af dat X en Y alles al hadden geregeld en dat het hun bedoeling was om te scheiden. X en Y zijn door de SVB dus terecht aangemerkt als gehuwden.

Voor die beslissing is ook van belang dat eisers per 1 juli 2018 samen op één adres woonden. X en Y erkennen ook dat hiervan sprake is geweest. Dit gegeven is voldoende voor de conclusie van het SVB dat dat vanaf dat moment voor X en Y de gehuwdennorm geldt. De reden waarom Y bij X is ingetrokken, is daarbij niet van belang.

De relevante wet- en regelgeving biedt de SVB geen ruimte om voor de situatie van eisers een uitzondering te maken.

Heeft de SVB eisers voldoende geïnformeerd?

X en Y vinden dat de SVB hen hierover van tevoren had moeten informeren. De rechtbank ziet dat anders. De SVB heeft in de besluiten waarin het pensioen aan X en Y is toegekend, aangegeven dat X en Y wijzigingen in hun woon- en leefsituatie moeten doorgegeven. De strekking en reikwijdte van deze verplichting was in ieder geval bij Y bekend. Zij heeft namelijk op 15 april 2002 gemeld dat zij niet langer met X samenwoonde. Het was haar kennelijk toen dus duidelijk dat dit relevant was voor (de hoogte van) het pensioen. Dat is voor de situatie per 1 juli 2018 niet anders. Als dit voor Y (en voor X) niet duidelijk is geweest, dan hadden ze zelf hierover informatie in moeten winnen bij de SVB.

Commentaar

Over beroepszaken inzake het aanpassen van de hoogte van de AOW-uitkering hebben we al vaker berichten geschreven. Bijvoorbeeld over de man die na zijn pensioen trouwde met een vrouw in Thailand en om die reden een verlaging van zijn ongehuwden AOW-uitkering naar een gehuwden AOW-uitkering kreeg, ook al leefde hij duurzaam gescheiden van zijn echtgenote. Omdat de man zijn echtgenote geld stuurde, was hier sprake van een leven als gehuwden (zie nieuwsbericht van 22 maart 2018). Of de zus die bij haar invalide broer ging wonen om hem te verzorgen, maar dat werd aangemerkt als gezamenlijke huishouding door de opgemaakte samenlevingsovereenkomst en daardoor ontvingen beiden de lagere gehuwden-AOW (zie nieuwsbericht van 20-04-2020). Allebei zaken die voorkomen hadden kunnen worden als de betrokkenen vooraf beter geïnformeerd waren. Ook hier had meer aandacht kunnen worden gegeven aan goede informatieverstrekking. De vermeende ex, die zijn ex-vrouw voor even uit de brand wilde helpen, geen wederzijdse zorgverplichting dachten ze. Ze waren immers gescheiden, maar dat bleek niet het geval. De SVB was gebonden aan wet -en regelgeving en verlaagde de AOW-uitkering, die straks ongetwijfeld weer kan worden verhoogd als Y naar haar eigen woning kan. Van al die zaken zou de SVB een mooie site kunnen maken met informatie en waarschuwingen.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, publicatiedatum 24 augustus 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 september 2020.