Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Nogmaals ODV en overlijden

22 mei 2018

De fiscale consequenties van een oudedagsverplichting (ODV) bij overlijden van de DGA zijn lastig te duiden. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) paste de Handreiking ODV-aanspraken en overlijden voor de tweede keer in enkele maanden aan! In deze Handreiking (versie 8 mei 2018) gaat het CAP in op reactie van de Staatssecretaris van Financiën op Kamervragen en op praktijkvragen.

Belastingheffing ODV bij overlijden

In ons bericht van 12 april 2018 gaven we al aan dat bij overlijden van de DGA de termijnen uit zijn ODV moeten toekomen aan zijn erfgenamen. Dat kan op grond van het wettelijk erfrecht, testament of legaat. De termijnen worden dan belast bij de gerechtigden en er is over de verkrijging dan geen erfbelasting verschuldigd (zuivere ODV).

Als de termijnen niet volledig toekomen aan de erfgenamen is sprake van een onzuivere ODV en is over de waarde van de ODV belasting en 20% revisierente verschuldigd. Ook is de vrijstelling voor de erfbelasting dan niet van toepassing.

Wettelijk en testamentair erfrecht

Het wettelijk erfrecht is van toepassing wanneer er geen testament is gemaakt. Volgens dit recht erft de partner van de DGA alle vermogensbestanddelen, dus ook de termijnen uit de ODV. De uitkeringen uit de ODV moeten dan toekomen aan de langstlevende partner. Als dat niet gebeurt is er sprake van een onzuivere ODV.

Met een testament kan de DGA afwijken van het wettelijk erfrecht. Als hij zijn kinderen ook aanwijst als erfgenamen moeten de ODV-termijnen ook aan hen toekomen. Door middel van een legaat kan de DGA zorgen dat de ODV-termijnen aan één van hen, bijvoorbeeld zijn partner, toekomen. Maar de toedeling via het legaat moet wel aan een erfgenaam. Komt het legaat toe aan een ander dan de erfgenamen dan is sprake van een onzuivere ODV. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer de kinderen volgens het testament de enige erfgenamen zijn en de partner de termijnen uit de ODV gelegateerd krijgt. In dat geval is er sprake van een onzuivere ODV omdat de partner geen erfgenaam is.

Afwijkende verdelingen door de erfgenamen onderling zijn niet toegestaan en leiden daarom tot een onzuivere ODV. Een uitzondering op deze regel is als in het testament een verdelingsbevoegdheid is opgenomen. Uiteraard moeten in dat geval de ODV-uitkeringen wel worden toebedeeld aan een of meer erfgenamen.

Bij een vruchtgebruik testament is het gebruikelijk dat de partner wordt onterft en het vruchtgebruik krijgt in de vorm van een legaat. De partner krijgt dan de ODV-uitkering (= de vrucht) en de kinderen de blote eigendom. In dit geval is de partner geen erfgenaam maar ontvangt deze wel de termijnen van de ODV-aanspraak. Hierdoor wordt de ODV onzuiver.

Commentaar

Bij overlijden van de DGA moeten de ODV-uitkeringen toekomen aan zijn erfgenamen. Als de uitkeringen van de ODV aan anderen toekomen kan dat nadelige fiscale consequenties hebben. Het verdient daarom aanbeveling om in de ODV-overeenkomst de begunstiging van de uitkeringen standaard toe te laten komen aan de erfgenamen. Als de DGA hiervan wil afwijken moet een goede aansluiting plaatsvinden met het wettelijk erfrecht of testament. De hulp van een notaris is dan in veel gevallen onontbeerlijk.

Volgens de interpretatie van het CAP is bij een vruchtgebruik testament, bij overlijden van de DGA, sprake van een onzuivere ODV. Een DGA met een ODV en een dergelijk testament moet, om nadelige consequenties bij overlijden te voorkomen, zijn testament aanpassen. Dat is wel erg ingrijpend.

De begunstiging bij overlijden van de ODV-uitkeringen moet nauw aansluiten bij het wettelijk erfrecht of testament. Dat kan in de praktijk leiden tot complexe situaties waarbij of de begunstiging dan wel het testament moet worden aangepast. Dat laatste is het geval Bij een vruchtgebruik testament. Was het niet simpeler geweest om – ten minste voor de opbouw - net als bij bancaire ontslagstamrechten te werken met een kring van gerechtigden, conform artikel 11, eerste lid onderdeel g 1e (oud) Wet op de loonbelasting 1964? Dan hadden na de partner en de kinderen van de DGA de erfgenamen nog altijd als slotbegunstiging kunnen worden opgenomen. Bij verkrijging door de erfgenamen is dan de waarde van de ODV direct belast; een en ander conform artikel 11a, vijfde lid (oud) Wet op de loonbelasting 1964.

De implementatie van de keuze die de DGA maakt in het kader van de uitfasering pensioen in eigen beheer is lastig. Vandaar dat Aegon Adfis eind juni hierover een training organiseert. In die training staan we met name stil bij de uitvoeringsaspecten van de verschillende keuzes. Het is ook mogelijk voor of tijdens de training praktijkvragen in te brengen.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Handreiking oudedagsverplichting en vererving van de termijnen (Versie 8 mei 2018)

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 mei 2018