Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

OBR of OSE vervangt pensioen in eigen beheer

2 juli 2015

Op 1 juli stuurde Staatssecretaris Wiebes zijn oplossingsrichtingen voor pensioen in eigen beheer aan de Tweede Kamer. Volgens Wiebes kan pensioen in eigen beheer het beste vervangen worden door een Oudedagsbestemmingsreserve (OBR) of Oudedagssparen in eigen beheer  (OSE). 

Uitganspunten

In de brief van 2 juni 2014 formuleerde Wiebes de uitgangspunten voor de oplossing van de knelpunten van eigen beheer (zie ook ons bericht van 5 juni 2014) Deze uitgangpunten hanteert Wiebes ook in zijn brief van 1 juli. Die uitgangspunten zijn:

  • wet- en regelgeving en de uitvoering daarvan moeten structureel eenvoudiger en begrijpelijker worden; 
  • de middelen moeten beschikbaar blijven voor de onderneming van de BV;
  • er moeten voorzieningen kunnen worden getroffen voor de nabestaanden van de DGA en
  • de aanpassing moet voor de overheid budgettair haalbaar zijn.

 

Een pensioen in de vorm van een beschikbare premieregeling in eigen beheer voldoet niet aan deze uitgangspunten. Dit kan volgens Wiebes alleen maar als de BV de premies separaat belegt. In dat geval blijven de middelen niet beschikbaar voor de onderneming van de BV. 

Daarom voelt Wiebes  meer voor de varianten van de OBR en OSE.

Oplossingen

De oplossingsvarianten lijken veel op elkaar. Zowel bij de OBR als de OSE mag de DGA jaarlijks kiezen om hieraan deel te nemen. Ook heeft hij de keuze om in plaats van deze voorziening een pensioen te verzekeren. In onderstaand schema leest u de belangrijkste kenmerken:

  Oudedagsbestemmingsreserve Oudedagssparen in de BV
Karakter Geen juridische afdwingbaar recht van de DGA  in opbouwfase; wel in afbouwfase Juridisch afdwingbaar recht van de DGA zowel in opbouw- als afbouwfase
Grondslag Loon DGA tot maximaal € 100.000 minus AOW-franchise Loon DGA tot maximaal € 100.000 minus AOW-franchise
Dotatie Vast percentage;  geen inhaal mogelijk Vast percentage of percentage o.b.v. staffel; geen inhaal mogelijk
Waardering Geen oprenting in opbouwfase; wel in afbouwfase In opbouw- en afbouwfase oprenten met U-rendement
Dividend OBR is in opbouwfase eigen vermogen dus ruimte voor uitkering dividend OSE is een verplichting waarmee bij dividendcheck rekening moet worden gehouden
Internationaal Geen conserverende aanslag Wel conserverende aanslag
Aanwending Op AOW-leeftijd verplichte aanwending voor lijfrente Op OAW-leeftijd verplichte aanwending voor lijfrente
Uitvoerder lijfrente Verzekeraar, bank of eigen BV Verzekeraar, bank of eigen BV
Scheiding WVPS is niet van toepassing WVPS is niet van toepassing
Niet-reguliere afwikkeling Saldo als loon belast bij DGA + revisierente Saldo als loon belast bij DGA + revisierente

 

Als de BV van de DGA – een andere BV is niet mogelijk – de lijfrente uitvoert, kan ze deze lineair in 20 jaar uitkeren. De jaarlijkse uitkering is gelijk aan het opgerente saldo van OBR of OSE gedeeld door de resterende duur van de uitkering.

Zowel bij de OBR als bij de OSE verminderen de rechten van de partner ten opzichte van pensioen. Immers de Wet verevening pensioen bij scheiding (WVPS) geldt niet meer voor deze voorzieningen. Onduidelijk is in hoeverre de partner rechten kan doen gelden op het spaarsaldo van de OSE dan wel de uitkeringen in beide regelingen. Wiebes oppert de mogelijkheid de OSE ook op te nemen in de WVPS. Daarnaast is het nog steeds mogelijk dat de BV een partnerpensioen toekent. De premie hiervoor komt in mindering op de dotatie van OBR/ OSE.

Eerder gaf de Staatssecretaris aan dat hij streeft naar een ingangsdatum per 1 januari 2016. Maar hij heeft er geen probleem mee als in het kader van zorgvuldigheid deze datum wordt verschoven.  Over de inhoud van de oplossingsvarianten en de invoeringstermijn gaat de Staatssecretaris eerst in debat met de Tweede Kamer.  Pas daarna volgt eventueel een wetsvoorstel. 

Overgangsrecht 

BV ’s kunnen hun bestaande pensioenvoorziening in eigen beheer  zonder heffing van loon- en/of vennootschapsbelasting omzetten in een OBR ofOSE. Het saldo van de OBR enOSE is bij omzetting gelijk aan de fiscale waarde van de pensioenverplichting. In feite betekent dit dat de pensioenaanspraken worden afgestempeld tot de fiscale waarde. Dit vereist instemming van de DGA en zijn partner. 

Het is ook mogelijk de bestaande aanspraken in eigen beheer te handhaven. Deze worden dan bevroren. Dit betekent wel dat de deze in de toekomst steeds actuarieel moeten worden gewaardeerd. Hiervoor blijft het verschil tussen fiscale en commerciële waardering bestaan. 

Commentaar

De variant van de OBR is lastig. In de opbouwfase rust er geen verplichting op deze reserve. Maar de BV moet de reserve te zijner tijd wel  aanwenden voor een lijfrente. In welke hoedanigheid krijgt de DGA  deze lijfrente dan? Is dit loon dat is vrijgesteld? Of krijgt hij dit als aandeelhouder in de vorm van een vrijgesteld dividend? 

En hoe moeten we de aanwendingsverplichting van de BV bedrijfseconomisch duiden? Is  dit een latente verplichting van de BV die commercieel toch moet worden gewaardeerd? Zo ja op welke waarde? En zo ja, moet deze latente verplichting dan niet worden meegenomen bij de dividendcheck? 

Net als de Staatssecretaris vinden wij  de oplossing van de OSE een beter alternatief.  Juridisch is er dan in de opbouwfase sprake van een aanspraak voor de DGA en een verplichting voor de BV. De waardering is fiscaal en commercieel gelijk omdat het saldo van de verplichting wordt opgerent met het U-rendement. 

De Staatssecretaris geeft aan dat hij niet kiest voor de oplossing in de vorm van een beschikbare premie in eigen beheer. Maar als je de oplossing van de  OSE goed beschouwd lijkt die in wezen veel op een beschikbare premie in eigen beheer. Zeker als partijen overeenkomen om de premie-inleg op te renten met het U-rendement. Verschil tussen de OSE en de beschikbare premie ontstaat wel bij conversie van de reserve in een uitkering. Maar dat zou kunnen worden opgelost door het aan te kopen pensioen in eigen beheer ook lineair in 20 jaar te laten uitbetalen. Voordeel van de beschikbare premievariant is dat deze reeds is opgenomen in de WVPS.

De afschaffing van eigen beheer en eventuele omzetting in OBR of OSE vergt een gedegen advies aan de DGA. Daarbij moet de positie van de partner ook worden betrokken. Immers de financiële consequenties voor de partner, met name bij scheiding, kunnen enorm zijn.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief met bijlage van Staatssecretaris Wiebes aan de Tweede Kamer, d.d. 1 juli 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 juli 2015