Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Onduidelijke informatie pensioenpolis leidt tot hoog gegarandeerd rendement.

Onduidelijke informatie pensioenpolis leidt tot hoog gegarandeerd rendement.

3 mei 2021

X heeft een individuele pensioenverzekering met een garantie-clausule. X betaalt een jaarlijkse premie van €2.053. De garantieclausule belooft gedurende de gehele looptijd op elke premievervaldag 3,5% garantierendement. X krijgt geen garantierendement over zijn premieverhoging.

Verhoging premie leidt niet tot verhoging garantie

X sloot een pensioenverzekering op 1 augustus 2002 met als einddatum 1 juni 2036. Als X jaarlijks de minimale premie van € 2.053betaalt, garandeert de verzekeraar een minimum uitkering bij in leven zijn van de X op 1 juni 2036.

De garantie is gelijk aan de waarde van de beleggingseenheden in het Staatsleningen depot BPU op 1 juni 2036 bij een jaarlijkse stijging van de koers met 3,5%. Voorwaarde is dat gedurende de gehele duur van de premiebetaling op elke premievervaldag beleggingen in het Staatsleningen depot BPU (hierna BPU) hebben plaatsgevonden op basis van ‘ten minste € 2.053,52’. In dat geval is er een minimale uitkering gegarandeerd van € 114.943 (hierna de garantie) Als minder dan € 2.053,52 per jaar wordt ingelegd in het BPU, wordt de garantie naar evenredigheid hiermee verlaagd. De garantie vervalt in zijn geheel bij het overslaan van de premie en/of een uitkering/onttrekking ten laste van het BPU, met uitzondering van onttrekkingen voor risico en kosten.

X betaalt elk jaar de minimale premie die in het BPU wordt belegd. In 2014 verhoogt X zijn premie naar bijna € 5.000. De verzekeraar neemt vervolgens dit bedrag over in de clausule als de premie, die ten minste moet worden betaald voor de garantie in BPU. De verzekeraar stelt achteraf dat de verhoging van de minimumpremie een vergissing was en verlaagt de minimumpremie in de clausule weer naar het oorspronkelijke bedrag.

De tussenpersoon van X geeft aan dat de verzekeraar hier een andere voorstelling van zaken geeft dan de tussenpersoon zelf had en vraagt om uitleg. De verzekeraar komt met het volgende bericht:

Garantiebedrag

De garantie in het Staatsleningen Depot is een garantiebedrag dat bij aanvang vastgesteld is op basis van 3,5% rendement. Deze garantie stijgt niet. Het garantiebedrag is gebaseerd op een premiebetaling van € 2.053,52.

Premies

De premie inleg die het bedrag van € 2.053,52 te boven gaat wordt belegd in het Staatsleningen Depot BP op basis van het daadwerkelijke rendement in dit beleggingsfonds. Premie in garantieclausule De premie die genoemd wordt in de garantieclausule hoort vanaf aanvang gelijk te blijven. (…) Door een fout is het premiebedrag in 2014 aangepast. Dit had niet gemoeten. (…)’’

Na bezwaar van de tussenpersoon geeft de verzekeraar nog aan dat bij een verhoging van de premie het niet mogelijk is om de verhoging in een apart beleggingsdepot onder te brengen, maar dat de garantie niet stijgt.

Garantie-clausule duidelijk?

X gaat naar de geschillencommissie Financiële Dienstverlening. De geschillencommissie geeft aan dat de termen “ten minste” en “bij aanvang” onvermeld hadden kunnen blijven wanneer de garantie alleen van toepassing zou zijn op de premie bij aanvang. Juist uit de gebruikte bewoordingen blijkt onomwonden dat bij een hogere premie dezelfde garantie geldt. Het is bij een pensioenverzekering als deze bovendien gebruikelijk dat de premie jaarlijks wordt aangepast aan het salaris conform de pensioentoezegging. De consument had daarom geen enkele reden om te twijfelen aan zijn uitleg dat een garantierendement geldt voor alle ingelegde premies mits deze minimaal € 2.053,52 per jaar is. Ten onrechte verwijt de verzekeraar de adviseur van de consument dat deze onvoldoende/onjuiste informatie heeft gegeven bij aanvang van de verzekering. De verzekeraar heeft de adviseur steeds (mondeling) bevestigd dat de garantieclausule een minimum garantie betrof, geen maximum.

De commissie vindt ook dat  X, op grond van het feit dat de verzekeraar geen apart beleggingsdepot aanhoudt mag verwachten dat de garantie de gehele waarde van de verzekering betreft, inclusief de premieverhogingen Uit de polis en de voorwaarden blijkt weliswaar dat bij een premie inleg van minder dan € 2.053,52 de garantie naar evenredigheid wordt verlaagd, maar niet dat bij een verhoging van het verzekerde pensioen de garantie gelijk blijft.

De commissie beslist dan ook dat de verzekeraar het garantierendement over de reeds opgebouwde waarde en de gestegen premie-inleg moet berekenen.

Commentaar

Deze casus illustreert hoe belangrijk het is om zodanig te communiceren dat wat je als aanbieder bedoelt, ook door consumenten als zodanig wordt begrepen. De verzekeraar in deze casus leek zelf eerst ook niet meer te begrijpen wat hij beoogde met de garantieclausule. Daardoor werd in eerste instantie bij de verhoogde premie een nieuwe minimale premie door de verzekeraar overgenomen. Als de verzekeraar wil dat verhogingen niet leiden tot verhoging van het gegarandeerde kapitaal dan zal de verzekeraar dat ook uitdrukkelijk moeten benoemen. Termen als ‘ten minste’ en ‘bij aanvang’ zetten de consument en in deze casus ook de adviseur op het verkeerde been.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 mei 2021

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Geschillencommissie Financiële Dienstverlening , 3 maart 2021, nr. 2021-0192