Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Onenigheid over OR-kosten deskundige

30 maart 2015

Werknemers van een werkgever hebben de afgelopen 10 tot 15 jaar veel wijzingen in hun pensioenregeling meegemaakt. De ondernemingsraad (OR) schakelt een deskundige in voor advies en bijstand. De ondernemer wijst de vergoeding daarvoor af. Terecht? 

Casus

Werkgever X is onderdeel van een pluimveeconcern. De werknemers zien de afgelopen 10 tot 15 jaar veel wijzigingen in hun pensioenregeling. Dit is ook het gevolg van diverse overnames. Voor de OR is onder andere niet duidelijk waarom bepaalde wijzingen zijn doorgevoerd, waarom het contract met een pensioenfonds is opgezegd en welke nadelige gevolgen dit voor de werknemers kan hebben. De OR schakelt een deskundige in voor advies en bijstand. De OR meldt, op grond van artikel 22 WOR, de kosten hiervan aan X. En vraagt X om de kosten van de ingeschakelde deskundige te betalen. X wijst het verzoek van de OR af.     

Afwijzing verzoek door werkgever

X is van mening dat het verzoek niet voldoet aan artikel 22 WOR. Volgens de WOR komen kosten ten laste van de werkgever, als die kosten redelijkerwijze noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de OR. Volgens X waren de kosten niet gemaakt voor de vervulling van de taak van de OR.  De OR schakelde de deskundige namelijk in voor pensioenaangelegenheden die in het verleden speelden. En niet om een advies te geven over een voorgenomen besluit. 

Daarnaast stelt X dat pensioenaangelegenheden tot het takenpakket van de groepsondernemingsraad (GOR) behoort. De GOR schakelt daarvoor deskundigen in en dient de kosten daarvan in bij X in. Als X ook het verzoek van de OR accepteert, dan leidt dit tot dubbele en onnodige kosten. 

De OR is het niet eens met X en gaat naar de rechter. De OR vindt dat X de kosten moet vergoeden.

Kantonrechter

De kantonrechter wijst het verzoek van de OR af.  

In de eerste plaats omdat het verzoek aan de kantonrechter niet ontvankelijk is. De OR had vooraf de bemiddeling moeten vragen van een Bedrijfscommissie. Nu de OR dat niet heeft gedaan, is haar verzoek niet ontvankelijk. 

Maar ook wanneer het verzoek wel ontvankelijk was geweest, had de kantonrechter het verzoek van de OR afgewezen.

Kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de OR komen volgens de WOR ten laste van de werkgever. Dit zijn ook de kosten voor het raadplegen van deskundigen. Maar volgens  de kantonrechter heeft de OR in deze casus geen te vervullen taak. Onder meer omdat er volgens X helemaal geen voorgenomen besluit ligt over pensioenaangelegenheden. En omdat die behoren tot het takenpakket van de GOR. De werkgever heeft in het verleden over pensioenaangelegenheden overleg met GOR gehad en die besluiten zijn onherroepelijk. 

Commentaar

Op basis van artikel 22 van de WOR komen de kosten van het raadplegen van de deskundige voor rekening van de ondernemer. De OR moet dan wel vooraf de werkgever hebben geïnformeerd over de kosten. Als de werkgever, na uitleg van de OR, het niet nodig vindt om de kosten te betalen, dan kan de ondernemingsraad zich wenden tot de Bedrijfscommissie. 

De bedrijfscommissie is overigens het eerst aangewezen adres als de werkgever en de personeelsvertegenwoordiging het niet eens worden. Opmerkelijk is dat de OR in deze casus het geschil niet eerst heeft voorgelegd aan de bedrijfscommissie. Een goede adviseur had de OR hierop geattendeerd. Conflicten over besluiten waarover de OR advies moet geven hoeft de OR niet eerst voor te leggen aan de bedrijfscommissie. Daarvoor kan de OR direct beroep aantekenen bij de Ondernemingskamer. 

 

Auteur:  Sjoerd Brouwer, adviseur Aegon Adfis, specialist rol OR en pensioen
Bronnen: Rechtbank Overijssel, 4 maart 2015, 3655214 EJ VERZ-14-287

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 maart 2015