Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Ontslagvergoeding uit VS aangemerkt als lijfrente: Nederland mag heffen

28 juni 2016

Meneer X ontvangt een ontslagvergoeding van zijn werkgever uit de VS. Deze vergoeding stort hij in zijn stamrecht-BV. In hoger beroep oordeelt het hof anders dan de rechtbank. Namelijk dat een uitkering uit deze stamrecht-BV gelijk te stellen is met lijfrente en niet met pensioen. De conclusie blijft dat Nederland belasting mag heffen.

Rechtbank: ontslagvergoeding komt overeen met pensioen

X werkt sinds 1997 voor een Amerikaanse werkgever in de VS. Eind 2010 beëindigt de werkgever het dienstverband met X. Hij ontvangt een ontslagvergoeding van € 375.000. De werkgever stort de ontslagvergoeding rechtstreeks en zonder inhoudingen in de Nederlandse stamrecht-BV van X. In september 2011 betaalt deze stamrecht-BV een uitkering aan X en houdt daarbij € 463 aan loonheffingen in. X is van mening dat de ontslagvergoeding moet worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking en dat het heffingsrecht volgens het Belastingverdrag Nederland – VS daarom toekomt aan de VS. De belastinginspecteur is het niet eens met X. Hij vindt dat er sprake is van een met een pensioenuitkering gelijk te stellen uitkering. Volgens het Belastingverdrag komt het heffingsrecht daarom toe aan Nederland. Rechtbank Zeeland - West-Brabant oordeelt dat de ontslagvergoeding kwalificeert als een met een pensioenuitkering gelijk te stellen uitkering die valt onder artikel 19 Belastingverdrag en dat het heffingsrecht daarom toekomt aan Nederland. Zie ook ons nieuwsbericht van 30 december 2014.

Hof: ontslagvergoeding komt overeen met lijfrente

Hof Den Bosch oordeelt anders. Volgens het Hof kwalificeert het stamrecht als een lijfrente. De uitkomst is evenwel gelijk: het heffingsrecht komt toe aan Nederland. Het hoger beroep is ongegrond.

Het hof overweegt: “dat de ontslagvergoeding is aangewend voor het aangaan van verbintenissen (de stamrechtovereenkomst) op grond waarvan periodiek, op vaste tijdstippen, gedurende een voor vaststelling vatbaar tijdvak een vaste som betaalbaar wordt gesteld (de lijfrente-uitkeringen).”
Daarmee voldoet de ontslagvergoeding aan de verdragsrechtelijke definitie van een lijfrente. Het hof vindt hiervoor ondersteuning in de stamrechtovereenkomst. Hierin staat expliciet vermeld dat beoogd wordt een stamrecht in de vorm van een lijfrente te bewerkstelligen. De heffing over de lijfrente komt toe aan de staat waar belanghebbende woont op het genietingsmoment, dus Nederland. Aan toepassing van het arrest van de Hoge Raad van 11 juni 2004 (zie hieronder) komt het hof niet toe.

Commentaar

Het hof merkt de ontslagvergoeding aan als een lijfrente. Artikel 19, lid 5 van het Belastingverdrag verstaat onder 'lijfrente':

  • een vaste som,
  • die periodiek betaalbaar is op vaste tijdstippen, hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, en
  • welke staat tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde.

 

Het hof gaat hierbij voorbij aan de overwegingen van de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de ontslagvergoeding kwalificeert als een pensioenuitkering die valt onder artikel 19, lid 3 van het verdrag. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de bepalingen van het contract en de berekening van de vergoeding valt op te maken dat het bedrag van de ontslagvergoeding in overwegende mate is afgestemd op de pensioendatum van X. En het strekt primair tot voorziening in het levensonderhoud vanaf het ontslag tot aan de aanvang van het pensioen. Volgens de rechtbank is deze zaak sprake van een soortgelijke situatie als die waarop de overweging van de Hoge Raad betrekking heeft.

In ons commentaar op de uitspraak van de rechtbank schreven wij dat gezien het arrest van de Hoge Raad over ontslagvergoedingen in internationaal verband van 11 juni 2004, de conclusie van de rechtbank voor ons niet als een verrassing komt. Het verbaast ons dan ook dat het hof bepaalt dat de ontslagvergoeding gelijk te stellen is met een lijfrente. De Hoge Raad overwoog immers in dat arrest*:
“Indien en voor zover de ontslagvergoeding bestaat uit een bedrag dat is afgestemd op en strekt tot voorziening in het levensonderhoud vanaf het ontslag tot aan de aanvang van het pensioen dan wel tot verbetering van onvoldoende pensioenrechten, is sprake van een beloning soortgelijk aan pensioen als bedoeld in artikel 18 van het Verdrag Nederland-België en artikel 19 van het Verdrag Nederland-Luxemburg en is deze mitsdien toegewezen aan de woonstaat.”
Naar onze mening is dit precies op deze situatie van toepassing.

* Overweging 3.4.5., ECLI:NL:HR:2004:AF7812.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Hof Den Bosch, 1 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1232

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 juni 2016