Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Ontslagvergoedingen over de grens: OESO zet arresten HR aan de kant

11 mei 2015

Vorig jaar wijzigde de OESO haar commentaar op de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen onder toepassing van belastingverdragen. In een besluit van 1 mei geeft de Staatssecretaris van Financiën aan op welke wijze hiermee rekening moet worden gehouden bij de belastingheffing over ontslagvergoedingen in een grensoverschrijdende situaties. Hierbij wordt de jurisprudentie van de Hoge Raad aan de kant gezet.   

Arresten Hoge Raad over ontslagvergoedingen

Op 11 juni 2004 besliste de Hoge Raad in twee zaken¹ over de belastingheffing bij een grensoverschrijdende ontslagvergoeding. De Hoge Raad gaf voor de verdeling een richtlijn: bij een ontslagvergoeding moet de bevoegdheid tot belastingheffing in een grensoverschrijdende situatie worden verdeeld op basis van het arbeidsverleden. Volgens de Hoge Raad moet hierbij de ontslagvergoeding ten laste komen van de werkgever die inwoner is van de betreffende werkstaat. Volgens deze richtlijn is dit de periode van de laatste vier kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin ontslag is verleend en de periode van 1 januari tot aan de datum van het ontslag. Van belang hierbij is dat het OESO-commentaar destijds nog geen passages over ontslagvergoedingen bevatte.

OESO-commentaar over ontslagvergoedingen

Het nieuwe OESO-commentaar op artikel 15 van het OESO-modelverdrag over de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen gaat uit van een andere wijze van verdeling van de heffingsbevoegdheid dan de richtlijn van de Hoge Raad. Volgens de OESO vindt toerekening van een ontslagvergoeding plaats op basis van de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking. Of de beloning ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat is voor de toerekening niet van belang. De toerekening van de ontslagvergoeding aan de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking betekent niet automatisch dat het heffingsrecht over de ontslagvergoeding toekomt aan het land waar de dienstbetrekking feitelijk is uitgeoefend. Daarvoor is doorslaggevend of dat land het heffingsrecht heeft over het reguliere loon.

Voorbeeld:

Een werknemer woont in Nederland en ontvangt van zijn in Nederland gevestigde werkgever een ontslagvergoeding. In de afgelopen periode van 12 maanden werkte hij voor deze werkgever 190 dagen in België, 35 dagen in Duitsland en de overige 15 dagen in Nederland. Alleen voor de werkzaamheden in België heeft hij recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, omdat het heffingsrecht over het loon aan België toekomt. Zijn ontslagvergoeding wordt op grond van het OESO-commentaar geacht betrekking te hebben op de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking. Voor het deel van de ontslagvergoeding dat betrekking heeft op de in België verrichte werkzaamheden, heeft hij recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. In deze situatie is dat 190/240 van de ontslagvergoeding.

Gevolgen nieuwe OESO-commentaar op ontslagvergoedingen

Het OESO-commentaar is voor Nederland van grote betekenis voor de uitleg van belastingverdragen die op het OESO-modelverdrag zijn gebaseerd. Het nieuwe OESO-commentaar op artikel 15 OESO-modelverdrag kent nu een duidelijke richtsnoer voor de heffingstoedeling over ontslagvergoedingen. In het vervolg neemt het kabinet dit OESO-commentaar als uitgangspunt bij de toepassing van de Nederlandse belastingverdragen die op het OESO-modelverdrag zijn gebaseerd. In het licht van de arresten van de Hoge Raad van 11 juni 2004, is het daarom noodzakelijk om vast te stellen vanaf wanneer de in deze arresten geformuleerde richtlijn niet meer van toepassing is maar het nieuwe OESO-commentaar op ontslagvergoedingen. Om gelijke gevallen zoveel mogelijk gelijk te behandelen kan er van worden uitgegaan dat de arresten van de Hoge Raad van 11 juni 2004 van toepassing blijven op ontslagvergoedingen die voor 15 juli 2014 zijn genoten. Voor ontslagvergoedingen die met ingang van 15 juli 2014 zijn genoten geldt het nieuwe OESO-commentaar. Als een belastingplichtige wordt geconfronteerd met een concrete situatie van dubbele belasting over zijn ontslagvergoeding, zal Nederland de dubbele belasting in het kader van een onderlinge overlegprocedure trachten op te lossen volgens de uitgangspunten van het nieuwe OESO-commentaar. Dit geldt ook als de ontslagvergoeding is genoten voor 15 juli 2014.

Commentaar

De Hoge Raad bepaalde via de arresten van 11 juni 2004 hoe de belastingheffing over ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties moest verlopen. Dat duurde tot 15 juli 2014. Op dat moment verscheen het OESO-commentaar op het artikel in het modelverdrag  dat ziet op deze heffing. Wij vinden in Nederland het commentaar van de OESO op belastingverdragen zó belangrijk, dat dit commentaar gaat boven de arresten van de Hoge Raad. Dus met terugwerkende kracht tot 15 juli 2014 is het commentaar van de OESO richtinggevend bij de uitleg van Nederlandse belastingverdragen die gebaseerd zijn op het OESO-modelverdrag. 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Besluit “Belastingverdragen. OESO-commentaar op artikel 15 en 17 OESO-modelverdrag; ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties; publieksgericht optreden”, 23 april 2015, nr. DGB 2015/584M, Staatscourant 1 mei 2015.  

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 mei 2015

 

¹ Nrs. 37 714 (ECLI:NL:HR:2004:AF7812) en 38 112 (ECLI:HR:2004:AF7816).