Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Onzakelijke lening DGA en BV; naheffing

5 maart 2018

Kort na het bedingen van een stamrecht leent een Stamrecht BV de gehele koopsom terug aan de stamrecht gerechtigde. De inspecteur stelt dat het stamrecht is genoten en dat de Stamrecht BV loonheffing had moeten inhouden. De Rechtbank is het met de inspecteur eens.

Stamrecht en lening

De heer D krijgt bij de beëindiging van zijn dienstbetrekking met A BV  in september 2011 een ontslagvergoeding. D richt een Stamrecht BV op en gebruikt de ontslagvergoeding voor een stamrecht bij Stamrecht BV. Het stamrecht omvat een recht op een uitgestelde lijfrente.

In oktober 2011 leent D een bedrag van € 130.000 van Stamrecht B.V.  Op verzoek van de  inspecteur stuurt Stamrecht BV in 2014 een leningsovereenkomst op naar de Belastingdienst. De leningsovereenkomst bevat onder meer de volgend bepalingen:

Onderwerp

Inhoud

Hoofdsom

€ 130.000

Rente

5,3%

Looptijd

13 jaar

Aflossing

€ 1.700 per maand vanaf 1 november 2013

Zekerheden

  • positieve/negatieve hypotheekverklaring voor het woonhuis van D
  • Verpanding effecten en liquide middelen
  • Persoonlijke borg D

 

In 2013 bedroeg de hypothecaire schuld op het woonhuis van D meer dan de WOZ-waarde.                  

D heeft zowel in november 2013 als in december 2013 een maandelijkse aflossingstermijn van € 1.700 en een betaling aan achterstallige rente van € 800 aan Stamrecht BV overgemaakt. 

In 2014 correspondeert de inspecteur regelmatig met Stamrecht BV. Hij wijst erop dat Stamrecht BV aangifte loonheffing moet doen en dat D gebruik kan maken van de 80% regeling. Volgens deze regeling wordt bij uitbetaling van het totale stamrecht in 2014 in een keer, slechts 80% van het bedrag belast. Stamrecht BV heeft geen aangifte loonheffingen ingediend en geen gebruik gemaakt van de 80%-regeling. De inspecteur legt begin 2015 een naheffingsaanslag loonheffing op over 2011. Hij stelt dat het stamrecht in 2011 is afgekocht.

Stamecht BV maakt bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Zij is van mening dat D de ontslagvergoeding heeft omgezet in een stamrecht en dat de lening tussen Stamrecht BV en D zakelijk was.

Onzakelijke lening

De rechtbank stelt vast, dat D op 3 oktober 2011 de ontslagvergoeding conform de wettelijke voorwaarden heeft gebruikt voor de aankoop van een stamrecht bij Stamrecht BV. D heeft voor hetzelfde bedrag als de stamrechtkoopsom een geldleningsovereenkomst met Stamrecht BV gesloten. De rechtbank vindt deze leningsovereenkomst onzakelijk vanwege het feit dat geen reële zekerhedenzijn bedongen. Het pand dat als zekerheid is opgenomen is voor meer dan 100% belast met een recht van hypotheek. Tevens is niet gebleken dat D zijn verplichting tot het vestigen van pandrechten is nagekomen. Ook de persoonlijke borgstelling door D is niet reëel. D heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij in privé over voldoende middelen beschikt om de lening terug te betalen. Na de eerste twee aflossingen heeft D verder geen aflossingen gedaan noch rente  betaald.

Gezien de geringe tijd die is verstreken tussen het ondertekenen van de stamrechtovereenkomst op 26 september 2011 en het overmaken van het volledige stamrechtkapitaal aan D (oktober 2011) op basis van een onzakelijke lening,  heeft de inspecteur terecht geoordeeld dat D de beschikking had over de gelden die bestemd waren voor het stamrecht. De waarde van het stamrecht is inkomen voor D. Stamecht BV had in 2011 loonheffing moeten inhouden. En D is ook nog 20% revisierente verschuldigd over de waarde van het stamrecht.

Commentaar

Wie niet horen wil moet maar voelen!

De inspecteur stelt Stamrecht BV nog in staat om een leningsovereenkomst op te maken. De DGA had toen al onraad kunnen ruiken maar hij  volstond met een leningsovereenkomst waarin onvoldoende zekerheden werden geboden dan wel de in de overeenkomst opgenomen zekerheden niet werden geleverd. Ook de in de leningsovereenkomst opgenomen aflossingsplicht  en rentebetaling kwam de DGA niet na.

De inspecteur bood de DGA nog een escape om in 2014 gebruik te maken van de 80%-regeling. Ook hierop ging de DGA niet in. Ook ging de DGA niet in op het verzoek van de inspecteur om nader overleg over deze kwestie. Het is dan ook niet vreemd dat de inspecteur een naheffingsaanslag oplegde.

Deze uitspraak bevestigt nog eens dat je bij een stamrecht BV  niet zomaar kunt beschikken over de gelden in die BV. De BV en haar DGA moeten zakelijk handelen. Dat houdt in dat bij het aangaan van een lening met de (stamrecht) BV de lening zowel formeel (leningsovereenkomst) als feitelijk zakelijk moet zijn. Dus er moeten feitelijk voldoende zekerheden worden gegeven, een zakelijke rente worden overeengekomen en een redelijke aflossing worden gedaan.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord-Holland, 13 februari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 maart 2018.