Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Ook bij foute info is pensioenreglement leidend

Ook bij foute info is pensioenreglement leidend

17 augustus 2020

Abusievelijk stelt pensioenverzekeraar de heer X opnieuw in de gelegenheid zijn pensioen uit te stellen. Volgens het Kifid is het pensioenreglement leidend en kan hierover geen misverstand bestaan.

Verzekeraar geeft abusievelijk twee keer uitstel

Verzekeraar (V) voert de pensioenregeling uit die de voormalig werkgever van de heer X met X overeenkwam. Op 1 oktober 2013 zou het pensioen van X ingaan. De jaarlijkse uitkering van X zou dan € 11.599 (bruto) zijn. Op verzoek van X wordt het pensioen uitgesteld tot 1 oktober 2014. Uit het nieuwe pensioenoverzicht dat V op 4 oktober 2013 aan X stuurt, staat dat X vanaf 1 oktober 2014 een jaarlijks ouderdomspensioen van € 12.341 bruto krijgt.

X vraagt V vervolgens om een zogeheten "laag-hoog" constructie. V bevestigt dit op 6 augustus 2014 en geeft aan dat de jaarlijkse bruto pensioenuitkering van 1 oktober 2014 tot 1 oktober 2017 € 9.663 is en daarna € 12.884.

Abusievelijk stelde V de heer X vanaf 1 oktober 2017 opnieuw in de gelegenheid om - het deel van zijn pensioen dat ingaat op 1 oktober 2017 (€ 3.221) - uit te stellen. Volgens X ontstond hierdoor bij hem de verwachting dat hij bovenop de jaarlijkse uitkering van € 12.884 nog een aanvullende uitkering tegemoet kon zien ter grootte van € 3.221. Hij stelt dat V onrechtmatig jegens hem  handelde door het verstrekken van onjuiste informatie over zijn pensioen waardoor hij financieel nadeel leed. Hij vordert van V betaling van € 78.300 als te derven/gederfd pensioen over een periode van 30 jaar.

Geschillencommissie: reglement is leidend

Volgens X heeft de informatieverstrekking door V met betrekking tot het restant pensioen van € 3.221 op jaarbasis tot gevolg dat aan hem een toezegging is gedaan van dit bedrag bovenop het op het pensioenoverzicht van 4 oktober 2013 vermelde jaarlijks pensioen van € 12.341 per 1 oktober 2014. V is van mening dat X daaraan ten onrechte de conclusie verbindt dat V gehouden is een uitkering te verstrekken die hoger is dan de oorspronkelijke pensioenaanspraak. Omdat X zijn pensioen per 1 oktober 2013 wenste uit te stellen, kon hij per 1 oktober 2014 aanspraak maken op een jaarlijks pensioen van € 12.341. Vervolgens koos X ervoor om dit pensioen per 1 oktober 2014 te laten ingaan met gebruikmaking van een laag-hoog constructie. Dat resulteerde erin dat X tot 1 oktober 2017 75 % en per 1 oktober 2017 100 % zou ontvangen. V heeft dit met zijn brief van 6 augustus 2014 aan X bevestigd. Uit deze brief blijkt onomwonden op welk pensioen X conform het pensioenreglement vanaf 1 oktober 2017 aanspraak kon maken, te weten een totaalbedrag van uiteindelijk € 12.884 bruto per jaar, aldus V.

De geschillencommissie Financiële Dienstverlening (de Commissie) oordeelt dat de klacht van X ongegrond is en wijst de vordering af. Volgens de Commissie vormt bij de beoordeling van kwesties als deze het pensioenreglement het uitgangspunt. Daarin zijn de afspraken tussen Verzekeraar - als uitvoerder van de pensioenregeling van X - en X vastgelegd. De Commissie verwijst daarbij naar Gerechtshof Den Haag, 29 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:76.

De Commissie is van oordeel dat Verzekeraar weliswaar desgevraagd vanaf 2017 aan X deels onjuiste informatie heeft verstrekt, maar dat X aan de hand van de hem in 2014 verstrekte informatie wist, althans had kunnen weten, op welk jaarlijks pensioen hij op grond van het pensioenreglement in totaal aanspraak kon maken. Dat V nadien ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij een aanvullende uitkering van € 3.221 tegemoet zou kunnen zien, doet daar niet aan af. Het pensioenreglement voorziet niet in een recht op die hogere uitkering en op basis van de in 2014 verstrekte informatie had voor X duidelijk kunnen en moeten zijn op welke pensioenuitkering hij in totaal per jaar recht zou hebben. Dat daarover nadien vanaf 2017 deels onjuiste mededelingen zijn gedaan doet niet alsnog een aanspraak op grond van het pensioenreglement ontstaan.

Ten aanzien van de gestelde schade is de Commissie van mening dat X niet concreet heeft gesteld op welke wijze hij bij zijn financiële planning daadwerkelijk rekening heeft gehouden met een hoger pensioen dan waarop hij conform het pensioenreglement aanspraak kon maken. Dit betekent dat niet aannemelijk is geworden dat X door de onjuiste informatie schade heeft geleden, in die zin dat hij onomkeerbare financiële beslissingen heeft genomen waardoor hij in een financieel nadeliger positie is komen te verkeren dan hij zonder de onjuiste mededelingen van V zou zijn geweest. Bij die stand van zaken bestaat geen grond meer voor toekenning van een schadevergoeding, aldus de Commissie.

Commentaar

Het Kifid komt, conform de vaste lijn in de jurisprudentie, tot de conclusie dat het pensioenreglement leidend is en dat onjuiste mededelingen door de pensioenuitvoerder niet alsnog een aanspraak op grond van het pensioenreglement doet ontstaan.

In ons nieuwsbericht van 6 februari 2019 schreven wij over de uitspraak van het gerechtshof Den Haag waarnaar de Commissie verwijst. Daarin geeft het hof aan dat het pensioenreglement de pensioenaanspraken weergeeft waarop een deelnemer recht heeft en dat een foutieve opgave van de pensioenuitvoerder dat niet anders maakt. Maar ook dat de informatie die een pensioenuitvoerder verstrekt, op grond van artikel 48 Pensioenwet correct, duidelijk en evenwichtig moet zijn. Het verstrekken van incorrecte informatie (in dit geval: X melden dat hij het pensioen ter grootte van € 3.221 nogmaals kon uitstellen) is dus in strijd met de Pensioenwet en uit dien hoofde onrechtmatig. Indien en voor zover X daardoor schade lijdt, is V daarvoor aansprakelijk. X heeft echter niet aangetoond op welke wijze hij schade heeft geleden als gevolg van de onjuiste informatie door het nemen van onomkeerbare financiële beslissingen. Een schadevergoeding kent de Commissie daarom ook – terecht – niet toe.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 augustus 2020

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: bindend advies Kifid, 10 juli 2020