Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Ook digitaal is Aegon/VU Flitscongres een succes

Ook digitaal is Aegon/VU Flitscongres een succes

8 februari 2021

Aangepast aan de Corona-richtlijnen ging het jaarlijkse Flitscongres van Aegon in samenwerking met het Expertisecentrum van de VU toch door. De Tweede Kamerleden Gijs van Dijk, Roald van der Linde en Steven van Weyenberg reageerden op de presentaties van Erik Lutjens en Herman Kappelle. Zij discussieerden onder leiding van. Bas Dobbelstein aan de hand van stellingen.

Thema: we hebben een pensioenakkoord en wat nu?

Dagvoorzitter Bas Dobbelstein memoreerde aan het begin van het congres nog even het thema van vorig jaar “Slaan we af of draaien we door” en refereerde aan de inmiddels befaamde rotonde metafoor (veel kilometers maken zonder een meter dichter bij je bestemming te komen). Hij constateerde dat er in ieder gevalle een afslag is gevonden, maar dat vraag is: wat nu?

Erik Lutjens: nog wel wat juridische hobbels en kuilen

Erik Lutjens constateerde in zijn presentatie dat de politiek of wetgever veel mag, maar tevens steeds vaker beperkt is door regels uit het internationale en EU recht. De aandacht voor de juridische aspecten van het Pensioenakkoord en de Wet toekomst pensioenen is volgens hem terecht. De vraag is niet of rechtsgedingen kunnen worden voorkomen – die komen er - maar hoe de wetgever kan bijdragen aan een voorspelbare uitkomst.

Vervolgens ging hij in op de volgens hem grootste vraagstukken van het EU-recht:

1. De verplichtstelling en het mededingingsrecht en onderscheid naar nationaliteit.

2. nvaren en eigendomsrechten en het nieuwe pensioencontract en gelijke behandeling naar leeftijd.

3. Tenslotte de solidariteitsreserve en gelijke behandeling naar leeftijd.

Hij vroeg zich af of de pensioenbewaarder een doelmatig alternatief zou kunnen zijn voor invaren zodat geen sprake is van vermenging van vermogens van verschillende pensioenregelingen.

Hij pleitte ervoor om deze mogelijkheid nader te onderzoeken en de afweging te maken of, gelet op deze mogelijkheid, invaren niet onevenredig ongunstig is.

Herman Kappelle: vier knelpunten bij rechtstreeks verzekerde regelingen

Herman Kappelle vroeg aan het begin van zijn presentatie aandacht voor de rechtsreeks verzekerde regelingen. Ook nu weer is de uitwerking van het pensioenakkoord met name gebaseerd op de situatie bij pensioenfondsen, terwijl er toch ook ongeveer 1,8 miljoen deelnemers zijn in ruim 47.000 door verzekeraars en PPI-en uitgevoerde regelingen.

Hij constateerde vier grote knelpunten voor rechtstreeks verzekerde regelingen.

1. Door het voorschrift dat in alle gevallen en voor alle uitvoerders een voor alle deelnemers gelijk percentage van het pensioengevend loon als premie geldt (artikel 17 Pensioenwet), introduceert het wetsvoorstel een doorsneesystematiek voor verzekerde partnerpensioenen op risicobasis en arbeidsongeschiktheidspensioen.

2. In combinatie met de nieuwe karakteromschrijving (artikel 10 Pensioenwet) waarin alleen nog sprake is van premieovereenkomsten leidt dit tot een voor pensioenverzekeraars en PPI-en onuitvoerbare situatie. Er is volgens hem sprake van innerlijke tegenstrijdigheid tussen deze artikelen, die nooit de bedoeling van de wetgever kan zijn.

3. Het schrappen van de mogelijkheid van waardeoverdracht bij tussentijdse omzetting in een pensioenuitkering zorgt er voor dat deelnemers in een door een PPI uitgevoerde regeling hun opgebouwde pensioenbeleggingskapitaal niet meer tussentijds kunnen omzetten in een premie-kapitaalovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst. En dat terwijl de memorie van toelichting met zo veel woorden zegt dat verzekeraars dergelijke regelingen mogen blijven aanbieden. Deze mogelijkheid moet dus volgens hem niet worden geschrapt.

4. Tenslotte constateert hij dat de in de memorie van toelichting genoemde mogelijkheid voor verzekeraars om het nieuwe contract aan te beiden en uit te voerden materieel niet reëel is. Bij het nieuwe contract krijgt een deelnemer bij een individuele waardeoverdracht geen evenredig deel van de solidariteitsreserve mee. Die blijft achter bij de andere deelnemers. Bij de verbeterde premieregeling krijgt een deelnemer bij een individuele waardeoverdracht wél het volledige vanuit zijn beschikbare premies gevormde pensioenkapitaal mee. Het nieuwe contract is daarom niet passend en geschikt voor deelnemers die individuele waardeoverdracht overwegen. Bij voorbaat is niet te voorspellen hoeveel en welke deelnemers op enig moment van dit recht gebruik willen maken. Daarom bestaat de potentiële negatieve doelgroep voor dit product uit alle deelnemers en voldoet een nieuw contract bij een verzekeraar niet aan artikel 32 Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGFO) en kan dus niet voldoen aan de voorwaarden van het Product approval en review proces (PARP). Een verzekeraar mag dit product volgens hem dus niet aanbieden.

Politici reageren en discussiëren a.d.h.v. drie stellingen

De aanwezige Tweede Kamerleden Gijs van Dijk (PvdA), Roald van der Linde (VVD) en Steven van Weyenberg (D66) reageerden op de presentatie en gaven aan die waardevolle suggesties bevatten. Zij riepen de wetenschap hen te blijven helpen om kwalitatief goede en uitvoerbare wetgeving te maken. Daarbij gaf Van Weyenberg desgevraagd aan dat zorgvuldigheid voor snelheid gaat, maar dat ook hij graag zo snel mogelijk naar het nieuwe stelsel wil om verdere kortingsdreiging en -discussie te vermijden.

Vervolgens discussieerden ze over de volgende drie stellingen:

1. Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel zijn de grenzen van flexibilisering en individuele keuzevrijheid wel bereikt;

2. Deelnemers in een pensioenregeling die geen of een geringe salarisverhoging krijgen, gaan er bij een verhoging van het minimumloon in hun pensioenopbouw op achteruit; en

3. Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel krijgen we de eerstkomende jaren rust op het pensioenfront.
Met name bij de tweede stelling bleek dat dit niet de bedoeling van de politici was. Verhoging van het minimumloon leidt door de koppeling echter tot een hogere AOW. En een hogere AOW heeft een hogere franchise tot gevolg. En dus een lagere pensioengrondslag. Dit is echter niet, zoals de heren in eerste instantie veronderstelden, op te lossen via het arbeidsvoorwaardenoverleg, maar zal ook via de fiscale wetgeving geregeld moeten worden.

Rust op het front verwachten de Tweede Kamerleden vooralsnog niet. Een verdere flexibilisering en individualisering (waar VVD en D66 uiteraard in beginsel voor zijn) komt pas aan de orde als de huidige wijzigingen op een goede wijze zijn geïmplementeerd.

Commentaar

Ondanks het feit dat het een ander Flitscongres was dan gebruikelijk, kijken we met genoegen en tevredenheid terug op een geslaagde bijeenkomst. Bijna 300 gasten keken mee via Teams en hadden actieve inbreng via een aantal vragen live in de uitzending.

De presentaties van Erik Lutjens en Herman Kappelle waren gebaseerd op de reactie die het Expertisecentrum Pensioenrecht van de VU op 3 februari 2021 publiceerde.

Wij hopen echter volgend jaar weer fysiek met 300 deelnemers in het Auditorium van de VU te staan!

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 februari 2021.