Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Opeten lijfrente niet nodig voor bijstand

21 april 2015

De ministerraad stemde op 17 april in met een wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma voor aanpassing van de Wet werk en bijstand. Hierdoor hoeven zelfstandigen hun pensioen niet op te eten voordat zij een bijstandsuitkering kunnen krijgen.

 

Aankondiging wijziging Wet werk en bijstand

In oktober 2014 kondigde Staatssecretaris Klijnsma de verandering van de Wet werk en bijstand al aan. Zie ook ons nieuwsbericht van 23 oktober 2014.

Eén van de aanleidingen daarvoor was een plan van de gemeente Enschede. Die wilde bijstandsgerechtigden dwingen om hun pensioenrechten, wanneer mogelijk, vervroegd te doen ingaan. Op die manier zouden zij inkomsten genereren, waardoor een beroep op de bijstand niet nodig is. Klijnsma vond dat onwenselijk. Vooruitlopend op de wetswijziging riep Klijnsma gemeenten op om geen regels meer te maken die bijstandsgerechtigen dwingen eerder hun pensioen aan te spreken. Daarvoor maakte zij €41 miljoen vrij. De gemeente Enschede trok zijn plan toen in.

Derde pijler pensioen telt niet mee voor vermogenstoets

Het wetsvoorstel regelt bescherming van het opgebouwde lijfrentekapitaal voor de vermogenstoets in de Wet werk en bijstand. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2016 ingaat.

De bescherming geldt tot een lijfrentevermogen van €250.000. De nieuwe regeling geldt ook voor mensen die niet kunnen deelnemen aan een pensioenfonds en zelf hun pensioen hebben geregeld.

Langere beslissingstijd voortzetting pensioenopbouw bij pensioenfonds

Een andere maatregel in het wetsvoorstel zorgt ervoor dat werknemers die zelfstandig ondernemer zijn geworden meer tijd krijgen om te beslissen of ze gebruik willen maken van een mogelijkheid om te blijven deelnemen aan het pensioenfonds. Bij sommige pensioenfondsen moeten zij al binnen drie maanden hierover een besluit nemen. In het wetsvoorstel staat hiervoor een vaste termijn van negen maanden.

Verder wijzigt dit wetsvoorstel de zogenaamde ‘vrijlating van inkomsten uit arbeid’ in de Participatiewet. Dat betekent dat een deel van de inkomsten uit werk niet verrekend wordt met de bijstandsuitkering. Momenteel mogen gemeenten deze vrijlating alleen toekennen voor maximaal zes aaneengesloten maanden. Om tijdelijk en deeltijdwerk vanuit de bijstand te stimuleren mogen die zes maanden straks ook worden opgeknipt en los van elkaar worden toegekend.

Commentaar

De vrijstelling van lijfrentevermogen voor de bijstand is toe te juichen. Hierdoor wordt het verschil tussen pensioen en lijfrente op dit punt kleiner. Er blijft nog wel een verschil. Lijfrentevermogen telt niet mee in de vermogenstoets tot een bedrag van € 250.000; de waarde van pensioen telt helemaal niet mee in de vermogenstoets. Ook niet wanneer de waarde meer bedraagt dan €250.000.

Eerder beschreef Klijnsma een aantal randvoorwaarden voor het niet mee laten tellen van lijfrentevermogen voor de bijstandstoets. Bijvoorbeeld dat er in de jaren voor de bijstandsaanvraag sprake moet zijn van een gelijkblijvende of dalende inleg om te voorkomen dat mensen vlak voor een bijstandsaanvraag hun vermogen wegsluizen naar hun lijfrente Zie ook ons nieuwsbericht van 16 januari 2014. Of die randvoorwaarden ook worden gesteld in het wetsvoorstel is ons niet bekend. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Even afwachten dus.

Bron: Nieuwsbericht rijksoverheid d.d. 17 april 2015

Auteur: Vera Hek, Adviseur Aegon Adfis

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 april 2015