Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Opnieuw uitspraak over buffers bij pensioenfondsen: DNB in het gelijk gesteld

Opnieuw uitspraak over buffers bij pensioenfondsen: DNB in het gelijk gesteld

22 maart 2021

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat een (Algemeen) pensioenfonds buffers moet aanhouden ondanks volledige herverzekering.

Minimaal vereist eigen vermogen per collectiviteitskring

E beschikt over een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van algemeen pensioenfonds (Apf) in de zin van de Pensioenwet. Een dergelijk pensioenfonds houdt een afgescheiden vermogen aan per collectiviteitkring waarbinnen een of meerdere pensioenregelingen worden uitgevoerd. E heeft momenteel [aantal] collectiviteitkringen, waaronder een collectiviteitkring waarin alleen maar beschikbare premieregelingen worden uitgevoerd, ook wel DC-kring genoemd. Voor deze DC-kring verzocht E DNB om deels ontheffing te verlenen van het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) waarover zij op grond van de Pensioenwet, in samenhang met het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Besluit FTK) moet beschikken.

DNB verleent een tijdelijke en gedeeltelijke ontheffing. Het bezwaar dat E daartegen maakt verklaart DNB ongegrond.

Buffers voor de risico’s die fondsen verzekeren

De zaak van E gaat over de vraag of een pensioenfonds bepaalde buffers moet aanhouden.

De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 februari 2021 die wij in ons nieuwsbericht van 21 februari 2021 bespraken (Stichting Pensioenbehoud tegen de Staat der Nederlanden) ging het ook over de vraag of pensioenfondsen, al dan niet terecht - en gelet op de vertaling van de IORP-richtlijn in de Pensioenwet - buffers moeten aanhouden vanwege de risico’s die ze verzekeren. De Stichting Pensioenbehoud vindt van niet omdat uiteindelijk de risico’s bij de deelnemers en pensioengerechtigden liggen en niet bij het pensioenfonds. De pensioenrechten kunnen immers gekort worden bij een te lage dekkingsgraad. De rechter oordeelde anders: de buffereis (een minimaal vereist eigen vermogen) is op een juiste manier vertaald in de Pensioenwet.

Zoals gezegd gaat de zaak van E ook over het aanhouden van buffers, maar heeft een volstrekt andere achtergrond. Voor het goed begrip eerst wat meer over die achtergrond.

Risicokapitaal bij startende collectiviteitkring van een Apf

Artikel 11 van het Besluit FTK bepaalt dat een pensioenfonds een minimaal vereist eigen vermogen moet hebben, hoe dat wordt berekend en welke componenten daarbij gelden. Eén van de componenten is het risicokapitaal bij overlijden. In lid 5 van artikel 11 wordt beschreven hoe die component berekend moet worden (0,3% van het risicokapitaal vermenigvuldigd met de verhouding tussen het risicokapitaal dat ten laste blijft van het fonds na aftrek van herverzekeringsuitkeringen en het risicokapitaal in het vorige boekjaar. Het verhoudingsgetal is ten minste 50%). De tekst van lid 5 is gebaseerd op artikel 17 van de IORP-richtlijn.

Voor startende collectiviteitskringen in een algemeen pensioenfonds of startende pensioenfondsen kan de toepassing van deze formule leiden tot een onevenredig hoge uitkomst en dito buffer. Dat was in deze casus ook het geval en om die reden verleende DNB een tijdelijke en gedeeltelijke ontheffing. Tijdelijk omdat de gedachte is dat de uitkomst snel zal teruglopen als de kring volgroeid raakt. Artikel 141 van de Pensioenwet bepaalt dat DNB een ontheffing kan verlenen als het fonds kan aantonen dat het de risico’s op een andere manier het hoofd kan bieden dan door het aanhouden van de buffers.

Het algemeen pensioenfonds stelde met een beroep op artikel 141 dat er een volledige ontheffing verleend zou moeten worden omdat het overlijdensrisico volledig herverzekerd is. DNB wees het verzoek voor een volledige ontheffing voor onbepaalde tijd af.

Herverzekering geen waterdichte oplossing Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven stelt E - nadat eerder de rechtbank dat had gedaan - in het ongelijk en oordeelt dat DNB op juiste gronden tot haar beslissing heeft kunnen komen. Belangrijkste argument daarvoor is dat een herverzekering geen waterdichte oplossing kan zijn. Immers, het herverzekeringscontract kan worden opgezegd, of tussentijds aangepast. Of er kunnen zich onvoorziene zaken voordoen die maken dat er verschillen optreden tussen de herverzekering en de daadwerkelijke schades. Verder is het College van mening dat DNB in redelijkheid heeft kunnen besluiten om aan de verleende ontheffing een termijn van één jaar te verbinden en is het door DNB in dit toegepaste beleid in overeenstemming met de vaste bestuurspraktijk die zij heeft ontwikkeld voor het verlenen van ontheffingen van de component overlijdensrisico bij startende fondsen en collectiviteitkringen in een Apf.

Commentaar

Opnieuw een casus met als inzet de buffers die (algemene) pensioenfondsen moeten hanteren. De buffervereisten zijn vrijwel één op één vanuit de IORP-richtlijn overgenomen in de Pensioenwet. De eerste gedachte die dan opkomt is dat de Europese IORP-richtlijn dwingend recht is waar men zich nu eenmaal aan heeft te houden. Artikel 15 van de Richtlijn bepaalt dat pensioenfondsen die biometrische risico’s verzekeren of een bepaalde hoogte van de uitkering garanderen, buffers moeten aanhouden naast de technische voorzieningen. Artikel 17 bepaalt dat voor zover een pensioenfonds overlijdensrisico draagt een component van 0,3% van het risicokapitaal onderdeel van de buffer moet zijn. Voor startende pensioenfondsen of collectiviteitkringen kan dat tot onbedoeld hoge buffers leiden. Dat geldt ook voor een pensioenfonds dat na de overgang naar een nieuw DC- stelsel niet invaart.

De inzet in beide procedures is dat beredeneerd wordt dat deze risico’s nu juist níet door de pensioenfondsen worden gedragen. In de zaak van de Stichting Pensioenbehoud, omdat de feitelijke risico’s volgens die stichting door de deelnemers en pensioengerechtigden gedragen worden vanwege de kortingsmaatregel. En in deze zaak omdat het pensioenfonds die risico’s volledig had herverzekerd. Beide keren ging de rechter daar niet in mee.

Auteur: Hans Breuker, senior pensioenjurist Expertisecentrum TKP Pensioen

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 februari 2021 ECLI:NL:RBROT:2019:8148

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 19 maart. 2021