Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Oprenting oudedagsverplichting (ODV)

13 oktober 2017

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft in Vraag en Antwoord 17-027 aan op welke wijze een BV de oudedagsverplichting (ODV) kan oprenten. In de uitstelfase kan de BV kiezen uit twee methodes.

Oprenten ODV

In het kader van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer kan de DGA kiezen om zijn opgebouwde pensioen in eigen beheer (PEB) om te zetten in een ODV. In dat geval mag hij eerst zijn pensioen zodanig verminderen (afstempelen) dat de commerciële waarde van de opgebouwde aanspraken gelijk is aan de fiscale waarde ten tijde van de omzetting. Dit houdt in dat de fiscale waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken op de omzettingsdatum gelijk is aan de ODV. In plaats van een pensioenvoorziening heeft de BV dan een even grote ODV aan de passiefkant van de balans staan.

De BV moet de ODV jaarlijks oprenten met de marktrente. Het CAP geeft op haar website, in Vraag en Antwoord 17-027, aan hoe dit oprenten moet gebeuren  als de omzetting plaatsvindt gedurende het boekjaar. Het CAP maakt daarbij onderscheid tussen de bepaling van de verplichting in het kader van de loonbelasting enerzijds en de bepaling van de fiscale winst anderzijds.

Tijdens de uitstelduur mag je volgens het CAP bij het bepalen van de verplichting in het kader van de loonbelasting kiezen uit een oprenting per omzettingsverjaardag of per het einde van het boekjaar. Tijdens de uitkeringsfase moet de oprenting steeds plaatsvinden op de uitkeringsverjaardag.

Oprenten op de omzettingsverjaardag

De omzettingsverjaardag is de dag waarop precies één, twee of een ander kalenderjaar is verstreken na omzetten van het PEB in eigen beheer in een ODV. Als het PEB op 1 juli 2017 is omgezet in een ODV vindt de oprenting steeds plaats op 1 juli; voor het eerst op 1 juli 2018. Het oprentingspercentage dat wordt gehanteerd op 1 juli 2018 is het gewogen gemiddelde van het voor 2017 en het voor 2018 vastgestelde marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement over respectievelijk 2016 en 2017).

Op het moment dat de uitkeringen ingaan vindt de oprenting plaats op de ingangsdatum van de termijnen. Stel dat in dit voorbeeld de uitkeringen ingaan op 1 maart 2019 dan moet de BV de ODV op 1 maart 2019 oprenten over de periode 1 juli 2018 tot 1 maart 2019. Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2018 en het voor 2019 marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement over respectievelijk 2017 en 2018).

Oprenten op de balansdatum

De oprenting vindt in dit geval steeds plaats aan het einde van het boekjaar. Doorgaans is dat op 31 december van een kalenderjaar. Als het PEB op 1 juli 2017 is omgezet in een ODV vindt de eerste tijdsevenredige oprenting van de ODV plaats op 31 december 2017. Het oprentingspercentage is het marktrentepercentage 2017.

Bij ingang van de ODV-termijnen moet de BV het ODV-saldo eerst oprenten voor de in het lopende boekjaar verstreken periode. Als de uitkering ingaat op 1 maart 2019, is dat de periode die loopt van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019. Het oprentingspercentage is het voor 2019 geldende marktrentepercentage.

Oprenten op de uitkeringsverjaardag

Nadat de uitkeringen uit de ODV zijn ingegaan kan de BV volgens het CAP alleen nog waarderen op de uitkeringsverjaardag. De uitkeringsverjaardag is de dag precies één, twee of n-kalenderjaren na ingang van de ODV-termijnen.

Als de ODV-uitkeringsverjaardag niet op 1 januari ligt, zal de BV voor de oprenting van het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag altijd uit moeten gaan van het gewogen gemiddelde van twee marktrentepercentages.

Bijvoorbeeld een situatie waarin de ODV-termijnen zijn ingegaan op 1 maart 2019. Op 1 maart 2020 (= de eerste ODV-uitkeringsverjaardag) moet het resterende ODV-saldo worden opgerent. Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2019 en het voor 2020 marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement voor respectievelijk 2018 en  2019). De grondslag voor de oprenting is de stand van de ODV per 1 maart 2019 minus de na die datum vervallen termijnen.

Fiscale winstberekening

Bij het bepalen van de fiscale winst moet de BV de lasten op basis van goed koopmansgebruik toerekenen aan het boekjaar waarop de oprenting betrekking heeft. Als de oprenting niet op (fiscale) balansdatum plaatsvindt (oprenting op omzettingsverjaardag of uitkeringsverjaardag) kan de BV werken met een transitorische passiefpost. Deze post wordt gevormd door het deel van de eerstvolgende oprenting dat betrekking heeft op de periode tot (fiscale) balansdatum.

Commentaar

Na invoering van de Wet uitfasering PEB was het niet helemaal duidelijk op welke wijze de BV de ODV moest oprenten. Het CAP geeft hiervoor handvatten. Helaas loopt de oprenting voor de bepaling van de verplichting in het kader van de loonbelasting niet gelijk aan de fiscale winstbepaling van de BV. Als de BV de verplichting oprent op de omzettingsverjaardag of uitkeringsverjaardag moet de BV voor de fiscale winstbepaling werken met een transitorische passiefpost. In de uitstelduur kan de BV het vormen van deze passiefpost voorkomen door uit te gaan van waardering van de ODV op de balansdatum.

Jammer dat CAP in haar Vraag en Antwoord kiest voor zo’n bewerkelijke methode voor het oprenten van het ODV-saldo in eigen beheer. Hij is misschien boekhoudkundig correct, maar levert wel onnodige rekenkundige handelingen op. Met name voor ingegane ODV’s. Waarom biedt het CAP daarvoor geen ruimte om op te renten per de balansdatum? Het lijkt er bijna op dat het ministerie ook liever af is van ingegane ODV’s in eigen beheer. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Vragen en Antwoorden CAP, 17-027, 29 september 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 oktober 2017