Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

OR roept nietigheid eenzijdige wijziging niet in. Regeling aangepast of niet?

9 juni 2015

Een ondernemingsraad (OR) stemt niet in met de wijzigingen van een pensioenregeling. De werkgever wijzigt de regeling toch. De OR roept vervolgens geen nietigheid van de wijziging in. Vindt de wijziging dan wel rechtsgeldig plaats? Rechtbank Midden-Nederland boog zich over deze vraag. 

Wat speelde er?

De heer A treedt in 2005 in dienst bijwerkgever X. A krijgt bij indiensttreding het pensioenreglement 1999 overhandigd. X wijzigt in 2004 – en daarna nog een aantal keer - de pensioenregeling. Onder meer omdat de fiscale wetgeving wijzigt (Witteveen) en de Pensioenwet in werking treedt. Per 1 januari 2013 wijzigt X de pensioenregeling van A omdat de werkgever acht verschillende regelingen terug wil brengen tot één pensioenregeling voor alle werknemers. Voor A betekent dit dat zijn pensioenregeling wijzigt van een beschikbare premieregeling in een middelloonregeling. 

In de  pensioenregeling 1999 en 2004 staat een eenzijdig wijzigingsbeding dat luidt als volgt: "Indien sociale wetten, fiscale wetten of verplicht gestelde pensioenvoorzieningen worden ingevoerd of gewijzigd, zal de werkgever, indien hij daartoe termen aanwezig acht, de in dit pensioenreglement neergelegde pensioenregeling - met inachtneming van eventuele wettelijke voorschriften - aan de gewijzigde omstandigheden aanpassen".

In 2013 treedt A uit dienst. Hij vindt dat voor hem het pensioenreglement uit 1999 van toepassing is. Onder meer omdat de OR niet de vereiste instemming voor de diverse wijzigingen gaf. En omdat hijzelf evenmin instemde met deze wijzigingen. A vraagt de rechter om een oordeel. 

Rechtbank Midden Nederland

De kantonrechter is het eens met de stelling van A dat voor wijziging van het pensioenreglement de instemming van de OR en de instemming met de betreffende werknemer vereist is. Maar X mocht volgens de Kantonrechter het pensioenreglement niettemin zonder toestemming van A wijzigen. Voor zover voldaan werd aan de voorwaarden van een overeengekomen eenzijdig wijzigingsbeding en/of (met ingang van 1 januari 2007) op grond van het bepaalde in art. 19 Pensioenwet. Volgens de Pensioenwet kan een werkgever de pensioenregeling eenzijdig wijzigen als die mogelijkheid in pensioenovereenkomst is opgenomen en er sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Volgens de rechter bleef het eenzijdig wijzigingsbeding van toepassing, ook na 2004. Met betrekking tot de laatste wijziging was de OR om instemming gevraagd. Volgens de Kantonrechter motiveerde A onvoldoende welk belang hij heeft bij handhaving van de oorspronkelijk geldende beschikbare premieregeling. De nieuwe regeling bestond immers uit een middelloonregeling, en een dergelijke regeling biedt meer zekerheid over de hoogte van de pensioenuitkering dan een beschikbare premieregeling. Bovendien nam X vanaf 1 januari 2013 tot het einde van het dienstverband per 1 augustus 2013 de werknemersbijdrage van A  voor haar rekening. Ook onderbouwde A onvoldoende waarom hij groot belang had bij handhaving van de beschikbare premieregeling gedurende de beperkte duur van het dienstverband vanaf 1 januari 2013, te weten zeven maanden.

Volgens de kantonrechter kwam voldoende vast te staan dat met betrekking tot die laatste wijziging sprake is van een zwaarwichtig belang voor X. Hierdoor moet het belang van A naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wijken. Verder vindt de rechter dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als A van X zou verwachten dat zij het pensioenreglement uit 1999 met betrekking tot hem zou (blijven) toepassen.

Geen beroep op nietigheid door OR 

A voerde onder meer aan dat niet bleek dat de OR had ingestemd met de door X doorgevoerde wijzigingen. Terwijl deze instemming op grond van artikel 27 Wet op de ondernemingsraden (WOR) een eis is. 

De kantonrechter vindt deze stelling onjuist. Volgens de rechter stelt A terecht dat X de instemming van de OR behoeft voor elk (voorgenomen) besluit tot wijziging van de regeling met betrekking tot de pensioenverzekering. Maar een dergelijk besluit is nietig wanneer dit is genomen zonder de instemming van de OR en de OR tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op die nietigheid heeft gedaan. Dat beroep op nietigheid moet de OR doen binnen één maand nadat de ondernemer hem het betreffende besluit heeft meegedeeld of – zonder zo'n mededeling - het de OR bleek dat de ondernemer uitvoering geeft aan dat besluit. Volgens de rechter blijkt uit de processtukken dat de OR ermee bekend was dat X de pensioenregeling had gewijzigd. Maar uit niets blijkt dat de OR vervolgens beroep heeft gedaan op de nietigheid van dat besluit. De kantonrechter: “Voor zover de ondernemingsraad wél met een bepaalde wijziging heeft ingestemd of zich bij een dergelijke wijziging heeft neergelegd (door niet de nietigheid daarvan in te roepen) kan die omstandigheid een aanwijzing vormen dat er sprake is van een zwaarwichtig bedrijfsbelang waarvoor het belang van de werknemer moet wijken”.  

Commentaar

Twee punten maken deze uitspraak extra opmerkelijk.

  1. De kantonrechter oordeelt dat aanpassing van de fiscale wetgeving een zwaarwichtig belang is. Opmerkelijk, aangezien fiscale wetgeving geen dwingend recht is.
  2. De kantonrechter stelt het niet inroepen door de OR van de nietigheid van het wijzigingsbesluit gelijk aan instemming. En ziet daarin een aanwijzing dat er sprake is van een zwaarwichtig belang. 

 

Regelmatig wordt de rechter gevraagd om te oordelen over situaties waarin de werkgever de pensioenregeling eenzijdig wijzigt. Dit mag die werkgever als hij dit recht heeft opgenomen in de pensioenovereenkomst en er sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang voor de werkgever dat het belang van de werknemer daarvoor moet wijken (artikel 19 Pensioenwet).Daarbij spelen maatstaven van redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol. 

Bij de redelijkheid en billijkheid is belangrijk dat de werkgever de werknemer compenseert en/of een overgangsregeling treft. Dat blijkt onder meer uit uitspraken van respectievelijk het Hof Amsterdam waarover wij schreven op 6 augustus 2014, de Rechtbank Limburg op 4 februari 2015 (zie ons bericht van 4 maart) en Hof Arnhem-Leeuwarden (zie ons bericht van 15 augustus 2014). 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 4 februari 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 juni 2015