Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Overdracht pensioenverplichting leidt bij Pensioen BV tot belaste winst

20 oktober 2015

Een Werk BV en een Pensioen BV moeten bij overdracht van een pensioenverplichting uitgaan van de marktwaarde. Daarna moet de Pensioen BV op de fiscale balans de pensioenverplichting fiscaal waarderen. Dit leidt in het jaar van overdracht tot een  belaste vrijval van de pensioenverplichting. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het Gerechtshof en de conclusie van de Procureur Generaal, zie ons nieuwsbericht van 30 januari 2015.

Overdracht pensioenverplichting 

Een Pensioen BV kwam eind 2005 met een Werk BV de overdracht van een pensioenverplichting overeen. De tegenwaarde hiervan bepaalden partijen op de marktwaarde. Dat hield in dat zij uitgingen van een rekenrente van 3,23% en een leeftijdsterugstelling. Na de overdracht waardeerde de Pensioen BV de pensioenverplichting op de fiscale balans op dezelfde overdrachtswaarde.

De inspecteur corrigeerde de waarde van de pensioenverplichting bij de Pensioen BV. Hij berekende deze tegen een rekenrente van 4% en zonder leeftijdscorrectie. De Rechtbank en het Gerechtshof volgden de inspecteur. De pensioen BV tekende cassatie aan omdat zij vond dat de correcties niet passen in het realiteit- en voorzichtigheidsbeginsel van het goed koopmansgebruik.

Hoge Raad 

De Hoge Raad had niet veel woorden nodig om het standpunt van de Pensioen BV te verwerpen. Volgens de Wet op de loonbelasting moeten belastingplichtigen bij de waardering van pensioen – en andere soortgelijke verplichtingen uitgaan van een rekenrente van ten minste 4%.

Dit is een uitzondering op regels van goed koopmansgebruik. De wetgever heeft er bewust rekening mee gehouden dat de rente voor langlopende verplichtingen in de praktijk lager kan zijn. Het zelfde geldt voor het verbod op leeftijdscorrectie dat is geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting. 

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond.

Commentaar 

De Pensioen BV legt de vinger op de zere plek. Het is volgens deze BV niet reëel dat zij bij de waardering van een pensioenverplichting moet uit gaan van een rekenrente van 4% terwijl de marktrente voor langlopende verplichtingen veel lager is. Dit druist ook nog eens in tegen het principe van de voorzichtige ondernemer. Maar de wet is op dit punt onverbiddelijk. In de politiek is deze problematiek ook doorgedrongen. Staatssecretaris Wiebes werkt aan een oplossing. Maar dat is niet de wijziging van de voorgeschreven rekenrente van 4%. Dat zou te veel kosten. Zie hierover ook ons eerder verschenen nieuwsbericht.

Overigens staat tegenover de fiscale winst van de Pensioen BV een zelfde fiscaal verlies in de Werk BV.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Hoge Raad, 16 oktober 2015: ECLI:NL:HR:2015:3082 

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 oktober 2015