Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Overgangsrecht rechtstreeks verzekerde regelingen geldt ook voor middelloon-regelingen die vóór 1-1-2026 zijn omgezet

Overgangsrecht rechtstreeks verzekerde regelingen geldt ook voor middelloon-regelingen die vóór 1-1-2026 zijn omgezet

10 december 2020

In antwoord op vragen van het D66 Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg bevestigt minister Koolmees ondubbelzinnig dat het overgangsrecht voor rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten ook gaat gelden voor op 1 januari 2022 bestaande middelloonregelingen die uiterlijk op 1 januari 2026 zijn omgezet naar een premieovereenkomst op basis van stijgende staffelpremies.

Vragen en antwoorden

Van Weyenberg stelde op 3 december 2020 een aantal vragen aan minister Koolmees. Zie ons nieuwsbericht van 7 december 2020. Koolmees beantwoordde ze op 9 december 2020. De vragen en antwoorden zijn kort genoeg om hier integraal op te nemen.

Vraag 1.
Kunt u bevestigen dat in de uitwerking van het transitiekader voor het pensioenakkoord voor bestaande premieregelingen met een in leeftijd oplopend premiepercentage wordt gekozen voor een langere uitfasering in de tijd? Kunt u nogmaals toelichten welke motivering daaraan ten grondslag ligt?

Antwoord op vraag 1
In het Pensioenakkoord is afgesproken dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen van de overstap naar een nieuwe pensioenovereenkomst en een andere manier van pensioenopbouw adequaat en kostenneutraal worden gecompenseerd. Bij de uitwerking van het Pensioenakkoord bleek dat het niet mogelijk is om de overstap vanuit een bestaande premieregeling met in leeftijd oplopende (progressieve) premies naar een premieregeling met leeftijdsonafhankelijke premies voor bestaande deelnemers adequaat en kostenneutraal te compenseren. In de Hoofdlijnennotitie uitwerking Pensioenakkoord is daarom gekozen voor een langere uitfasering in de tijd.

Een werkgever die op 31 december 2021 een premieregeling met progressieve premies toepast, heeft de keuze om voor bestaande deelnemers progressieve premies te blijven toepassen. Deze overgangsregeling wordt opgenomen in het wetsvoorstel waarin het Pensioenakkoord en de hoofdlijnennotitie wettelijk worden verankerd.

Vraag 2.
Deelt u de mening dat de overgangsproblematiek van rechtstreeks verzekerde premieregelingen vergelijkbaar is met die van rechtstreeks verzekerde middelloonregelingen?

Antwoord op vraag 2
Ja.

Vraag 3.
Bent u bereid om het overgangsrecht, dat is voorzien voor de bedoelde bestaande premieregelingen, eveneens open te stellen voor rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten?

Antwoord op vraag 3
Ja. Voor de duidelijkheid, het overgangsrecht ziet alleen op de toepassing van progressieve premies, niet op de aard van de pensioenovereenkomst. Vanaf 2026 is nieuwe pensioenopbouw in een uitkeringsovereenkomst niet langer mogelijk.

Vraag 4.
Kunt u bevestigen dat met dit overgangsrecht is beoogd om werkgevers en werknemers, ook bij rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten, tot uiterlijk 1 januari 2026 de tijd te geven om een keuze te maken tussen voortzetting van een progressieve premie of de overstap naar een leeftijdsonafhankelijke premie?

Antwoord op vraag 4
Ja.

Commentaar

De antwoorden van minister Koolmees laten – gelukkig – niets aan duidelijk te wensen over. Met name het antwoord op vraag 4 is belangrijk. Het is nu buiten elke twijfel dat ook een op 1 januari 2022 bestaande rechtstreeks verzekerde middelloonregeling gebruik kan maken van het overgangsrecht. Werkgevers en werknemers met een dergelijke regeling hebben dus tot uiterlijk 1 januari 2026 de tijd om de regeling om te zetten in een premieovereenkomst met een stijgende staffelpremie. Deelnemers die op 1 januari 2026 in die regeling zitten, mogen daarin de rest van hun dienstverband bij de desbetreffende werkgever pensioen blijven opbouwen op basis van een met de leeftijd stijgende staffelpremie.

En dat is van belang omdat hiermee onnodige tijdsdruk op het aanpassen van bestaande middelloonregelingen van de baan is. Door een uitspraak van minister Koolmees bij PensioenPro in september van dit jaar ontstond onduidelijkheid over de cruciale datum waarop een bestaande middelloonregeling uiterlijk aangepast moest zijn om van het overgangsrecht voor premieovereenkomsten met een stijgende staffelpremie gebruik te kunnen maken. Om het zekere voor het onzekere te nemen begon een aantal werkgevers en adviseurs alvast met het aanpassingstraject teneinde zeker te zijn dat op 1 januari 2022 de gewenste aanpassingen doorgevoerd zijn. Dat blijkt dus niet nodig. Er is ruim voldoende tijd om allereerst te bepalen of je als werkgever gebruik wil maken van de overgangsregeling en vervolgens met een adviseur te bepalen welke aanpassingen van de bestaande middelloonregeling daarvoor nodig is.

In ons nieuwsbericht van 7 december spraken wij de hoop uit dat minister Koolmees de vragen van Van Weyenberg op zo kort mogelijke termijn zou beantwoorden. Wij en met ons de gehele branche, zijn op onze wenken bediend. En daar past een hartelijk woord van dank bij aan de minister. Bij dezen!

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Antwoorden op de Kamervragen van het lid Van Weyenberg (D66) over het pensioenakkoord.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 december 2020.