Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Partijen eens over verdere verlaging pensioenopbouw

18 december 2013

Het pensioenakkoord is er eindelijk. Het maximale opbouwpercentage gaat op 1 januari 2015 iets minder ver omlaag dan het kabinet dit najaar voorstelde. Maar dat is niet het enige. De wetsvoorstellen zijn in de maak. Staatssecretaris Klijnsma stuurde op 18 december een brief naar de Tweede Kamer waarin zij de afspraken op een rijtje zet.

Wat ging er aan vooraf?

Op 9 oktober moest het kabinet terug naar de tekentafel. Duidelijk was dat de Eerste Kamer niet akkoord ging met de wetsvoorstellen maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en de wet pensioenaanvullingsregelingen. Het kabinet trok hier lering uit en overlegde haar plannen nu vooraf met de fracties die in de Eerste Kamer voor een meerderheid kunnen zorgen. Woensdag 18 december gingen de fracties akkoord met het pensioenplan.

Wat gaat er veranderen?

Premiewaarborgen en toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB).

Het pensioenplan introduceert  negen waarborgen om te bewerkstelligen dat de hervorming van de pensioenopbouw leidt tot een daadwerkelijke daling van de premies. De Nederlandsche Bank (DNB) moet beoordelen of er wel sprake is van een evenwichtige belangenafweging wanneer een premieverlaging niet tot stand komt. Met een generatietoets moet DNB controleren dat de premie voor alle generaties rechtvaardig is. Zij kan een boete opleggen tot 1 miljoen euro wanneer een fonds hieraan niet voldoet.

Aanpassing opbouw- en premiepercentages.

Eén van de belangrijke bezwaren van de Senaat was dat de door het kabinet voorgestelde versobering van het opbouwpercentage (op basis van middelloon) van 2,15% (2014) naar 1,75% (vanaf 2015) te ingrijpend was. Het opbouwpercentage wordt vanaf 1 januari 2015 daarom verhoogd naar maximaal 1,875 voor een middelloonregeling. Daarmee kan in 40 jaar een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde loon. De oudedagsreserve en het lijfrentekader in de 3e pijler worden aangepast in lijn met de aanpassingen in de tweede pijler.

Netto pensioenopbouw boven de aftoppingsgrens

In het oorspronkelijke wetsvoorstel is voorgesteld om het pensioengevend inkomen af te toppen op € 100.000. Achtergrond van de aftopping is dat bij een inkomen van ongeveer drie keer modaal fiscale facilitering via de omkeerregel niet langer nodig is. Deze aftoppingsgrens blijft behouden.

Mensen met hogere inkomens kunnen op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bijsparen. Voor inkomen vanaf € 100.000 kan iemand via een netto lijfrente een oudedagsvoorziening opbouwen die grosso modo overeenkomt met een pensioenopbouw van 1,875% van het gemiddeld verdiende loon. De premie-inleg komt uit het nettoloon. De aanspraak van een netto lijfrente vormt vrijgesteld vermogen in box 3. De pensioenuitkering is onbelast. De regeling staat open voor iedereen, zowel werknemers, als zzp'ers en overige ondernemers.

Versterking positie zzp'ers.

In navolging van de Begrotingsafspraken 2014 komt er een pensioenregeling voor zzp'ers. In aanvulling daarop worden de mogelijkheden tot pensioenopbouw voor zzp'ers verder versterkt. Zo komt er een regeling die het pensioenvermogen (zowel in pijler 2 als pijler 3) beschermt in geval van een beroep op de bijstand. Hierover schreven wij op 7 november 2012. Zie ons bericht.
Verder wordt het mogelijk gemaakt om de lijfrente in te laten gaan in geval van arbeidsongeschiktheid.

Toekomst pensioenstelsel

In 2014 start het kabinet een brede dialoog over de lange termijn toekomst van ons pensioenstelsel. Het kabinet vraagt de SER om hierover uiterlijk eind 2014 een advies te geven.

Mogelijkheid tot inzet werknemersdeel pensioenpremie voor aflossing eigen woning
De Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU) deed een voorstel om het mogelijk te maken om pensioenpremies alternatief aan te wenden. Het kabinet is bereid deze mogelijkheid te bieden en zal verkennen hoe dit zorgvuldig ingepast kan worden op zo kort mogelijke termijn. Een uitvoerbaarheidstoets zal daar deel van uitmaken, waarbij ook de voor- en nadelen van varianten worden bezien.

En wie betaalt dat?

Ten opzichte van de voorstellen van het kabinet van het najaar ontstaat een gat van ongeveer 650 miljoen euro in de rijksbegroting. Dit gat wordt gedicht door:

  • De geplande lastenverlichting voor werkgevers gedeeltelijk te schrappen. De verlaging van de werkgeversbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds wordt uitgesteld.
  • Werkgevers pas een bonus te geven als zij mensen in dienst nemen boven de 56 jaar, in plaats van 50 jaar
  • Pensioenuitvoeringsorganisaties zoals APG en PGGM gaan, net zoals verzekeraars, BTW betalen.

Wat gaat er nu niet door?

Eerdere plannen over bijvoorbeeld het versoberen van het nabestaandenpensioen en het verhogen van de aanschafbelasting voor nieuwe auto's worden niet doorgevoerd.

Commentaar

De wijzigingsvoorstellen moeten worden uitgewerkt in wetgeving. Klijnsma belooft dat het kabinet zo snel mogelijk de aanpassing van het Witteveenkader en de introductie van de extra premiewaarborgen naar de Tweede Kamer stuurt. Hierdoor krijgen de pensioenuitvoerders zo veel mogelijk tijd bij de implementatie van het aangepaste fiscale kader. Dat is ook wel nodig. Het is immers zo 1 januari2015.

Het wetsvoorstel tot invoering van de excedentregelingen wordt ingetrokken. Goed om te zien dat het kabinet de weg op dit terrein weer heeft teruggevonden: het netto pensioen wordt een netto lijfrente die vrijgesteld is in box 3. In ons bericht van 18 juni 2013 kon u lezen dat wij de indruk kregen dat het kabinet de weg kwijt was.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: brief van Klijnsma d.d. 18 december aan de Tweede Kamer.