Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioen in eigen beheer en waarde aandelen

8 maart 2018

Bij echtscheiding eist mevrouw A van de BV van haar ex- echtgenoot (B) dat de BV het voor haar in eigen beheer opgebouwde pensioen verzekert op basis van de commerciële waarde. B bestrijdt de hoogte van die waarde omdat partijen bij de waardering van de aandelen uitgingen van de veel lagere (fiscale)balanswaarde. 

Pensioen in eigen beheer

Mevrouw A en de heer B waren met elkaar gehuwd. Tijdens het huwelijk bezaten ze ieder 50% van de aandelen van C BV. A en B waren beiden directeur van C BV. C BV heeft aan hen pensioenaanspraken toegekend die ze in eigen beheer houdt.

A en B gaan scheiden. In  het echtscheidingsconvenant nemen zij op dat ze afwijken van de Wet verevening pensioen bij scheiding (Wvps). De pensioenaanspraken worden niet verevend.

In 2010 beëindigt A haar dienstbetrekking met C BV. De aandelen in C BV verkoopt zij voor 2,5 miljoen euro aan B. BDO had van partijen opdracht gekregen om de waarde van de aandelen te bepalen. De totale waarde van de aandelen bedroeg volgens het concept rapport van BDO van 5 februari 2010 € 5.095.000.

Partijen komen overeen dat de voor A in eigen beheer opgebouwde pensioenen zullen worden herverzekerd bij een verzekeraar. A en B verschillen daarna van mening over welke koopsom C BV moet betalen voor de herverzekering van de pensioenaanspraken van A. A stelt dat koopsom gelijk is aan de waarde in het economische verkeer van een ouderdomspensioen van € 38.322 per jaar en een nabestaandenpensioen van € 26.955 per jaar. Beide inclusief een vaste na-indexatie van 2% per jaar. B vindt dat de koopsom op dezelfde waarde moet worden gesteld als de waarde die is aangehouden bij de waardering van de aandelen. Per 1 mei 2010 bedroeg deze waarde slechts € 159.238. En als C BV veroordeeld wordt tot het betalen van een hogere waarde vindt B dat dan alsnog de koopprijs van de aandelen moet worden  herzien.

Koopsom herverzekering is commerciële waarde

De rechter stelt vast dat in de pensioenovereenkomsten tussen C BV en A wordt uitgegaan van een pensioen volgens een eindloonregeling. Bij het beëindigen van de dienstbetrekking met C BV heeft A de wens geuit om haar pensioen in eigen beheer, conform de bepalingen in de pensioenovereenkomst, onder te brengen bij een pensioenverzekeraar. Volgens de vaststellingsovereenkomst van 7 mei 2010 is B daarmee akkoord gegaan. Volgens de rechter zijn partijen overeengekomen dat A recht heeft op een pensioenaanspraak conform de overeengekomen pensioenovereenkomst. Het blijkt niet dat A, door bij de verkoop van de aandelen uit te gaan van de lagere fiscale balanswaarde, afstand heeft gedaan van haar pensioenaanspraak conform de pensioenovereenkomst. C BV moet dus de commerciële waarde van de pensioenaanspraken van A betalen aan een verzekeraar.

Waardering aandelen en pensioen

B vraagt vernietiging van de koopovereenkomst van de aandelen op grond van bedrog dan wel dwaling. Vooralsnog volgt de rechter B in zijn betoog dat hij bij de onderhandeling over de koopprijs van de aandelen niet op de hoogte was van het verschil tussen de fiscale- en commerciële waarde van het pensioen. Temeer ook omdat in het conceptrapport waardering aandelen werd uitgegaan van de fiscale waarde. A bestrijdt het betoog van B en stelt dat B al tijdens de onderhandelingen over de koopprijs door haar adviseur op de hoogte is gesteld van dit verschil. Ten tijde van de verkoop van de aandelen zou de adviseur van A aan B hebben medegedeeld dat dit verschil tussen de € 300.000 en € 400.000 zou liggen.

De eisen van de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen ex-echtgenoten beheersen brengen mee dat A haar ex had moeten informeren over dit verschil, aldus de rechter. Hij stelt A alsnog in staat om aan te tonen dat B, ten tijde van het vaststellen van de verkooprijs van de aandelen, op de hoogte was van het verschil tussen de fiscale- en commerciële waarde.

Commentaar

Het is juist dat bij herverzekering van het pensioen, partijen moeten uitgaan van de waarde van de toegekende pensioenaanspraken en niet van de verplichting die daarvoor op de balans staat. Dit komt overeen met hetgeen partijen in de pensioenbrief hebben bepaald. Wanneer partijen zouden zijn uitgegaan van de fiscale waarde (in plaats van de commerciële waarde) zou er immers fiscaal sprake zijn geweest van afkoop.  

Maar B voelt zich kennelijk bekocht omdat partijen bij de bepaling van de waarde van de aandelen - wel uitgingen van de lagere fiscale balansverplichting. Het misverstand is kennelijk ontstaan doordat de adviseur in het conceptrapport waardering aandelen uitging van de lagere fiscale waarde. B wil alsnog dat de koopprijs van de aandelen wordt herzien omdat hij ten tijde van de verkoop van de aandelen niet op de hoogte was van het grote verschil tussen de commerciële – en fiscale balanswaarde en zijn ex wel.

A mag nog van de rechter aantonen dat B wel op de hoogte was van dit verschil. Het is overigens vreemd dat B niet op de hoogte was van dit waardeverschil nu hij bij de waardebepaling van de aandelen de hulp heeft ingeroepen van een adviseur. Het ligt naar onze mening voor de hand dat deze adviseur partijen wees op dit waardeverschil. En dat geldt dan niet alleen voor de te herverzekeren aanspraken van A maar ook voor de pensioenaanspraken van B. In dit geval gaat het om een waardeverschil van tonnen!  

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Overijssel, 14 februari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 maart 2018.