Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioen minder vaak gekort op WW

21 juni 2018

Minister Koolmees informeerde de Tweede Kamer dat vanaf 1 mei 2018 pensioenuitkeringen minder vaak gekort worden op de WW. Dit geldt vanaf 1 mei ook voor lopende WW-uitkeringen.

Pensioenuitkering vermindert de WW

In de WW is de hoofdregel dat pensioen (ouderdoms- , pre- en vroegpensioenuitkeringen) geheel in mindering komen op de WW-uitkering. De korting van de WW-uitkering met inkomen, zoals pensioen, wordt geregeld in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB).

Uitzonderingen pensioenkorting

Het AIB benoemt een beperkt aantal uitzonderingen op de hoofdregel. In de volgende twee situaties vindt er geen verrekening van het pensioen plaats:

  • Indien en voor zover de uitkeringsgerechtigde een deeltijdpensioen ontvangt vóór het intreden van de werkloosheid en dat deeltijdpensioen samenhangt met een eerder verlies van arbeidsuren. Wanneer de uitkeringsgerechtigde vervolgens (volledig) werkloos wordt, vindt geen verrekening plaats van dit ingegane deeltijdpensioen met de WW-uitkering (artikel 3:5, vijfde lid AIB); en
  • Wanneer het pensioen voortvloeit uit een parallelle dienstbetrekking ten opzichte van de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden (artikel 3:5, zevende lid AIB).

Extra uitzonderingen pensioenkorting vanaf 1 mei 2018

In zijn brief van 24 mei 2018 informeerde minister Koolmees de Tweede Kamer dat met ingang van 1 mei het mogelijk is dat uitkeringsgerechtigden in meer situaties hun volledige WW-uitkering behouden wanneer zij daarnaast een pensioen ontvangen.

Vanaf 1 mei 2018 wordt de WW-uitkering ook niet gekort wanneer:

  • Pensioen al wordt ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden. Voor de betrokkene was er dan geen aanleiding om zich uit het arbeidsproces terug te trekken, aldus Koolmees; en
  • Pensioen dat al eerder in aanmerking is genomen voor een WW-uitkering. De ratio hierachter is dat het onbillijk wordt geacht om ouderdomspensioen met meerdere (volgtijdelijke) WW-uitkeringen te verrekenen, aldus Koolmees.

Voorbeelden van de nieuwe uitzonderingen

In zijn Kamerbrief geeft Koolmees de volgende voorbeelden van de extra uitzonderingen.

Een werknemer ontvangt vanaf 1 januari 2017 een ouderdomspensioen en gaat met ingang van 1 maart 2017 opnieuw in loondienst werken. Deze werknemer wordt per 1 mei 2018 werkloos en voldoet aan de voorwaarden voor het recht op WW-uitkering. Op grond van de nieuwe uitzondering in het AIB (3:5, zevende lid) wordt zijn ouderdomspensioen niet verrekend met de WW-uitkering.

Een werknemer heeft twee dienstverbanden, A en B, naast elkaar. Het dienstverband A van deze werknemer eindigt met ingang van 1 januari 2017. Hij ontvangt vanaf genoemde datum vanuit dienstverband A een ouderdomspensioen. Daarnaast blijft het dienstverband B gewoon doorlopen. Betrokkene vraagt op dat moment geen WW-uitkering aan vanuit dienstverband A. Deze werknemer wordt per 1 mei 2018 werkloos uit dienstverband B en voldoet aan de voorwaarden voor het recht op WW-uitkering. Op grond van de nieuwe uitzodering in het AIB (3:5, achtste lid) wordt zijn ouderdomspensioen uit dienstbetrekking A niet verrekend met de WW-uitkering die hij ontvangt vanwege beëindiging van het dienstverband B. Het ouderdomspensioen uit dienstbetrekking A is reeds in aanmerking genomen voor de WW-uitkering die zou zijn ontstaan na eindiging van dienstverband A, indien hij deze zou hebben aangevraagd.

Commentaar

De uitbreiding van de uitzonderingen komt er kortweg op neer dat ook pensioenuitkeringen die voortvloeien uit een andere dienstbetrekking dan waaruit de werkloosheid ontstaat niet in mindering komen op de WW-uitkering. Deze uitbreiding draagt beslist bij aan het rechtvaardigheidsgevoel.

In het verleden werd veelvuldig geprocedeerd. Zie bijvoorbeeld onze nieuwsberichten van 9 april 2018, 12 september 2017; 10 april 2017, 18 april 2017, 15 september 2014. Meestal kreeg de WW-gerechtigde geen gelijk omdat hij niet kon aantonen dat het (pre)pensioen samenhing met de vermindering van het aantal uren uit de dienstbetrekking waaruit de werkloosheid ontstond. Of kreeg hij geen gelijk omdat het pensioen voortkwam uit een andere dienstbetrekking. Door de uitbreiding van de uitzonderingen zullen deze procedures beslist minder worden.

Deze extra uitzonderingen waren al in 2015 aangekondigd maar traden niet op 1 juli 2015 in werking omdat het UWV vanwege de grote hoeveelheid wetswijzigingen dit niet kon uitvoeren. Het UWV liet Koolmees weten dat zij dit wel kunnen uitvoeren vanaf 1 mei 2018. Voor de WW-gerechtigden bij wie de WW in het verleden is gekort met pensioen komt deze uitbreiding voor de reeds toegepaste kortingen te laat. Degenen die nu een WW-uitkering ontvangen die gekort wordt met pensioen, kunnen echter wel profiteren van de nieuwe regelgeving. Koolmees geeft in zijn brief aan dat ook de reeds lopende WW-uitkeringen indien deze nieuwe regelgeving van toepassing is, hierop met ingang van 1 mei 2018 hierop zullen worden aangepast . Voor hun toekomstige uitkeringen hebben zij vanaf 1 mei 2018 dus recht op een niet gekorte WW-uitkering.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief 24 mei 2018; 2018-0000078526

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 juni 2018