Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Pensioen is niet te splitsen voor de belastingheffing

19 april 2019

Het pensioen dat X krijgt van het ABP deelt hij in zijn aangifte inkomstenbelasting voor de helft toe aan zijn echtgenote. Hij vindt dat volledige toerekening aan hem niet eerlijk is. De belastingdienst en rechter gaan daarin niet mee.

50/50-verdeling voor inkomstenbelasting

De heer X krijgt van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (hierna: ABP) pensioen uitgekeerd. In zijn aangifte inkomstenbelasting van de jaren 2012 tot en met 2016 deelt hij zijn ABP-pensioen in gelijke mate toe aan hem en aan zijn echtgenote. X doet dit omdat dat pensioen in de algehele gemeenschap van goederen valt en is opgebouwd uit premies die zijn ingehouden op zijn loon en daarmee ten laste van die gemeenschap zijn gekomen.

De belastingdienst is het hiermee niet eens. Zij stelt dat de wet op de Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) zelfstandige regels voor de toerekening kent en dat pensioeninkomsten worden belast bij degene die dat pensioen heeft opgebouwd en aan wie dat pensioen wordt uitgekeerd. De belastingdienst rekent het pensioen volledig toe aan X.

Volledige toerekening pensioen terecht

Volgens de rechtbank heeft de belastingdienst terecht het pensioen volledig aan X toegerekend.

De rechtbank overweegt daarbij dat voor de fiscaliteit geldt dat pensioenuitkeringen worden toegerekend aan degene door wie die inkomsten zijn verworven en genoten. Dit volgt uit de Wet IB (artikelen 2.17 en 3.81) en de Wet op de loonbelasting (artikel 10 Wet LB). Nu het ABP pensioen is opgebouwd in het kader van de dienstbetrekking van X en ook aan X wordt uitgekeerd, heeft de belastingdienst dat op goede grond volledig aan eiser toegerekend. X heeft de pensioenuitkeringen in fiscale zin genoten. De rechtbank refereert hierbij aan eerdere uitspraken: HR 21 maart 2014 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 september 2013.

Commentaar

Volgens de Wet IB en de Wet LB worden pensioenuitkeringen volledig belast bij degene die recht heeft op de pensioenuitkering en deze geniet. Deze wetten zijn hierover duidelijk. Het is daarom opmerkelijk dat belastingplichtigen over zaken waarover de wet naar onze mening niets aan helderheid overlaat, het toch nodig vinden om hierover te procederen.

X voerde ook nog als argument aan dat volledige toedeling ‘niet eerlijk’ is. De rechter maakt met dit argument korte metten: de rechtbank is gehouden de wet toe te passen en mag de billijkheid en innerlijke waarde daarvan op basis van de Wet algemene bepalingen (artikel 11) niet toetsen.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord Nederland; 20 december 2018; publicatiedatum 15 april 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 19 april 2019.