Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioen ontslagleeftijd alleen voor jongeren omhoog. Discriminatie?

27 oktober 2016

Het College van de Rechten van de Mens oordeelt dat KLM en VNV niet discrimineren op grond van leeftijd door de pensioen ontslagleeftijd voor een vlieger op 56 jaar te handhaven, terwijl zij die voor jongere vliegers verhoogt.

Discrimineert de nieuwe cao naar leeftijd?

In de nieuwe cao komen KLM en de Vereniging voor Verkeersvliegers (VNV) een stapsgewijze verhoging van de verplichte pensioenleeftijd voor vliegers overeen. In de nieuwe cao staat: “De pensioenrichtleeftijd zal vanaf 1 juli 2016 in 4 stappen van 6 maanden worden opgehoogd tot een pensioenrichtleeftijd van 58 jaar. De mate van de individuele verhoging is afhankelijk van de geboortedatum van de vlieger.” Volgens de overgangsregeling in de cao verandert de pensioen ontslagleeftijd voor vliegers geboren vóór 1 juli 1960 niet.

X is geboren op 5 september 1959 en werkt als vlieger bij KLM. Op grond van de overgangsregeling in de cao verandert zijn ontslagleeftijd niet. Volgens X discrimineren KLM en de VNV hem op grond van leeftijd, omdat hij vanwege zijn geboortedatum wordt uitgesloten van de mogelijkheid om langer door te vliegen. X vindt dat KLM en VNV verboden onderscheid op grond van leeftijd maken door een overgangsregeling in te voeren met een stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd. Op grond hiervan krijgt X niet de mogelijkheid om langer door te vliegen dan de voor hem geldende pensioenleeftijd, terwijl hij dit wel zou willen. Volgens hem is het gemaakte leeftijdsonderscheid in de overgangsregeling niet objectief gerechtvaardigd.

KLM en VNV erkennen dat de overgangsregeling onderscheid naar leeftijd maakt maar stellen dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. X vraagt het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) te beoordelen of KLM en VNV een verboden onderscheid op grond van leeftijd maakten.

College: er is een objectieve rechtvaardiging

Het College stelt vast dat gedurende een periode van vier jaar de pensioenleeftijd van vliegers stapsgewijs omhoog gaat van 56 naar 58 jaar. De mate van verhoging hangt af van de geboortedatum van de vlieger. Voor vliegers die zijn geboren voor 1 juli 1960 verandert de pensioenleeftijd niet. Het College oordeelt op grond hiervan dat KLM en de VNV direct discrimineren op grond van leeftijd. Dit onderscheid is niet verboden als hiervoor een goede reden (objectieve rechtvaardiging) is. Volgens het College is er in dit geval sprake van een objectieve rechtvaardiging.

KLM en de VNV hebben twee redenen voor het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd. Ten eerste willen zij stagnatie in de carrière van jonge vliegers voorkomen. Ten tweede willen zij het loonoffer dat vliegers via pensioenpremies moeten maken, mogelijk maken op een manier die zo min mogelijk belastend is voor de vliegers. Volgens het College zijn deze doelen legitiem en kunnen deze doelen worden bereikt met het stapsgewijs invoeren van de pensioen ontslagleeftijd. Verder concludeert het College dat de overgangsregeling in evenredige verhouding staat tot de doelen en dat voor het middel geen geschikte alternatieven bestaan. Zonder de overgangsregeling is de onvoorspelbaarheid van het aantal vliegers dat langer doorwerkt, te groot. Dit kan de doorstroom van nieuwe vliegers in de weg staan. Bovendien is vier jaar nodig om het loonoffer voor alle vliegers zo min mogelijk belastend te maken. Een andere fasering is ook geen geschikt alternatief. De overgangsregeling is volgens het College ook niet onevenredig. Daarbij betrekt het College dat dit een collectief gemaakte en breed gedragen afspraak is, waarbij KLM en de VNV de belangen van alle vliegers tegen elkaar hebben afgewogen.

Commentaar

De uitspraak ligt in lijn met eerdere uitspraken van het College. Deze casus laat zien dat (leeftijds)discriminatie in beginsel verboden is, tenzij er een objectieve rechtvaardigingsgrond is. Voor de beoordeling of er sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond moet er sprake zijn van een legitiem en passend doel. En daarbij moeten het doel en middel in verhouding staan tot elkaar. Aan die drie eisen was voldaan bij de totstandkoming van de overgangsregeling.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: College voor de Rechten van de Mens 27 september 2016, oordeel 2016-99

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 oktober 2016