Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Pensioen opgebouwd tijdens arbeidsongeschiktheid belast in Nederland

24 april 2019

Een weduwe woont in het buitenland. Zij ontvangt partnerpensioen uit de regeling van haar overleden partner. Een deel van dit pensioen is opgebouwd ten tijde van arbeidsongeschiktheid. De rechter vindt dat ook het pensioen dat is opgebouwd gedurende de premievrijstelling voor arbeidsongeschiktheid in Nederland belast is.

Premievrijstelling arbeidsongeschiktheid

Een echtpaar emigreerde in 1989 naar het buitenland. De man was gedurende de periode waarin hij Nederlands belastingplichtig was, werkzaam als zelfstandig medisch specialist. Hij heeft in die werkzame periode premies voldaan voor de opbouw van pensioen dat is ondergebracht bij een Beroepspensioenfonds. De man was arbeidsongeschikt sinds de emigratie. Gedurende deze periode van arbeidsongeschiktheid betaalde hij geen premies meer ter zake van de verdere opbouw van het pensioen. De man overleed in 2002. Sinds die tijd ontvangt zijn weduwe, mevrouw B, een partnerpensioen.

B komt met de Inspecteur overeen dat het partnerpensioen voor 189/348-ste deel belast is in Nederland. Door deze verdeelsleutel worden de jaren van pensioenopbouw tijdens het verblijf in het buitenland niet in Nederland belast. De Inspecteur komt in 2011 terug op zijn standpunt. In een brief aan B meldt hij dat het partnerpensioen volledig in Nederland belast moet worden. In verband met het vertrouwensbeginsel wordt bij de belastingheffing tot en met 2010 rekening gehouden met de eerder afgesproken verdeelsleutel.

B is het niet eens met de inspecteur en stelt dat het partnerpensioen niet volledig in Nederland belast is.

Pensioen volledig belast in Nederland

B en de inspecteur zijn het erover eens dat wanneer het pensioen slechts gedeeltelijk in Nederland belast is, het te belasten bedrag daarvan overeenkomstig de verdeelsleutel moet worden bepaald.

Tot het inkomen uit werk en woning in Nederland behoren belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die voortkomen uit pensioenregelingen voor zover de daarvoor betaalde premies ten laste van de belastbare winst van een Nederlandse onderneming zijn gebracht. De tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid verschuldigde premies zijn betaald door het Bedrijfspensioenfonds. En dus door de voormalige werkgever van de echtgenoot niet ten laste gebracht van de winst van een Nederlandse onderneming. De rechter stelt vast dat de premies die zijn betaald door het Beroepspensioenfonds ook niet ten laste van een Nederlandse belastinggrondslag zijn gebracht, aangezien dit fonds is vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting. 

Voortzetting van de “premiebetaling” door het Beroepspensioenfonds betekent volgens de rechtbank dat het pensioen premievrij is gemaakt. De betaling van pensioenpremies door het Beroepspensioenfonds is een louter interne kwestie binnen het vermogen van dat fonds. De rechter wijst de stelling van B af omdat het totaal van de door de echtgenoot ter zake van de pensioenuitkeringen betaalde premies in mindering zijn gebracht op (Nederlandse) winst uit onderneming. De rechter komt dus tot de conclusie dat Nederland integraal heffingsbevoegd is over de pensioenuitkeringen.

Commentaar

In veel pensioenregelingen zit de dekking premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (pvi). Deze dekking zorgt ervoor dat de pensioenopbouw gewoon doorgaat tijdens arbeidsongeschiktheid van de werknemer . In de meeste gevallen neemt de pensioenuitvoerder in dat geval de “premiebetaling” over. Pensioenuitvoerder brengen deze dekking doorgaans in rekening. Pensioenverzekeraars doen dit door de pensioenpremie te verhogen met een procentuele opslag voor pvi.

Als in deze casus het Bedrijfspensioenfonds ook een opslag voor pvi in rekening heeft gebracht is deze opslag gedurende de Nederlandse opbouwperiode wel ten laste van de Nederlandse winst gebracht. Een en ander komt overeen met lijfrentes waarvan de premies gedeeltelijk zijn vrijgesteld door pvi. Volgens de rechtspraak is dan de lijfrente uitkering toch volledig belast of bij afkoop over de hele waarde revisierente verschuldigd. Zie ons bericht van 31 mei 2018. 

Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 februari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 april 2019.