Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Pensioenfonds is geen pensioenadviseur

14 maart 2019

X is ongeneeslijk ziek. Hij wil zijn ouderdomspensioen uitruilen in partnerpensioen. Dat kan volgens het pensioenreglement pas op de pensioendatum. Maar op die datum is X al overleden. Zijn partner eist toch partnerpensioen. Moet het pensioenfonds de eis van de partner inwilligen?

Uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen

De heer X ontvangt vanaf 1 juli 2014 van de Stichting Pensioenfonds HPN een tijdelijk ouderdomspensioen. Dit pensioen wordt uitgekeerd tot 1 juli 2017. Op die datum gaat het levenslange ouderdomspensioen van X in.

In september 2015 krijgt X te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Op 11 november 2015 gaan X en mevrouw Y een geregistreerd partnerschap aan. X meldt in december aan het pensioenfonds dat hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Hij vraagt het fonds naar de mogelijkheden van een partnerpensioen. Een medewerker van het fonds meldt telefonisch dat op de pensioendatum - 1 juli 2017 - het ouderdomspensioen kan worden uitgeruild tegen partnerpensioen.

X overlijdt op 18 mei 2016. Y claimt van het fonds alsnog een partnerpensioen omdat het fonds X niet voldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid het ouderdomspensioen te vervroegen en daardoor eerder het ouderdomspensioen om te ruilen in een partnerpensioen. In het pensioenreglement is hierover het volgende opgenomen:

“1. De (gewezen) deelnemer kan bij beëindiging van de deelneming en op de pensioeningangsdatum een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen omzetten in extra partnerpensioen. (…)”

“De (gewezen) deelnemer kan de ingangsdatum van het ouderdomspensioen vervroegen, naar een datum gelegen voor de pensioendatum”

Het fonds verklaart zich in maart 2017 bereid om uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen toe te staan onder voorwaarde dat partijen een verklaring voorleggen van goede gezondheid van X in december 2015

Tijdstip uitruil

Y stelt dat het fonds toerekenbaar tekort is geschoten in haar informatie- en zorgplicht naar X en zij hierdoor niet in aanmerking komt voor een partnerpensioen. Volgens Y heeft het fonds tijdens het telefoongesprek in december 2015 X ten onrechte niet gewezen op de reglementaire mogelijkheid tot vervroeging van de pensioeningangsdatum en daarmee eveneens een vervroegde ‘uitruil’-mogelijkheid. Als X op deze mogelijkheid was gewezen had hij, gezien zijn situatie, zeker van deze mogelijkheid gebruik gemaakt aldus Y.

Y legt haar grief eerst voor aan de Ombudsman Pensioenen. Deze stelt het fonds in het gelijk. De Ombudsman verwijst daarbij naar het aanbod van het fonds om de uitruil alsnog te laten plaatsvinden mits X in december 2015 een goede gezondheid had. Volgens de Ombudsman is het fonds gerechtigd deze voorwaarde te stellen.

Y legt het geschil vervolgens voor aan de rechtbank. De rechter stelt vast dat X en een medewerker van het fonds in december 2015 telefonisch met elkaar gesproken hebben. De medewerker van het fonds stelt dat hij zich niet kan herinneren of er in december 2015 met X over de mogelijkheid van vervroeging is gesproken. X heeft hem echter niets verteld over zijn ziekte of dat er enige vorm van urgentie was. Omdat niet over ziekte of urgentie is gesproken was er voor de medewerker geen reden om over vervroeging te beginnen omdat het fonds dan meer informatie geeft dan op dat moment zinvol is.

Volgens de Pensioenwet (PW) heeft de pensioenuitvoerder de plicht om een deelnemer in specifieke gevallen te informeren. Van specifiek belang in deze procedure is artikel 48 lid 3 PW:

“De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de pensioenregeling en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen.”

Volgens de rechter wil deze bepaling niet zeggen dat het fonds fungeert als pensioenadviseur. Wel is zij gehouden om op de persoon toegesneden informatie te verstrekken. Maar omdat het fonds niet op de hoogte was van de gezondheidstoestand van X was het fonds, volgens de rechter, niet verplicht ook te wijzen op de mogelijkheid van vervroeging van het ouderdomspensioen.

“Het vervroegen van de pensioeningangsdatum is geen onderwerp dat onlosmakelijk samenhangt met de mogelijkheid tot uitruil. Aan de ene kant kan een (gewezen) deelnemer overgaan tot uitruil, zonder zijn pensioeningangsdatum te vervroegen en aan de andere kant kan de pensioeningangsdatum vervroegd worden, zonder daarbij tot uitruil over te gaan. Als algemene regel kan dus niet gesteld worden dat als een (gewezen) deelnemer informatie vraagt over de mogelijkheden van uitruil, dat een pensioenfonds dan ook informatie dient te verstrekken over de mogelijkheden van vervroeging (en vice versa). Voordat deze verplichting ontstaat, zal daar een concrete aanleiding voor moeten zijn.” aldus de rechtbank.

De rechter bepaalt op basis van deze gronden dat het fonds geen onrechtmatig handelen kan worden verweten doordat zij X niet op eigen initiatief heeft geïnformeerd over de mogelijkheden van vervroeging. De vordering van Y wordt daarom afgewezen.

Commentaar

De rechter gaat in deze uitspraak uitgebreid in op de informatieplicht die een pensioenuitvoerder heeft aan deelnemers van de pensioenregeling. Deze informatieplicht is specifiek omschreven in de PW. De pensioenuitvoerder moet de deelnemer specifieke informatie verstrekken die is toegesneden op de persoon van de deelnemer. Maar volgens de rechter betekenen deze voorschriften niet dat de pensioenuitvoerder moet optreden als adviseur van de deelnemer of hem van advies moet dienen. De verplichting op het gebied van informatieverstrekking en zorgplicht gaan bij een (pensioen)advies verder dan de informatieplicht van de pensioenuitvoerder. 

Waarschijnlijk was de zaak anders komen te liggen als X in zijn mail van december 2015 en het daaropvolgende telefoongesprek met de medewerker van het pensioenfonds had gewezen op zijn gezondheidstoestand. Want daardoor was duidelijk dat X was gebaat met een uitruil op korte termijn. En dat was mogelijk door eerst het pensioen te vervroegen.

Een deelnemer van een pensioenregeling heeft veel keuze mogelijkheden. Het is ondoenlijk dat de deelnemer al deze keuze mogelijkheden kent laat staan dat hij het effect van elke mogelijkheid onderkent. Daarom is het bij bepaalde events verstandig dat een deelnemer zich laat bijstaan bij het maken van een dergelijke keuze. In dit geval werd de hulp van een pensioenadviseur pas ingeroepen na het overlijden van X. Het was beter geweest als hij deze ondersteuning had gehad bij het aangaan van het geregistreerde partnerschap.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 maart 2019