Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenfonds huisartsen corrigeert bij veel jongere partner

30 juli 2015

Is een kortingsregeling bij een leeftijdsverschil van meer dan 10 jaar discriminatoir? Huisarts X vindt van wel. Zijn pensioenfonds niet. Het Hof Den Haag vindt dat X niet voldoende bewijs levert dat er sprake is van ongeoorloofde discriminatie.

Wat speelde er?

X is deelnemer in de regeling van de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH). In 1997 trouwt X met P. P is 25 jaar jonger dan X. In het pensioenreglement van SPH staat onder meer het volgende over het partnerpensioen:

ARTIKEL 6

Bijzondere bepalingen ten aanzien van het partner- en wezenpensioen

(…)

2. Indien een (gewezen) deelnemer (…) een partnerrelatie aangaat met een partner, die meer dan 10 jaar jonger is dan hijzelf, wordt het partnerpensioen verminderd met 3% van het oorspronkelijke bedrag voor elk jaar, dat de partner meer dan 10 jaar jonger is dan de deelnemer (…). Het leeftijdsverschil wordt in gehele jaren bepaald, waarbij gedeelten van een jaar buiten beschouwing worden gelaten."

X is het niet eens met de korting van het nabestaandenpensioen. Volgens hem is er sprake van discriminatie naar geslacht en leeftijd. Hij vindt dat SPH de korting voor groot leeftijdsverschil daarom achterwege moet laten. 

Hof Den Haag

X is van mening  dat de kortingsregeling in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. En dat sprake is van verboden leeftijdsonderscheid. Het Hof geeft X daarin geen gelijk. Onder meer omdat X daarvoor onvoldoende bewijs levert.

Onderscheid naar geslacht

Het Hof: Voor de vraag of sprake is van indirecte discriminatie naar geslacht moet gekeken worden naar de deelnemerspopulatie binnen het Pensioenfonds. Volgens het Hof zijn er geen aanwijzingen dat de toepassing van de kortingsregeling binnen de populatie van deelnemers van SPH leidt tot een (significant) onderscheid naar geslacht. “Het enkele feit dat uit CBS-cijfers blijkt dat in Nederland mannen vaker zijn gehuwd met een vrouw die tien jaar jonger is dan andersom, en dat zulks ook binnen de populatie van het Pensioenfonds het geval is, doet hieraan niet af.” aldus het Hof. 

Het Hof concludeert dat X onvoldoende feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat de kortingsregeling een indirect onderscheid naar geslacht oplevert. Maar ook als wel sprake zou zijn van indirect onderscheid naar geslacht zou het Hof de vordering van X niet toewijzen omdat er volgens haar sprake is van een objectieve rechtvaardiging. 

Objectieve rechtvaardiging

Er is sprake van een objectieve rechtvaardiging als er een legitiem doel is en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. 

Als doel van de leeftijdskorting voerde SPH aan dat het nodig is om grenzen te stellen aan solidariteit. De meerkosten van het verzekerde nabestaandenpensioen bedragen 3% voor elk jaar dat de partner jonger is dan de deelnemer. De actuariële waarde van een ongekort partnerpensioen bij een leeftijdsverschil van 25 jaar bedraagt circa 2,4 maal de waarde in geval van een partner die drie jaar jonger is dan de deelnemer. Het gekorte partnerpensioen van X is actuarieel nog steeds 31% meer waard dan het "standaardpartnerpensioen”, aldus SPH.

In haar overwegingen nam het Hof mee dat de kortingsregeling het resultaat is van arbeidsvoorwaardenoverleg tussen de CAO-partijen. “Nu zeer wel te verdedigen valt dat de grens van de solidariteit dient te worden gelegd bij 10 jaar leeftijdsverschil, kan niet worden geoordeeld dat sprake is van verboden onderscheid.” aldus het Hof.

Het Hof vindt dat de kortingsregeling van SPH een passend en noodzakelijk middel is om het gerechtvaardigde doel te bereiken.

Onderscheid naar leeftijd

X stelde dat het aannemelijk is dat de kans dat een deelnemer een (veel) jongere partner krijgt, toeneemt met de jaren. Naar het oordeel van het hof vormt die stelling er onvoldoende basis voor het oordeel dat de kortingsregeling een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. De kortingsregeling hangt samen met en is gebaseerd op de (gemiddeld) hoge levensverwachting van een veel jongere partner ten opzichte van het opgebouwde nabestaandenpensioen. Dit betreft een actuariële grondslag. 

Volgens het Hof leidt de kortingsregeling van SPH niet tot een verboden onderscheid naar leeftijd. 

Commentaar

Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat de rechter zich niet laat leiden door aannames. X voerde onvoldoende feiten of omstandigheden aan om te kunnen vaststellen dat er sprake was van een verboden vorm van discriminatie. Het pensioenfonds onderbouwde met feiten en (actuariële) berekeningen dat de middelen voor het bereiken van het doel (korting groot leeftijdsverschil ter bescherming van de solidariteit) passend en noodzakelijk is.

Op 15 juli 2015 deed de Rechtbank Midden-Nederland ook een uitspraak over de kortingsregeling groot leeftijdsverschil bij SPH. In die procedure stelde de eiser dat de gemiddelde leeftijd van degenen die door de kortingsregeling worden getroffen hoger is dan de gemiddelde leeftijd van degenen die er niet door worden getroffen. Met andere woorden: oudere deelnemers worden eerder met de gevolgen van de kortingsregeling geconfronteerd dan jongere deelnemers. Volgens de kantonrechter berust ook deze stelling op een aanname. Eiser onderbouwde zijn stelling niet met statistische gegevens of andere relevantie feiten. Naar het oordeel van de kantonrechter was die aanname onvoldoende om als grondslag van de vordering te kunnen dienen. 

Als gevolg van discriminatiewetging gaan steeds meer uitvoerders ertoe over de korting grootleeftijdsverschil uit hun regeling te halen. Hierdoor zal het aantal procedures vanzelf afnemen. Bij SPH werd de korting op 1 januari 2007 geschrapt. Voor de jaren vóór 2007 bleef de korting bestaan. Tegen die korting maakten deze huisartsen met een veel jongere partner bezwaar.

Auteurs: Paul Lavrijssen en Vera Hek, adviseurs Aegon Adfis
Bronnen: Gerechtshof den Haag, 9 juni 2015; Rechtbank Midden Nederland, 15 juli 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 juli 2015