Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Pensioenfonds verstrekt wettelijk verplichte informatie pas na tussenkomst rechter en moet volledige proceskosten betalen

28 augustus 2019

Pensioenfonds weigert desgevraagd aan een deelnemer alle statuten en pensioenreglementen te verstrekken die betrekking hebben op haar totale dienstverband. Deelnemer moet naar de rechter om van haar wettelijk recht op informatie gebruik te kunnen maken. Pensioenfonds maakt daarmee misbruik van recht en moet de volledige proceskosten vergoeden.

Deelnemer vraagt bij pensioenfonds om informatie

X is in oktober 1989 in dienst getreden bij Y N.V. Zij trad toe tot de door de Stichting Pensioenfonds Y uitgevoerde pensioenregeling. In augustus 1998 wordt X volledig arbeidsongeschikt en ontvangt van het pensioenfonds een arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling voor de pensioenopbouw. In 2018 vraagt X tot drie maal toe het pensioenfonds om haar de statuten uit de periode 1982 tot en met 2002 alsmede de pensioenreglementen uit 1998, 2003, 2005 en alle wijzigingen/versies tussen december 1998 en december 2007 toe te sturen. 

Pensioenfonds verstrekt maar een deel

Het pensioenfonds stuurt X wel enkele oude pensioenreglementen toe, maar wijst het verzoek van X overigens af omdat volgens haar alleen de laatste versie van het pensioenreglement en de statuten voor X geldend zijn en alleen deze versies beschikbaar zijn.

Daarbij geeft het fonds aan bereid te zijn de specifieke fondsdocumenten die relevant kunnen zijn te verstrekken, maar vraagt het X daarbij eerst de reguliere klachtenprocedure te volgen. Het fonds schrijft X; “Dit betekent echter ook dat we nu niet tegemoet zullen komen aan uw verzoek om bij voorbaat de door u opgevraagde hoeveelheid aan reglementen en stukken toe te sturen”.

X stapt naar de rechter

X vordert bij de rechter dat het fonds de gevraagde stukken aan haar verstrekt. Zij heeft deze documenten nodig omdat ze haar rechtsbetrekking met het pensioenfonds en Y N.V. door de jaren heen wil nagaan en controleren. Onder meer om zo de juistheid van de hoogte van haar daar opgebouwde pensioen vast te stellen en te controleren. Dat wil zij per jaar vanaf 1989 doen en aan de hand van de documenten die haar pensioenopbouw in ieder van die jaren juridisch dicteerden. Daarmee heeft X volgens haar een duidelijk doel aangegeven om alle gevraagde documenten te ontvangen. Alleen door inzage in die stukken te krijgen kan zij haar rechtspositie en de hoogte van het pensioen zelf vaststellen en controleren. X voegt daar aan toe dat zij op basis van de Pensioenwet recht heeft op deze documenten. 

Het pensioenfonds brengt daar tegen in dat X geen recht heeft op afgifte van een zeer grote hoeveelheid documenten die thans haar positie ten opzichte van het pensioenfonds niet meer bepalen. Dat gaat volgens het pensioenfonds de grenzen van de op het fonds van toepassing zijnde wettelijke informatieplicht ver te buiten. Er bestaat bovendien geen concrete aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de opbouw van haar pensioenaanspraken door het fonds. De Pensioenwet verplicht volgens het pensioenfonds tot niet meer dan dat het toepasselijke pensioenreglement op de website van het fonds is te raadplegen.

Uiteindelijk verstrekt het pensioenfonds – zonder dat zij daarmee erkent dat zij daartoe verplicht is – de verzochte documenten aan X. De procedure spitst zich vervolgens toe op de vordering van X dat het pensioenfonds haar volledige proceskosten van ruim € 7.000 moet vergoeden omdat het pensioenfonds haar heeft gedwongen tot deze procedure terwijl zij de documenten op eerste aanvraag had moeten verstrekken.  

Kantonrechter geeft X aan alle kanten gelijk

De kantonrechter veegt de vloer aan met de argumenten van het pensioenfonds. In de Pensioenwet is geregeld dat de werkgever en de pensioenuitvoerder de werknemer informeren over de inhoud van de pensioenregeling. Uit de Pensioenwet volgt volgens de kantonrechter dat uit de artikelen 21, 46 en 46a ieder apart, doch zeker in onderlinge samenhang, zowel op grond van de formulering als naar hun strekking volgt dat een deelnemer recht heeft op alle documenten die betrekking hebben of hebben gehad op de pensioenopbouw gedurende de periode van het dienstverband. Hij voegt daaraan toe dat zelfs zonder uitdrukkelijke wetsartikelen op dit punt het immers voor de hand ligt dat een partij bij een overeenkomst toegang dient te hebben tot de informatie die de inhoud van de overeenkomst betreft en bepaalt. Uit de wetgeschiedenis van de PW blijkt bovendien dat de pensioenuitvoerder het geldende pensioenreglement op de website beschikbaar moet stellen, maar dat de deelnemer oude versies indien nodig bij de pensioenuitvoerder kan opvragen. Ook het argument dat het pensioenfonds de oude documenten niet ter beschikking hoeft te stellen omdat X geen concreet verwijt of concrete klacht heeft genoemd, gaat volgens de kantonrechter niet op. Hij begrijpt niet hoe X een concreet verwijt zou kunnen formuleren indien zij niet beschikt over de documenten die ten grondslag liggen aan haar pensioenopbouw. Zij heeft die volgens hem juist nodig om vast te kunnen stellen óf zij een concreet verwijt heeft.

De kantonrecht vindt dat het pensioenfonds voorafgaand aan het aanhangig maken van deze procedure had kunnen en moeten begrijpen dat haar verweer geen kans van slagen zou hebben. Hij vindt de opstelling van het pensioenfonds kwalijk, omdat deelnemers in een pensioenfonds per definitie een kennis- en informatieachterstand hebben ten opzichte van het pensioenfonds. Een vordering tot veroordeling van de wederpartij in de volledige proceskosten is toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Daarvan is in dit geval sprake en de kantonrechter wijst de vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten dan ook toe. 

Commentaar

Soms vraag je je af waarom partijen (door blijven) procederen. Dit is zo’n geval. De Pensioenwet en de daarbij behorende parlementaire geschiedenis zijn volstrekt helder. X had recht op alle gevraagde informatie. En het pensioenfonds had dat op eerste aanvraag moeten verstrekken. De argumentatie om dit niet te doen deugde niet en de kantonrecht is dan ook snoeihard in zijn oordeel. Het verhaal vertelt overigens niet of X na bestudering van de stukken inderdaad geen concrete aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de opbouw van haar aanspraken bij het pensioenfonds. 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5482

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 augustus 2019.