Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Pensioengerechtigde leeftijd in pensioenontslagbeding is AOW-leeftijd.

Pensioengerechtigde leeftijd in pensioenontslagbeding is AOW-leeftijd.

28 februari 2020

Een arbeidsovereenkomst bevat een pensioenontslagbeding. Dat houdt in dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Op grond van het Haviltex-criterium komt Rechtbank Gelderland tot de conclusie dat de pensioengerechtigde leeftijd in dezen de AOW-ingangsleeftijd is.

Arbeidsovereenkomst met pensioenontslagbeding

Mevrouw X werkt sinds 1991 bij de Orde van Advocaten in het Arrondissement Gelderland. In eerste instantie op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst. In 2005 leggen werkgever en X deze overeenkomst schriftelijk vast. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is een zogenoemd pensioenontslagbeding opgenomen. Op grond van dit beding: “eindigt de arbeidsovereenkomst tussen partijen in ieder geval als werkneemster de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt”. Vanaf 1 januari 2005 is er een pensioenverzekering afgesloten bij een pensioenverzekeraar. Daarin is de pensioendatum bepaald op de 65-jarige leeftijd van X. X mocht echter zelf de ingangsdatum van haar pensioen uit hoofde van deze verzekering bepalen op een moment tussen haar 65e en 70e. De pensioenrichtleeftijd van X is inmiddels 68 jaar.

De werkgever wil met een beroep op het pensioenontslagbeding de arbeidsovereenkomst beëindigen op het moment dat X de voor haar geldende AOW-ingangsdatum van 66 jaar en 4 maanden bereikt. X wil doorwerken tot haar 68e.
X stapt naar de kantonrechter en vraagt een verklaring voor recht dat haar arbeidsovereenkomst pas per 5 juli 2021 (als zij 68 wordt) eindigt.

Kantonrechter wijst vordering af, pensioeningangsdatum is AOW-datum

De kantonrechter constateert dat het gaat om de uitleg van het pensioenontslagbeding in de door partijen in 2005 afgesloten arbeidsovereenkomst. De vraag die daarbij beantwoord moet worden, is hoe ‘de pensioengerechtigde leeftijd’ moet worden uitgelegd. Deze vraag kan volgens de kantonrechter niet alleen op grond van een zuiver taalkundige uitleg worden beantwoord. De taalkundige uitleg geeft namelijk geen uitsluitsel omdat ‘de pensioengerechtigde leeftijd’ zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd kan betekenen. Daarom bepaalt de kantonrechter de uitleg op basis van het zogenaamde Haviltex-criterium. Dat betekent dat hij kijkt naar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het beding mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Volgens de kantonrechter zijn daarbij de volgende omstandigheden van belang. Toen het beding werd overeengekomen bestond er slechts één pensioengerechtigde leeftijd en dat was de AOW-leeftijd van 65 jaar. Deze vaststaande leeftijd viel samen met de leeftijd vanaf wanneer de werknemers van de Orde recht hadden op aanvullend pensioen. Pas vanaf 2014 zijn deze leeftijden niet meer per definitie aan elkaar gelijk. Zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd zijn verhoogd, maar niet in gelijke mate. Het verschil in de pensioenleeftijd is dus pas na 2014 ontstaan en bestaat volgens de kantonrechter daaruit dat de ingang van het aanvullende pensioen afhankelijk is geworden van de keuze van de pensioengerechtigde, terwijl de AOW-leeftijd door de overheid wordt vastgesteld op een objectief bepaalbaar moment.
Daaraan verbindt de kantonrechter de conclusie dat, omdat de AOW-leeftijd net als ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst ook nu nog steeds vaststaat, het voor de hand ligt dat met de pensioengerechtigde leeftijd deze vaststaande leeftijd is bedoeld en niet de pensioenrichtleeftijd van het werknemerspensioen nu deze afhangt van de keuze van de werknemer.
Tenslotte acht de kantonrechter het van belang dat het Nederlandse ontslagsysteem mede is gebaseerd op het uitgangspunt dat de arbeidsovereenkomst in principe eindigt bij het bereiken van de AOW leeftijd.

De kantonrechter wijst de vordering van X af.

Commentaar

Onder de vuurtoren is het altijd het donkerst, zei mijn Moeder altijd. Wat dat betreft is het pikant dat zelfs de Orde van Advocaten de kantonrechter nodig had om vast te stellen wat werd bedoeld met de pensioengerechtigde leeftijd. Zoals wij al eerder constateerden in ons nieuwsbericht van 18 februari 2020 is het cruciaal hoe een en ander is verwoord. Ook hier was dat niet bij voorbaat duidelijk en moest de kantonrechter het Haviltex-criterium toepassen om de bedoeling van partijen vast te stellen. Dat dit niet altijd tot dezelfde conclusie leidt, blijkt uit de zaak die wij bespraken in ons nieuwsbericht van 7 oktober 2019. Daarin kwam het hof Amsterdam op basis van hetzelfde Haviltex-criterium tot de conclusie dat onder pensioengerechtigde leeftijd in dat geval de pensioenrichtleeftijd moest worden verstaan. Het gaat om de bedoeling van partijen en de verwachtingen die zij redelijkerwijs over en weer mochten hebben. Het hof Amsterdam gaf daarbij aan dat daarbij een belangrijke rol speelt ‘tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van deze partijen kan worden verwacht’. In deze casus was X jurist en kennelijk goed thuis in de pensioenmaterie. Als dat niet het geval zou zijn geweest, had het oordeel op grond van het Haviltex-criterium zo maar anders uit kunnen vallen. Hieruit blijkt in ieder geval maar weer eens dat het de moeite loont om bestaande arbeidsovereenkomsten periodiek te toetsen aan gewijzigde (pensioen)wetgeving.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Gelderland, 5 februari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:665

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 februari 2020.