Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenontslagbeding; rechter hecht meer waarde aan de bedoeling

20 mei 2016

In een arbeidsovereenkomst staat een pensioenontslagbeding. De werknemer werkt door na de AOW ingangsdatum. Kan zijn arbeidsovereenkomst dan nog van rechtswege eindigen? Hierover oordeelde de Rechtbank Amsterdam.

Pensioenontslagbeding

Werknemer X bereikt de AOW-gerechtigde leeftijd. Hij blijft daarna doorwerken voor zijn werkgever.

Het Arbeidsvoorwaardenreglement Koninklijke Horeca Nederland is van toepassing op zijn arbeidsovereenkomst. Daarin staat:

“Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gelden de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, tenzij daarvan in het hiernavolgende is afgeweken.
(…)
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd eindigt zonder nadere opzegging op de dag waarop je de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.”

(hierna: het pensioenontslagbeding).

BW kent eenmalige opzegmogelijkheid bij bereiken pensioenleeftijd

De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst met X op na zijn AOW-gerechtigde leeftijd in oktober 2015. X vindt dat door het pensioenbeding in zijn arbeidsovereenkomst, deze op zijn AOW-datum eindigde. En dat daarna een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan. Voor het beëindigen van die nieuwe arbeidsovereenkomst had zijn werkgever toestemming moeten vragen aan het UWV of de kantonrechter. Nu de werkgever dat niet deed, eist X salaris tot het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt.

Volgens de werkgever is er geen sprake van een nieuwe arbeidsovereenkomst maar van een voortzetting van de bestaande. En geeft het Burgerlijk Wetboek (in artikel 7:669 lid 4 BW) een eenmalige opzeggingsmogelijkheid in verband met de pensioenleeftijd. Die opzegging kan ook na de dag waarop de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. X is van mening dat de werkgever deze eenmalige opzeggingsmogelijkheid al heeft gebruikt door het pensioenontslagbeding. Op de opzegging van de nieuwe arbeidsovereenkomst zijn daarom de gewone regels van het ontslagrecht van toepassing.

Kantonrechter volgt de bedoeling

De kantonrechter stelt X in het ongelijk. Volgens de rechter klopt het betoog dat door het pensioenontslagbeding sprake is van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Daardoor is artikel 7:669 lid 4 BW niet van toepassing wanneer je kijkt naar de letterlijke tekst. Maar dat doet geen recht aan de feitelijke situatie en aan de strekking van dit artikel.

De kantonrechter: “Volgens het pensioenbeding eindigt de arbeidsovereenkomst op de pensioendatum van rechtswege zonder opzegging. Partijen hebben aan dit beding geen uitvoering gegeven, maar hebben de reeds bestaande arbeidsovereenkomst stilzwijgend voortgezet.”

Als het betoog van X - dat na de AOW-datum een nieuwe arbeidsovereenkomst is ontstaan - zou worden gevolgd, dan wordt volgens de rechter voorbij gegaan aan het door de regering geachte voordeel van de regeling. Dit voordeel is volgens de rechter dat een werkgever een pensioengerechtigde werknemer na het bereiken van de pensioendatum kan laten doorwerken in de wetenschap dat bij een ontslag geen procedure hoeft te worden gevolgd voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het doel van de regeling is immers om doorwerken na de AOW-leeftijd mogelijk te maken.

De rechter laat de opzegging in stand en wijst de vorderingen van X tot loondoorbetaling af.

Commentaar

Sinds 1 juli 2015 kan een arbeidsovereenkomst met een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt zonder een ontslagprocedure worden opgezegd. Voorwaarde hierbij is dat de arbeidsovereenkomst is ingegaan vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd en niet anders schriftelijk is overeengekomen. Wanneer een werkgever daarna een AOW'er in vaste dienst neemt, gelden wel weer de gewone ontslagregels. Zie ook ons nieuwsbericht van oktober 2015.

In de meeste arbeidsovereenkomsten staat evenwel een pensioenontslagbeding dat bepaalt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. De vraag is hoe dit pensioenontslagbeding zich verhoudt met het huidige artikel 7:669 lid 4 BW. Strikt genomen eindigt volgens zo’n beding de arbeidsovereenkomst van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. En ontstaat een nieuwe arbeidsovereenkomst als de werknemer na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd doorwerkt. En dan is de arbeidsovereenkomst niet ontstaan vóór de AOW-leeftijd. De rechter onderkent in juridische zin het probleem, maar hecht deze keer meer waarde aan de bedoeling van de wetgever met artikel 7:669 lid 4 BW.

De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt van rechtswege wanneer dit op de juiste wijze en helder is overeengekomen. Voor zover dat nog niet is gedaan, doen werkgevers er goed aan om hun arbeidsovereenkomst hierop na te zien. Dat voorkomt rechtszaken. Het is immers niet zeker dat een hogere rechter even praktisch met deze vraag omgaat als de (kanton)rechter in deze zaak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Amsterdam, 24 maart 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 mei 2016.