Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Pensioenontslagleeftijd 56 jaar voor piloten geen verboden leeftijdsonderscheid

13 mei 2019

KLM wijzigt de pensioenontslagleeftijd stapsgewijs van 56 naar 58 jaar. Volgens een aantal piloten, geboren vóór 1 juli 1960, is deze pensioenontslagleeftijd en de stapsgewijze verhoging daarvan, verboden leeftijdsonderscheid. Het Hof is het niet eens met deze stelling.

Pensioenontslagleeftijd

Tot 2015 hanteerde KLM voor piloten een pensioenontslagleeftijd van 56 jaar. Deze ontslagleeftijd kon maximaal worden uitgesteld tot 58 jaar als desbetreffende piloot in deeltijd bleef doorwerken. In overleg met de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) is KLM een nieuwe cao overeen gekomen. Volgens deze cao wordt de pensioenleeftijd van piloten, die geboren zijn na 30 juni 1960, vanaf 1 juli 2016 stapsgewijs verhoogd van de 56- naar de 58-jarige leeftijd (hierna: de Overgangsregeling). De verhoging van de pensioenontslagleeftijd is ingegeven door de toegenomen levensverwachting.

Een aantal piloten, geboren vóór 1 juli 1960, stelt dat de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd in strijd is met het verbod van leeftijdsdiscriminatie, zoals uitgewerkt in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbl). Zij eisen een pensioenontslagleeftijd op 65 jaar of ten minste op 58 jaar.

Geen verboden leeftijdsonderscheid

De kantonrechter wijst de vorderingen van de piloten af. De rechter baseert zich daarbij op het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2012 waarin zij oordeelde dat het pensioenontslag voor vliegers bij het bereiken van de leeftijd van 56 jaar objectief gerechtvaardigd is. De doelen die KLM en VNV aanvoeren voor de Overgangsregeling zijn dezelfde als die door de Hoge Raad legitiem werden geacht, aldus de rechter. Het belangrijkste doel voor KLM en VNV met de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd is een gezond doorstroombeleid met een spreiding van de stagnatie onder jongere vliegers. Dat doel is legitiem, en de Overgangsregeling is passend en noodzakelijk om dat doel te bereiken. De Overgangsregeling is proportioneel en KLM en VNV hebben de belangen van de verschillende leeftijdscategorieën zorgvuldig afgewogen en daarbij flankerende maatregelen genomen om de pijn voor de verschillende categorieën vliegers zoveel mogelijk te verzachten.

Het Hof stelt vast dat de piloten niet betogen dat het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2012 onjuist is. Het Hof gaat daarom uit van de juistheid van dat arrest. Het Hof constateert wel dat zich ten opzichte van de situatie waarover de Hoge Raad in voornoemde arrest heeft beslist een belangrijk verschil voordoet. Namelijk dat dat KLM de door de Hoge Raad gesanctioneerde pensioenleeftijd van 56 jaar op grond van de Overgangsregeling stapsgewijs heeft verhoogd naar 58 jaar. De piloten stellen dat hiervoor geen legitiem doel aanwezig is omdat er thans geen tekort aan piloten bestaat en er een ander systeem van opleidingskosten is. Volgens de KLM is er wel een tekort aan piloten. En het Hof stelt vast dat jonge piloten in het algemeen hoge opleidingskosten moeten maken die in de loop van hun werkende bestaan moeten worden afgelost. De noodzaak tot aflossing vormt onverminderd een aspect om rekening mee te houden daar waar het gaat om een evenwichtige personeelsopbouw. Op deze punten verschilt de huidige situatie daarom niet wezenlijk van die waarover de Hoge Raad in 2012 geoordeeld heeft, aldus het Hof.

De piloten stellen tevens dat het door KLM gebruikte middel om tot het doel te komen niet passend is. Zij voeren een aantal andere oplossingen aan om het door KLM gestelde doel te bereiken. Het Hof verwerpt al deze alternatieven en stelt de piloten in het ongelijk. 

Commentaar

Volgens de Wgbl is leeftijdsonderscheid in arbeidsvoorwaarden nietig, tenzij de werkgever kan aantonen dat voor het leeftijdsonderscheid een objectieve rechtvaardiging is. In dat geval is er geen sprake van een verboden onderscheid. Voor een objectieve rechtvaardiging moet vast staan dat het doel van de regeling legitiem is en dat de het middel dat gebruikt is om dit doel te behalen passend en noodzakelijk is. De Hoge Raad verklaarde al eerder dat een ontslagleeftijd op 56 jaar voor piloten een legitiem doel kan hebben.

Omdat volgens het Hof de omstandigheden nog steeds hetzelfde zijn als in 2012 is er volgens het Hof ook in dit geval nog steeds sprake van een legitiem doel, namelijk een goede doorstroming van piloten en een evenwichtige spreiding over oud en jong zonder stagnatie voor beginnende vliegers. Het middel is passend en noodzakelijk. Althans het Hof vond geen van de door de piloten aangedragen alternatieven voldoende voor het behalen van het doel. Tenslotte was het middel ook in de ogen van het Hof ook proportioneel.

Deze zaak is een schoolvoorbeeld waarin door een objectieve rechtvaardiging geen sprake is van een verboden onderscheid.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 30 april 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 mei 2019.