Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioenopbouw arbeidsongeschikte werknemer bij PFZW

10 september 2018

Een werknemer wordt arbeidsongeschikt. Op grond van de vangnetregeling Wajong krijgt hij de eerste twee jaar een ZW-uitkering. De werkgever vult dit bedrag aan tot de in de cao opgenomen doorbetalingsverplichting. Het pensioenfonds verleent de werknemer geen premievrijstelling omdat de ZW-uitkering wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid. De rechter stelt het pensioenfonds in het gelijk. 

Arbeidsongeschiktheidsuitkering en premievrijstelling

De heer E ontvangt tot 2005 een Wajong-uitkering. In 2005 treedt hij in dienst van werkgever X. Deze meldt hem aan voor de pensioenregeling die wordt uitgevoerd door de Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).

Op 18 augustus 2016 meldt E zich ziek. Omdat hij voorafgaand aan de dienstbetrekking recht had op een Wajong-uitkering heeft hij bij arbeidsongeschiktheid recht op een ZW-uitkering van 70% van het dagloon gedurende 104 weken (vangnetregeling Wajong). De ZW-uitkering van het UWV bedraagt € 147,10 per dag. Vanaf zijn ziekmelding vult werkgever X de ZW-uitkering aan tot 100% van het loon gedurende de eerste twaalf maanden, vervolgens op 85% gedurende zes maanden en ten slotte op 70% gedurende zes maanden. 

In de brief van 23 februari 2017 deelt PFZW aan E mee dat hij recht heeft op premievrije pensioenopbouw bij PFZW. Deze premievrije voortzetting is met toepassing van artikel 5.4 lid 5 Pensioenreglement op 0% bepaald. Dat komt omdat het PFZW de ZW-uitkering aanmerkt als inkomen uit arbeid. Het pensioenreglement vermeldt hierover het volgende:

“Artikel 5.4 Premievrije voortzetting van de deelneming tijdens arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA
1. De deelnemer heeft recht op een premievrije voortzetting van de deelneming als hij ziek is geworden tijdens de deelneming. 
(…)
5. Het arbeidsongeschiktheidspercentage als bedoeld in het eerste (…) lid wordt vastgesteld door de verhouding tussen:

  • het ongemaximeerde WIA-maandloon verminderd met het inkomen dat de deelnemer per maand minimaal kan verdienen, en het
  • ongemaximeerde WIA-maandloon,

te vermenigvuldigen met 100%.

De mate van voortzetting is volgens onderstaande tabel gerelateerd aan dit arbeidsongeschiktheidspercentage met dien verstande dat daarbij ook rekening wordt gehouden met de verdiensten uit arbeid als die hoger zijn dan wat hij minimaal kan verdienen.”

De werkgever heeft over het gehele loon (dus zonder aftrek van de ZW-uitkering) het werkgeversdeel van de pensioenpremie afgedragen en het werknemersdeel ingehouden en afgedragen. 

E claimt dat zijn ZW-uitkering ten onrechte is aangemerkt als bijverdiensten uit arbeid. En vraagt de rechter om PFZW te veroordelen tot het toekennen van een premievrije voortzetting op basis van 80-100%. 

ZW-uitkering is inkomen uit arbeid

De rechter onderzoekt eerst of de ZW-uitkering kan worden aangemerkt als inkomen uit arbeid volgens het pensioenreglement. De kantonrechter stelt dat het Pensioenreglement naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd. Volgens de rechter ligt het voor de hand dat PFZW bij de vraag wat onder inkomsten uit arbeid moet worden verstaan aansluiting zoekt bij het inkomensbegrip in het Inkomensbesluit: “De mate van premievrije voortzetting wordt immers ook berekend aan de hand van hetgeen UWV bij de toepassing van de WIA heeft bepaald, en daarbij is het Inkomensbesluit rechtstreeks van toepassing. Bovendien is ook naar algemeen spraakgebruik een werknemersverzekering als de Ziektewet een verdienste uit arbeid.”

De rechter gaat ervan uit dat het pensioenreglement is gericht op het geven van regels voor de vaststelling van het recht op pensioen van deelnemers. E heeft onvoldoende gesteld dat een andere bedoeling van het Pensioenreglement kan worden afgeleid. Hierbij is mede van belang dat de werkgever over het volledige loon van 100%, 85% respectievelijk 70% (dus zonder aftrek van de ZW-uitkering) pensioenpremie heeft afgedragen. Net als arbeidsongeschikte werknemers die niet onder de vangnetregeling vallen bouwt E dus gewoon pensioen op tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. De opvatting van PFZW is naar het oordeel van de kantonrechter daarom redelijk. Hieraan doet niet af dat de vangnetregeling slechts 70% van het loon vergoedt, en niet tevens de pensioenpremie.

Commentaar

Wat is het belang van E in deze procedure? Immers de rechter stelt vast dat E net als arbeidsongeschikte werknemers die niet onder de vangnetregeling vallen pensioen opbouwt. tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. Het verschil zit er kennelijk in, dat de ZW-uitkering op grond van het pensioenreglement wel als “verdiensten uit arbeid” worden aangemerkt en een uitkering op basis van de WIA niet. Dat zou inhouden dat een deelnemer met een WIA-uitkering wel in aanmerking komt voor premievrijstelling en een deelnemer met een ZW-uitkering niet. Met andere woorden de deelnemer met een WIA-uitkering betaalt geen eigen bijdrage en de deelnemer met een ZW-uitkering wel. In dat opzicht is het bezwaar van E wel begrijpelijk. Nu hij al in aanmerking komt voor de ZW-uitkering wordt zijn WIA uitkering op nul gezet. Hierdoor betaalt hij een eigen bijdrage terwijl hij dat niet had hoeven te doen als hij een WIA-uitkering ontving. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 29 augustus 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 september 2018.