Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenpremie bij buitenlandse verzekeraar aftrekbaar

30 januari 2014

Het Europese Hof van Justitie (HvJ) oordeelde dat Belgische fiscale pensioenregels in strijd zijn met de vrijheid van dienstverrichting binnen de EU. Pensioenpremies zijn alleen in België aftrekbaar als deze aan een Belgische verzekeraar worden betaald. En dat staat het HvJ niet toe. Dat is niet nieuw, het Hof oordeelde in eerdere zaken op een vergelijkbare manier. Maar grensoverschrijdende pensioenproducten worden nog steeds niet aangeboden.

Procedure

De Europese Commissie (EC) stuurde al in 2006 een brief aan de Belgische regering waarin zij meldde dat het EU-recht het niet toestaat dat pensioenpremies alleen aftrekbaar zijn als zij aan een in België gevestigde verzekeraar worden betaald. Dit vormt immers een belemmering van de vrijheid van dienstverrichting.  De EC was niet tevreden met de reactie van België en startte een procedure voor het HvJ. Het Hof deed op 23 januari 2014 uitspraak en gaf de EC gelijk.

Belgische argumenten

De regering van België voerde diverse argumenten aan om haar standpunt te rechtvaardigen:

  1. De interne samenhang van het Belgische belastingstelsel.

Daarmee bedoelt de regering de dat de pensioenuitkeringen belast zijn wanneer de pensioenpremie aftrekbaar is (de omkeerregel) en ze zijn vrijgesteld als geen belastingaftrek is toegekend. Het HvJ is het hiermee niet eens. Als voorbeeld geeft zij:  stel dat een inwoner van België een aftrekbare pensioenpremie betaalt aan een buitenlandse verzekeraar. Niets weerhoudt België ervan om de uitkeringen te belasten als de gepensioneerde op dat moment in België woont. En wanneer de gepensioneerde niet meer in België woont, vindt er ook belastingheffing plaats. Weliswaar niet in België, maar in het woonland van de gepensioneerde. Er is dus sprake van een samenhang tussen aftrek en heffing. Het HvJ heeft het argument van interne samenhang in eerdere zaken ook al afgewezen (bijvoorbeeld Wielockx (C80/94) en Danner (C136/00)).

  1. De noodzaak van doeltreffende fiscale controles.

Belgische verzekeraars zijn verplicht om de belastingdienst te informeren over betaalde premies en om belastingen over de uitkeringen in te houden. Het HvJ is het daar niet mee eens. Het Hof verwijst naar de richtlijn over internationale bijstandsverlening bij belastingheffing. Daarnaast kan de Belgische belastingdienst de belastingplichtige om bewijsstukken vragen voordat zij belastingaftrek toestaat.

  1. De bescherming van de belangen van de spaarders.

Dit is volgens de Belgische regering noodzakelijk om te garanderen dat het pensioen waarop zij recht zullen hebben ook wordt uitgekeerd. De Belgische wetgeving voorziet in een procedure voor erkenning van de pensioenspaarfondsen en in de mogelijkheid van intrekking van deze erkenning, en legt investerings- en rapporteringsverplichtingen op. Volgens België zijn de regels van het EU-recht inzake de uitwisseling van inlichtingen tussen lidstaten zwaar en traag. Zij waarborgen dus niet dat in een andere lidstaat gevestigde instellingen en fondsen deze verplichtingen nakomen. Ook dit argument overtuigt het Hof niet. Volgens het Hof toont België niet aan dat er geen andere middelen bestaan om consumenten te beschermen.

Commentaar

Het arrest van het HvJ komt niet als een verrassing. Bij vergelijkbare eerdere rechtszaken, waarbij vaak dezelfde argumenten door de lidstaten werden gebruikt, oordeelde het Hof op eenzelfde manier.

Het is duidelijk dat een lidstaat geen premieaftrek kan weigeren als de verzekeraar in een andere lidstaat is gevestigd. Het pensioen- of lijfrenteproduct moet wel voldoen aan de fiscale voorwaarden die aan een dergelijk product worden gesteld. Als de fiscale regels bijvoorbeeld voorschrijven dat afkoop niet is toegestaan, moet het product bij de buitenlandse verzekeraar dit volgen. Hierdoor is het voor een verzekeraar in de praktijk lastig om verzekeringsproducten in een andere lidstaat aan te bieden.  Dit is dan ook één van de redenen waarom er erg weinig grensoverschrijdende pensioenproducten worden aangeboden.

 

Adviseur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Uitspraak Hof van Justitie EU, C-296/12 - Commissie/België, 23 januari 2014.