Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenpremie IB-ondernemer aftrekbaar

20 februari 2015

Premies voor beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling komen ten laste van de winst als de zelfstandige beroepsbeoefenaar aan een aantal voorwaarden voldoet. In antwoord op Kamervragen ging de Staatssecretaris van Financiën in op deze voorwaarden.

Aftrek pensioenpremies IB-ondernemers

IB-ondernemers die verplicht deelnemen aan een beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling kunnen de  pensioenpremies ten laste brengen van de winst. Het pensioengevend loon/inkomen bestaat uit de winst van de onderneming voor toe- of afname van de oudedagsreserve en ondernemersaftrek in het derde jaar voorafgaande het jaar van deelneming (t-3). De aftopping van het pensioengevend inkomen op € 100.000 per jaar, die geldt vanaf 2015 voor werknemers, geldt ook voor deze IB-ondernemers.

Kennelijk vonden twee Kamerleden de bepaling van het pensioengevend inkomen in sommige gevallen onbillijk. Zij legden de volgende casus aan de Staatssecretaris voor.

Een zelfstandig fysiotherapeut is verplicht aangesloten bij het beroepspensioenfonds voor fysiotherapeuten. In 2013 raakt hij voor een groot deel arbeidsongeschikt. Voor de pensioenpremie 2015 wordt nu gekeken naar de winst uit onderneming in 2012. Hij moet nu meer dan het dubbele van zijn huidige inkomen aan pensioenpremie betalen. De Kamerleden vroegen de Staatssecretaris of IB-ondernemers mogen afwijken van het referentiejaar en van het inkomen in het referentiejaar.

 

De Staatssecretaris gaf als antwoord dat de driejaarstermijn was ingevoerd om IB-ondernemers voldoende tijd te geven voor de vaststelling van dit pensioengevend inkomen. En dat het fiscaal altijd is toegestaan om van een lager bedrag uit te gaan dan het bedrag dat ten hoogste als pensioengevend inkomen in aanmerking mag worden genomen. Om de gevolgen van een tussentijdse ziekte of arbeidsongeschiktheid op het fiscale maximale inkomen te beperken geldt een speciale regeling. IB-ondernemers voor wie het inkomen in het jaar ‘t- 3’ is verlaagd als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid, mogen uitgaan van de gemiddelde (gecorrigeerde) winst uit onderneming in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de ziekte of arbeidsongeschiktheid. Maar ook hiervoor geldt  dat het fiscaal altijd is toegestaan om van een lager bedrag uit te gaan dan het bedrag dat ten hoogste als pensioengevend inkomen in aanmerking mag worden genomen.

Het is aan sociale partners om te bepalen of men een bepaald risico wil dekken en hoe men dat wil doen. Zo zijn in veel pensioenregelingen afspraken gemaakt over een premievrije voortzetting van pensioenopbouw bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Het is ook mogelijk dat sociale partners overeenkomen dat bij arbeidsongeschiktheid de pensioenopbouw plaatsvindt op basis van een lager inkomen.

 

Commentaar

De antwoord van de Staatssecretaris is logisch. De Wet op de inkomstenbelasting geeft op dit punt alleen een fiscaal kader aan. Het is aan de sociale partners om binnen deze kaders invulling te geven aan de pensioenregeling. Dat maakt dat de IB-ondernemer die verplicht deelneemt aan een beroeps- of bedrijfstakpensioenfond s daarop weinig tot geen invloed heeft.

 

Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Antwoorden op vragen van de leden Groot en Vermeij, d.d. 16 februari 2015; DB/2015/44

Beantwoording Kamervragen pensioenopbouw | Brief | Rijksoverheid.nl

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 februari 2015