Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioenreglement is leidend. Geen gerechtvaardigd vertrouwen te ontlenen aan mededeling op website.

25 mei 2018

Mededelingen op de website van de pensioenuitvoerder leiden er niet toe dat werknemer er op mag vertrouwen dat hij aanspraak kan maken op een hoger invaliditeitspensioen dan het hem toegekende pensioen, waarvan de hoogte conform het in de van toepassing zijnde regelementen bepaalde, is afgeleid van het voor hem geldende WAO-dagloon.

Pensioenreglement en website zeggen iets anders

X is deelnemer in de verplicht gestelde pensioenregeling van het BPF Bouw. Hij raakt voor 15 tot 25 procent arbeidsongeschikt en krijgt een loondervingsuitkering ter grootte van 14% van zijn dagloon, een jaar later gevolgd door een vervolguitkering ingevolge de WAO.

Op grond van het Pensioenreglement Bouwnijverheid heeft een deelnemer die een vervolguitkering ingevolge de WAO ontvangt, vanaf de dag dat deze uitkering is toegekend recht op een invaliditeitspensioen. Volgens het reglement is de grondslag van dit pensioen het WAO-dagloon, verminderd met de daarin begrepen vakantietoeslag.

Op de website van het BPF staat dat het invaliditeitspensioen aanvult; “tot uw laatste loon voordat u ziek werd”. X betoogt dat hij dus aanspraak kan maken op een hoger invaliditeitspensioen op basis van zijn laatste loon. Dat wil volgens hem zeggen alle looncomponenten, waaronder toeslag meewerkend voorman, kleedgeld, zitgeld en vakantiebonnen waarop hij recht had toen hij ziek werd.

De kantonrechter wees de vordering van X af omdat het standpunt van X geen steun vindt in de regeling omtrent het vaststellen van de hoogte van het invaliditeitspensioen. Het reglement gaat immers uit van het WAO-dagloon en niet van het laatstverdiende loon. X gaat tegen deze uitspraak in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.

Ook het hof wijst de vordering af, pensioenreglement is leidend

X stelt in zijn hoger beroep niet ter discussie dat zijn vordering tot een hoger invaliditeitspensioen geen steun vindt in de regeling met betrekking tot de berekening van de hoogte van het invaliditeitspensioen. Hij ontleent zijn aanspraken dan ook niet aan de pensioenreglementen, maar stelt dat hij desondanks aanspraak kan maken op een hoger invaliditeitspensioen omdat hij er, gezien de mededelingen op de website van het BPF, gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat alle looncomponenten waarop hij recht had toen hij ziek werd in aanmerking zouden worden genomen bij de bepaling van de hoogte van het loon dat de basis vormde voor de berekening van zijn invaliditeitspensioen. Dit wordt volgens X nog eens bevestigd door de mededelingen die de administrateur van het BPF deed, toen die hem voor zijn ziekte bezocht om hem uitleg te geven over zijn pensioenrechten en de financiële situatie in het geval dat hij arbeidsongeschikt zou raken.

Het hof volgt deze redenering niet. X kan alleen aanspraak hebben op een hoger dan het op basis van de reglementen vastgesteld invaliditeitspensioen als door het BPF of iemand namens het BPF bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen zou zijn gewekt dat hij in het geval van arbeidsongeschiktheid dat hoger invaliditeitspensioen zou krijgen. Dat vertrouwen kan volgens het hof niet zijn opgewekt door de website. Het hof stelt dat het begrip “laatste loon voordat u ziek werd” onvoldoende concreet is om daaruit te kunnen afleiden dar daartoe ook looncomponenten behoren die geen deel uitmaken van het WAO-dagloon. De mededeling op de website van het BPF kan daarom volgens het hof niet los worden gezien van hetgeen over het in aanmerking te nemen loon in de toepasselijke reglementen is vastgelegd. Desgevraagd kon X de naam van de bezoeker namens het BPF noch het tijdstip van het door hem gestelde bezoek noemen. De stelling dat hem indertijd een concrete toezegging is gedaan, onderbouwt X dan ook naar het oordeel van het hof onvoldoende.

Het hof concludeert dan ook dat de vordering van X door de kantonrechter terecht is afgewezen en ook in hoger beroep niet toewijsbaar is.

Commentaar

Deze uitspraak past in een inmiddels lange rij van uitspraken dat in beginsel het pensioenreglement bepalend is voor de pensioenaanspraken die een deelnemer heeft tegenover een pensioenuitvoerder. Onjuiste informatie die een pensioenuitvoerder verstrekt, leidt in beginsel niet tot hogere aanspraken dan uit het pensioenreglement voortvloeien. Informatie die een pensioenuitvoerder verstrekt moet correct, duidelijk en evenwichtig zijn (artikel 48, lid 1 Pensioenwet). Onjuiste informatie kan dus onrechtmatig zijn. Het is dus niet zo dat een pensioenuitvoerder met een beroep op de inhoud van het pensioenreglement zonder consequenties onjuiste informatie kan verstrekken. Als de deelnemer op basis van deze onjuiste informatie schade leidt, is de pensioenuitvoerder op grond van overtreding van artikel 48 Pensioenwet schadeplichtig. De deelnemer zal echter moeten aantonen dat hij schade leidt en dat er een causaal verband bestaat tussen de onjuiste informatie en de schade. En dat blijkt in de praktijk heel lastig. Zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 9 januari 2018.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 10 april 2018.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 25 mei 2018.