Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenrichtleeftijd definitief naar 68 jaar

13 januari 2017

De pensioenrichtleeftijd gaat met ingang van 1 januari 2018 met een vol jaar omhoog van 67 naar 68 jaar.

Verhoging pensioenrichtleeftijd

Sinds 2014 is de pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan gemiddelde levensverwachting voor de Nederlandse bevolking. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt deze vast. Voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw gebruikt men de pensioenrichtleeftijd als ‘rekenleeftijd’.

Verhoging pensioenrichtleeftijd in 2018 definitief

De gemiddelde levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2028 bedraagt volgens het CBS 21,31 jaar. De pensioenrichtleeftijd gaat als gevolg daarvan met ingang van 1 januari 2018 met een vol jaar omhoog: van 67 naar 68 jaar. Op 31 oktober 2016 maakte de staatssecretaris dit in een nieuwsbericht bekend. Zie ook ons nieuwsbericht van 1 november 2016. Anders dan bij de AOW is voor het verhogen van de pensioenrichtleeftijd nog wel een algemene maatregel van bestuur nodig. Deze publiceerde de staatssecretaris net voor de jaarwisseling. Daarmee werd de pensioenrichtleeftijd in 2018 definitief 68 jaar.

Verhoging AOW-leeftijd vanaf 2022 - deelnemingsjarenpensioen

Door de toegenomen levensverwachting stijgt de AOW-gerechtigde leeftijd met ingang van 1 januari 2022 van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden. Deze mededeling deed staatssecretaris Klijnsma op 31 oktober 2016. In 2017 en 2018 bedraagt de AOW-ingangsdatum op basis van de reeds wettelijk vastgelegde verhogingen respectievelijk 65 jaar en 9 maanden en 66 jaar.

De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft ook gevolgen voor het deelnemingsjarenpensioen. De richtleeftijd voor het deelnemingsjarenpensioen en het minimale aantal deelnemingsjaren verschuiven.

Commentaar

Met het publiceren van het besluit wordt de pensioenrichtleeftijd in 2018 definitief 68 jaar. Dit betekent dat bij de pensioenopbouw vanaf 1 januari 2018 moet worden uitgegaan van deze pensioenrichtleeftijd. Anders ontstaat een fiscaal bovenmatige situatie. Een vergelijkbare situatie met die van 1 januari 2015, toen de pensioenrichtleeftijd van 65 jaar 67 jaar ging. In tegenstelling tot 2015 wijzigen de maximale opbouwpercentages voor middeloon- en eindloonregelingen niet.

De wetgever introduceerde het deelnemingsjarenpensioen bij de afschaffing van VUT en prepensioen per 1 januari 2005. Deze pensioenvorm moet mensen met een zwaar beroep en een lang dienstverband in de gelegenheid te stellen om eerder met pensioen te gaan dan de AOW-gerechtigde leeftijd, zonder dat het pensioen actuarieel verlaagd wordt. In de praktijk blijkt er heel weinig mensen gebruik maken van deze regeling.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen:

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 januari 2017.