Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioenuitkering belast

11 januari 2018

Een DGA bepleit bij het Hof tevergeefs dat de pensioenuitkering van zijn BV onbelast is. Wat waren zijn argumenten?

Pensioen in eigen beheer

De heer X is directeur en enig aandeelhouder van Y BV. In 1993 kent Y BV aan X een pensioen toe. Het pensioen houdt Y BV in eigen beheer. De pensioenaanspraken bestaan uit een levenslang ouderdomspensioen dat ingaat op 01-10-2006 en een tijdelijk overbruggingspensioen van 60 tot 65 jarige leeftijd van X. Op 1 oktober 2006 is X 60 jaar.

In 2012 keert Y BV aan X een bedrag uit van € 85.105. Hierover houdt Y BV loonheffing in.

De inspecteur Inkomstenbelasting vraagt X voor het jaar 2012 aangifte IB/PVV te doen vóór 1 april 2013. Omdat X geen aangifte indient, legt de Inspecteur aan X een ambtshalve de aanslag op. Bij de bepaling van het inkomen uit woning en werk van X houdt de inspecteur rekening met een pensioenuitkering van € 85.105. De Inspecteur wijst het bezwaar van X tegen deze aanslag af. De Rechtbank wijst het beroep van X eveneens af.

Gerechtshof

Het Gerechtshof neemt de beslissing en de overwegingen van de Rechtbank over. Dit houdt het volgende in. Omdat X verzuimd heeft op tijd zijn aanslag IB/PVV in te dienen legde de inspecteur hem ambtshalve de aanslag op. Bij het verweer tegen een dergelijke aanslag moet X overtuigend aantonen dat de aanslag onjuist is. De inspecteur moet in de ambtshalve aanslag een redelijke schatting  geven van het inkomen van X.

Volgens X leidt belastingheffing over de pensioenuitkering tot dubbele heffing omdat de in eigen beheer gevormde pensioenvoorziening volgens X niet ten laste van de winst van de BV is gebracht. Bovendien is volgens hem niet duidelijk wat de omvang van de pensioenverplichting is, omdat de pensioenvoorziening die is gevormd voor deze verplichting berust op ondeugdelijke cijfers. Tot slot voert X aan dat geen rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, zodat de rechtsgrond voor het in de belastingheffing betrekken van de pensioenuitkering ontbreekt. Ter bevestiging van zijn standpunt wil X dat het Hof zijn toenmalige accountant en de bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst betrokken ambtenaar van de Belastingdienst oproept om als getuigen.

Het hof vindt dat X niet overtuigend heeft aangetoond dat de Inspecteur de aanslag naar een te hoog bedrag heeft opgelegd. Want Y BV heeft in 2012 op basis van de aan X toegekende pensioenrechten een pensioenuitkering aan X gedaan. Het is niet in geschil dat deze uitkering € 85.105 bedraagt. De stellingen van X dat de pensioenuitkering dubbel wordt belast en dat de omvang van de pensioenverplichting onduidelijk is, nemen niet weg dat X in 2012 een pensioenuitkering van € 85.105 heeft genoten. Het Hof vindt dat de toenmalige accountant van X en de desbetreffende ambtenaar geen aanvullende informatie kunnen geven over een pensioenuitkering in 2012.

Het Hof stelt net als de Rechtbank, dat de Inspecteur een redelijke schatting van het inkomen heeft gemaakt. Niet in geschil is dat Y BV aan X pensioen heeft uitgekeerd. De Inspecteur heeft de hoogte van het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op de som van de aan inhouding van loonheffing onderworpen inkomsten.

X komt volgens het Hof niet in aanmerking voor een vergoeding van de proceskosten.

Commentaar

In 2012 keerde Y BV een pensioen uit aan X van € 85.105. Y BV houdt over deze uitkering loonheffing in. Omdat X geen aangifte IB/PHVV doet legt de inspecteur een ambtshalve aanslag op waarin hij  deze uitkering tot het inkomen van box 1 rekent. Vanwege de ambtshalve aanslag keert de bewijslast om en moet X overtuigend aantonen dat de uitkering van € 85.105 niet of niet volledig tot zijn inkomen in box 1 behoort. X slaagt er niet in dit overtuigend te bewijzen.

De gronden die X aandraagt zijn onvoldoende om te stellen dat deze uitkering niet of niet volledig tot zijn inkomen in box 1 behoren. Naar onze mening kan dat alleen als X kan aantonen dat de uitkering van BV Y pertinent onjuist is. Wij vragen ons af of X dan wel zijn gemachtigde dit niet op voorhand had kunnen inschatten

Ook wanneer de bewijslast niet was omgedraaid had X naar onze mening de rechter niet kunnen overtuigen dat er sprake is van een dubbele heffing. Want ook als Y BV de verplichting in eigen beheer niet juist zou hebben vastgesteld  of de pensioenverplichting niet ten laste van de heeft gebracht blijft de pensioenuitkering belast als inkomen in box 1.De BV kan de pensioenuitkering immers ten laste van de fiscale winst brengen in het jaar van uitkering voor zover de uitkering niet wordt gedekt door de pensioenverplichting.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 26 september 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 januari  2018.