Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Pensioenuitkering gaat ten koste van toeslag TW

Pensioenuitkering gaat ten koste van toeslag TW

30 september 2019

A geeft bij de aanvraag van een toeslag op basis van de Toeslagenwet haar pensioenuitkering niet op. Het Uwv stopt de toeslag en vordert terecht de te veel betaalde uitkering terug.

Uitkering op grond van de Toeslagenwet

A krijgt sinds 2 december 2010 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Zij ontvangt vanaf 2 februari 2014 een WGA-vervolguitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Op haar verzoek is A met ingang van 2 februari 2014 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) toegekend.

UWV vordert te veel betaalde toeslag terug

Op 17 augustus 2016 herziet het Uwv de toeslag met ingang van 2 februari 2014 omdat A een pensioen van Stichting Pensioenfonds Zorg Welzijn ontvangt. Over de periode van 2 februari 2014 tot en met 31 juli 2016 vordert het Uwv een bedrag van ruim € 2.390 aan betaalde toeslag van A terug. A tekent bezwaar aan tegen het besluit van het Uwv. En nadat het Uwv het bezwaar van A ongegrond verklaart, gaat A in hoger beroep.

Uwv verplicht toeslag terug te vorderen

Het beroep van A tegen het besluit van het Uwv verklaart de rechtbank ongegrond omdat A niet voldaan heeft aan haar mededelingsplicht. Volgens de rechtbank heeft A op het aanvraagformulier voor de toeslag ten onrechte ingevuld dat zij geen andere uitkering of inkomsten ontvangt. A had uit het aanvraagformulier, de aard van de uitkering op grond van de TW en uit de inhoud van het toekenningsbesluit kunnen en moeten afleiden dat inkomsten uit een pensioen van invloed kunnen zijn op (de hoogte van) die uitkering, aldus de rechtbank.

Volgens de rechtbank was het Uwv verplicht de onverschuldigd betaalde toeslag van appellante terug te vorderen. De rechtbank heeft tot slot geoordeeld dat geen sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien.

Geen dringende reden om af te zien van terugvordering

In hoger beroep herhaalde A dat de toeslag ten onrechte is teruggevorderd. Volgens haar heeft zij het aanvraagformulier onbedoeld foutief ingevuld, omdat zij veronderstelde dat het pensioen al bij het Uwv bekend was. De op het formulier genoemde voorbeelden van inkomsten, waarbij pensioen niet is genoemd, deden haar niet vermoeden dat ook pensioen moest worden opgegeven. Volgens A heeft het Uwv heeft zijn onderzoeksplicht geschonden door pas twee en een half jaar na toekenning van de toeslag een controle uit te voeren, waardoor het benadelingsbedrag onnodig is opgelopen. A vindt dat bij haar gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat zij recht had op de toeslag. Onder deze omstandigheden is het onredelijk het gehele bedrag terug te vorderen, aldus A.

Ook de Centrale Raad van Beroep (CRvB) stelt A in het ongelijk. De CRvB motiveert dit als volgt.

  • A was op grond van de eerste zin van artikel 12 van de TW verplicht zelf door te geven dat zij pensioeninkomsten had en het Uwv had geen verplichting daarnaar bij de beoordeling van de aanvraag ambtshalve onderzoek te doen;
  • A kan geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de toeslag niet zou worden teruggevorderd aan het feit dat de toeslag twee en een half jaar is betaald voordat deze is herzien en teruggevorderd, omdat van enige toezegging daarover niet is gebleken.
  • Evenmin levert dit een dringende reden op om van terugvordering af te zien omdat dergelijke redenen slechts gelegen kunnen zijn in de gevolgen die de terugvordering voor een betrokkene heeft. Volgens de CRvB heeft het Uwv met de financiële situatie van A voldoende rekening gehouden door in het kader van de invordering een betalingsverplichting van € 5 per maand op te leggen.

Commentaar

Het Uwv (en ook de Sociale verzekeringsbank) is verplicht om ten onrechte uitbetaalde uitkeringen terug te vorderen. (Zie ook ons nieuwsbericht van 20 september). Het gaat immers om gemeenschapsgeld. En niet terugvorderen betekent dat het uiteindelijk ten koste gaat van de belasting- en premieplichtigen.

Er hoeft niet teruggevorderd te worden wanneer er sprake is van een dringende reden. Van een dringende reden is volgens vaste rechtspraak alleen sprake wanneer het terugvorderen onaanvaardbare financiële en/of sociale gevolgen heeft voor een verzekerde. Daarvan was in de situatie van A geen sprake. Daarmee had het Uwv rekening gehouden door de betalingsverplichting te beperken tot € 5 per maand.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 september 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 18 september 2019