Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pensioenverevening gaat door na emigratie

10 augustus 2018

Een mevrouw had op grond van pensioenverevening recht op uitkering van een deel van het pensioen dat aan haar ex-man werd uitgekeerd. De man emigreerde naar Engeland en wilde nog slechts het netto bedrag uitkeren aan de vrouw. Want het hele pensioen was in Engeland belast en de uitkering aan de vrouw was niet aftrekbaar. De rechter veroordeelt de man alsnog het bruto bedrag uit te keren aan de vrouw.

Pensioenverevening

Het huwelijk van meneer X en mevrouw Y is op 16 juni 1999 ontbonden. X bouwde tijdens het huwelijk pensioenrechten op bij Eurocontrol in Brussel. Met betrekking tot de alimentatie en de pensioenverevening kwamen X en Y in een aanvullend convenant als volgt overeen:

“Per 1 december 2007, na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd, heeft de vrouw recht op het aan haar toekomende deel van het pensioen. De man zal, nu dit pensioenbedrag op dit moment niet exact bekend is, dit pensioenbedrag aanvullen met alimentatie, zodat de man in totaal maandelijks aan de vrouw zal blijven betalen tot 1 juli 2011, wanneer de 12 jaarstermijn eindigt, een bedrag van € 1.300,00 aan alimentatie en pensioen tezamen. Dit totale bedrag van € 1.300,00 zal jaarlijks worden geïndexeerd maar voor het eerst per 1 januari 2008. Na 1 juli 2011, wanneer de 12 jaarstermijn eindigt, heeft de vrouw alleen nog recht op het aan haar toekomende deel van het pensioen.”

 X emigreerde op 1 september 2006 naar het Verenigd Koninkrijk (Engeland). Op 1 december 2007 ging hij met pensioen.

Vanaf 1 juli 2011 verricht X geen maandelijkse betalingen meer aan Y. In 2015 claimt Y alsnog doorbetaling van het aandeel van haar pensioen vanaf 1 juli 2011. X vindt dat Y hier geen recht meer op heeft vanwege rechtsverwerking. En als Y hier nog wel recht op heeft, moet rekening gehouden worden met de fiscale consequenties. Want het hele pensioen is in Engeland belast en de doorbetaling aan Y is voor X niet aftrekbaar. X en Y komen niet tot overeenstemming, waarna Y de zaak voorlegt aan de rechter.

Vaststelling hoogte pensioenaandeel

De rechtbank stelt vast dat het huwelijksvermogensregime van X en Y werd beheersd door het Nederlandse recht. De pensioenen opgebouwd bij Eurocontrol zijn pensioenrechten ingevolge een buitenlandse pensioenregeling als bedoeld in artikel 1, lid 8, Wet verevening pensioen bij scheiding (Wvps). Daarom moeten de pensioenaanspraken bij ontbinding van het huwelijk worden verevend. Volgens de rechter zijn partijen bij huwelijkse voorwaarden noch bij echtscheidingsconvenant afgeweken van deze verevening. Omdat het in deze procedure gaat om een buitenlandse pensioenregeling heeft Y slechts het recht op uitbetaling van het pensioen door X. 

Y heeft volgens de Wvps recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Volgens Eurocontrol bedraagt het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen € 1.478 per maand. Y heeft dus jegens X een aanspraak van de helft van dit bedrag, € 739 per maand. Dit bedrag moet X met ingang van 1 juli 2011 maandelijks aan Y betalen.

De rechtbank verwerpt de stelling van X dat het uit te betalen bedrag moet worden gematigd omdat hij hierover in Engeland belasting verschuldigd is terwijl de betalingen aan Y – anders dan in Nederland - voor hem fiscaal niet aftrekbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat de financiële gevolgen van de keuze van X om in een land te gaan wonen met een voor hem minder gunstig fiscaal stelsel niet op Y mogen worden afgewenteld.

Rechtsverwerking 

Ook het beroep van X op rechtsverwerking verwerpt de rechtbank. Toen de alimentatieverplichting van X jegens Y per 1 juli 2011 ophield te bestaan, is X ook gestopt met de maandelijkse betaling van het pensioenaandeel aan Y. Volgens de rechter is gesteld noch gebleken is dat hieraan schriftelijke overeenstemming tussen partijen ten grondslag heeft gelegen. Volgens vaste jurisprudentie is voor rechtsverwerking vereist dat sprake is van bijzondere omstandigheden die naast of in combinatie met dit tijdsverloop bij X het gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt dat Y haar aanspraak liet varen. Het enkele verloop van een tijdsduur van vier jaar is hiervoor niet voldoende.

Commentaar

Volgens de Wvps heeft en vereveningsgerechtigde ex-partner recht op uitbetaling van het verevende pensioen door de pensioenuitvoerder. Maar dan moeten de partners dit wel binnen twee jaar na de scheiding melden aan de pensioenuitvoerder. In de situatie van X en Y werd het pensioen opgebouwd bij een in het buitenland gevestigde pensioenuitvoerder. De Wvps is binnenlands recht en geldt niet voor deze buitenlandse uitvoerder. Wel voor X en Y. Daardoor kreeg Y een recht op uitkeringen van X.

In  situaties zoals die van X en Y bestaat het gevaar dat de pensioengerechtigde deze verplichting niet nakomt. De vereveningsgerechtigde moet hierop alert zijn. Y was dat in deze procedure, zij het wat verlaat. X stribbelde nog tegen. Hij vond onder meer dat het niet rechtvaardig was dat hij het bruto pensioen aan Y uitkeerde nu het hele pensioen bij hem in Engeland belast was en hij het gedeelte dat hij uitkeerde aan zijn ex-partner niet kon aftrekken. Hij kreeg geen gelijk van de rechter.

Overigens is het in dit geval interessant hoe de Nederlandse belastingdienst omgaat met het door Y ontvangen aandeel in het pensioen van X. Waarschijnlijk moet Y dit aangeven als een belastbare periodieke uitkering op grond van artikel 3.101, Wet IB 2001. In dat geval is er sprake van dubbele belastingheffing want dit deel van het pensioen wordt zowel belast in Engeland als in Nederland. Het is niet duidelijk of de Nederlandse fiscus op grond van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting hiervoor een tegemoetkoming geeft.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Den Haag, 25 april 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 augustus 2018.