Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenvragen & antwoorden CAP

12 september 2016

Op 7 september publiceerde het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) een aantal Vragen & Antwoorden die zij heeft herschreven. Wij lichten er drie Vragen & Antwoorden voor u uit.

AOW-inbouw (V&A 08-049)

In de Wet op de loonbelasting (Wet LB) staat dat partijen bij de bepaling van de hoogte van het pensioen ten minste rekening moeten houden met inbouw van de AOW-uitkering voor een gehuwde. In artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting (UBLB) mag bij een lager opbouwpercentage in de regeling een lager AOW bedrag worden ingebouwd.

De belastingdienst geeft aan dat het mogelijk is om in een pensioenregeling uit te gaan van nog lagere inbouwbedragen dan die genoemd zijn in voornoemd artikel 10aa. Het komt erop neer dat de lagere AOW-inbouw mogelijk is als dit in combinatie met opbouwpercentage en pensioengrondslag niet leidt tot een pensioen dat uitkomt boven een pensioen dat berekend is volgens de kaders van hoofdstuk IIB Wet LB. Concreet betekent dit dat het opbouwpercentage moet dalen naarmate partijen een lager bedrag aan AOW inbouwen. In sommige gevallen kunnen partijen een verdere daling van het opbouwpercentage opvangen door een minimumloongrens in de pensioenregeling op te nemen.

Omzetting VUT in ouderdomspensioen (V&A 09-003)

Bij ingang van de Wet VUT, Prepensioen en Levensloop (Wet VPL) is een overgangsregeling getroffen voor VUT-regelingen. Regelingen die op 31-12-2004 bestonden worden gerespecteerd als nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan aan werknemers:

  • a. die vóór 1 januari 2006 al een of meer VUT-uitkeringen genoten, of
  • b. die vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt en ten aanzien van wie de uitkeringen die ingevolge deze regeling worden gedaan worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum, met dien verstande dat de verhoging van de uitkeringen niet lager is dan 50% van de verhoging van de uitkeringen bij een herrekening met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen.

 

Het CAP kreeg de vraag of een gerechtigde zijn VUT-aanspraken nog kan omzetten in ouderdomspensioen als hij zijn VUT-uitkering heeft uitgesteld tot de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen. Volgens de belastingdienst is dit in de lijn van de bedoeling van de wetgever. Deze zou niet hebben bedoeld dat door uitstel van de VUT tot de pensioendatum het VUT-recht wettelijk verplicht zou komen te vervallen. Overigens moet een dergelijke omzetting wel zijn opgenomen in het VUT-regelement.

Waardeoverdracht pensioen DGA (V&A 08-058)

Waardeoverdracht van pensioenkapitaal leidt tot fictieve dienstjaren in de nieuwe pensioenregeling. Als een werknemer zijn waarde laat overdragen naar een mindere pensioenregeling krijgt hij meer fictieve dienstjaren dan de werkelijke dienstjaren die hij bij zijn vorige werkgever heeft doorgebracht. Dat is fiscaal geen probleem. De Wet op de loonbelasting (artikel 18d) bepaalt namelijk dat de regels voor een maximaal pensioen niet gelden voor zover deze overschrijding het gevolg is van waardeoverdracht.

Bij een DGA is dit niet zo. Een DGA valt niet onder de Pensioenwet (PW). Daarom is voor hem een aparte bepaling in het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting (UBLB) opgenomen. De DGA mag volgens deze bepaling ontbrekende pensioengevende dienstjaren inkopen voor zover er door het ontbreken van de mogelijkheid van waardeoverdracht in de zin van de PW sprake is van een pensioentekort. Als de DGA nu pensioen overdraagt naar een mindere regeling krijgt hij niet meer fictieve dienstjaren dan de dienstjaren die hij werkelijk heeft doorgebracht bij zijn vorige werkgever. Immers in dat geval is er geen sprake meer van een pensioentekort.

Het CAP lost dit als volgt op. Met het overgedragen pensioenkapitaal kan de DGA alleen de werkelijk bij de vorige werkgever doorgebrachte dienstjaren inkopen. Het na de inkoop van dienstjaren nog resterende overgedragen pensioenkapitaal moet de nieuwe werkgever (BV) in de pensioenregeling opnemen als een bij ontslag verkregen pensioenaanspraak (een zogenaamd slapersrecht).

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: www.belastingdienstpensioensite.nl

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 september 2016