Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Pensioenwereld reageert massaal op consultatieversie wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen

Pensioenwereld reageert massaal op consultatieversie wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen

21 februari 2021

Minister Koolmees publiceerde op 16 december 2020 de consultatieversie van het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. De pensioenwereld maakte massaal gebruik van de mogelijkheid om te reageren. Bij de sluiting van de consultatie op 12 februari 2021 stonden er 481 reacties op de hiervoor geopende website van de overheid.

De internetconsultatie

Het houden van een internetconsultatie voor grotere wetsvoorstellen is inmiddels gebruikelijk in Nederland. Via een speciale website van de overheid, www.internetconsultatie.nl, krijgt de Nederlandse burger informatie over wet- en regelgeving die door het kabinet of het parlement wordt voorbereid en waarover via internet wordt geconsulteerd. Een ieder kan reageren op nieuwe voorstellen voor wet- en regelgeving, zodat de reactie bijdraagt aan een verbetering van regelgeving.

De internetconsulatie van het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen leverde een groot aantal reacties op. Maar liefst 481 organisaties en particulieren reageerden, al dan niet anoniem op het concept wetsvoorstel. De reacties variëren van doorwrochte wetenschappelijke beschouwingen van enkele tientallen pagina’s tot de mededeling van een bezorgde pensioendeelnemer; “ik dien een bezwaar in tegen een waardeoverdracht van mijn pensioen zonder mijn instemming (het ‘invaren’)”.

Het voert te ver om op alle reacties in te gaan. Daarom beperken wij ons tot de - wat ons betreft - meest relevante. 

Verbond van Verzekeraars

Het Verbond constateert dat het wetsvoorstel op enkele punten de uitvoering van de pensioenregelingen aanzienlijk compliceert en de uitvoeringslasten verzwaart.

Dit doet zich volgens het Verbond onder meer voor bij:

  • het voorgestelde karakter van de pensioenovereenkomsten (premie-uitkeringsovereenkomst en premie-kapitaalovereenkomst);
  • het vervallen van de bevoegdheid tot waardeoverdracht voor tussentijdse omzetting in een pensioenuitkering; en
  • het vervallen van de mogelijkheid voor een leeftijdsafhankelijke premie voor nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum en arbeidsongeschiktheidspensioen.

 

Het Verbond ziet deze zaken graag aangepast, zodat een goede uitvoering van deze punten ook in de toekomst mogelijk blijft. Daarnaast waarschuwt het voor de ontstane complexiteit bij de voorstellen rondom het nabestaandenpensioen. Verder pleit het Verbond ervoor dat niet-verplichtgestelde pensioenuitvoerders de mogelijkheid krijgen om solidariteitselementen binnen de Wet verbeterde premieregeling aan te kunnen bieden en ziet het graag dat het mogelijk wordt om bij een individuele waardeoverdracht een evenredig deel van de solidariteitsreserve (dat toebehoort aan de individuele deelnemer) over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.

Pensioenfederatie

De Pensioenfederatie onderschrijft de doelstellingen en uitgangspunten van het pensioenakkoord volledig. Verder hanteert de Pensioenfederatie de volgende toetsingscriteria bij het consultatiedocument:

  • Evenwichtige belangenafweging moet voorop staan, beleidsruimte daarvoor is noodzakelijk;
  • Het nieuwe pensioencontract moet ruimte blijven bieden voor welvaartswinst;
  • Een gelijk speelveld tussen alle typen pensioenfondsen en tussen pensioenfondsen en verzekeraars;
  • Duidelijkheid over de transitieperiode en genoeg tijd voor implementatie.

 

De Pensioenfederatie benadrukt dat beide uitgewerkte pensioencontracten tot volledige wasdom moeten kunnen komen. Zij dienen daarbij voldoende onderscheidend te blijven. Daarnaast is het volgens de Federatie van cruciaal belang dat de toegang tot contractvormen en de solidariteitsreserve niet onnodig worden beperkt.

Expertisecentrum Pensioenrecht VU Amsterdam

Het Expertisecentrum pensioenrecht van de VU geeft zeventien aandachtspunten aan.

Het Expertisecentrum gaat met name in op de verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars en geeft aan dat de eigen positie van verzekeraars (en ook PPI-en) beter gereguleerd moet worden.

Het voorgestelde uniforme partnerbegrip is volgens het Expertisecentrum te ruim. Voor personen die niet gehuwd zijn of geregistreerd partner zijn, dienen zwaardere eisen te gelden dan het enkel voeren van een gezamenlijke huishouding omdat dit  te ruim is en leidt tot onbedoelde gevolgen. De voorgestelde zeer beperkte uitzondering op invaren: alleen bij onevenredig ongunstig en onevenwichtig nadeel, staat volgens het Expertisecentrum op gespannen voet met de in art. 16 Handvest Grondrechten EU gewaarborgde vrijheid van ondernemerschap.

Voor het experimenteren met het uitvoeren van pensioenregelingen voor zelfstandigen in de tweede pijler, moet worden nagegaan of voor bedrijfstakpensioenfondsen overeenkomstige criteria behoren te gelden als nu in art. 121 Pensioenwet voor vrijwillige aansluiting van een werkgever zijn opgenomen. Ook de verenigbaarheid met het mededingingsrecht behoeft volgens het Expertisecentrum onderbouwing.

TKP

TKP focust zich als pensioenuitvoeringsorganisatie (puo) in haar reactie op uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid. Zij ziet dit als twee van de belangrijkste randvoorwaarden bij de hervorming van het pensioenstelsel. Daarom is TKP ook blij te zien dat in de memorie van toelichting beide randvoorwaarden regelmatig genoemd worden en soms zelfs ten grondslag liggen aan bepaalde uitwerkingen. TKP kiest er bewust voor te reageren vanuit het perspectief als puo, en zo aanvullend te zijn op de vele andere perspectieven. Vanuit die focus beperkt zij zich in de reactie op drie kernpunten die zij mee wil geven:

  • Schep duidelijkheid – maak keuzes
  • Erken de spanning tussen transparant en uitlegbaar
  • Geef de evaluatie van de Wet Pensioencommunicatie de verdiende aandacht

 

Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap

Stap onderschrijft en ondersteunt de noodzaak van de voorgestelde herziening van de tweede pijler. Zij ziet in de complexe overgang van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel voor algemeen pensioenfondsen een belangrijke rol weggelegd. Algemeen pensioenfondsen kunnen volgens Stap oplossingen bieden in het nieuwe stelsel en daarnaast ook collectiviteiten vanuit het verleden borgen. Stap richt haar reactie voornamelijk op de specifieke aspecten die van belang zijn voor algemeen pensioenfondsen. Op de meer generieke aspecten waar Stap een nadere duiding zou wensen, dan wel een aanpassing op het wetsvoorstel zou willen zien, heeft Stap deze in afstemming met en via haar uitbestedingspartners en de werkgroepen van de Pensioenfederatie benoemd.

AFM

De AFM onderstreept in haar reactie dat zij de uitwerking van het pensioenakkoord zoals opgenomen in dit wetsvoorstel op hoofdlijnen steunt. Zij wijst er met name op dat bij een zorgvuldige overgang naar het nieuwe stelsel uiteraard ook pensioenadviseurs een rol spelen. Pensioenadviseurs zullen werkgevers en deelnemers moeten begeleiden en adviseren rond de overgang. De AFM roept op om bij de voorbereiding van de markt op de wetgeving aandacht te besteden aan de rol van de adviseurs en de vragen die bij deze beroepsgroep leven, zodat zij zich voldoende kunnen voorbereiden op het adviseren van werkgevers- werknemersorganisaties en individuele deelnemers

Adfiz

Adfiz spreekt allereerst zijn waardering uit voor de veelheid en kwaliteit van het werk dat binnen het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verricht en dat heeft geleid tot dit omvangrijke consultatiedocument. Adfiz vraagt aandacht voor invoering van de ‘nieuwe open norm voor keuzebegeleiding’. Deze norm werkt volgens hen niet per definitie uit in het belang van de pensioendeelnemer. Ook zal het de zuivere marktverhoudingen in de pensioensector verder onder druk zetten. Daarom verzoeken zij deze norm niet op te nemen in het definitieve wetsvoorstel.

KPS

KPS geeft in haar reactie op 78 punten commentaar en doet daarbij telkens aanbevelingen. KPS constateert dat het vertrouwen van veel deelnemers in pensioenen laag is. Dat verandert volgens KPS niet zomaar met het invoeren van een nieuw pensioenstelsel. Zij vraagt zich daarbij af; als dezelfde partijen het nieuwe pensioenstelsel gaan uitvoeren, waarom zou je vertrouwen dan toenemen? Verder leiden veranderingen juist vaak tot extra onzekerheid: je weet immers wat je hebt, niet wat je krijgt. Zowel bij de procescommunicatie over de vernieuwing als bij de communicatie over de individuele gevolgen van de vernieuwing, moet hiermee volgens KPS rekening worden gehouden.

Commentaar

De reacties zijn talrijk en divers. Uiteraard veelal geschreven vanuit de eigen doelgroep die de reagerende organisaties vertegenwoordigen. Daar is niks mis mee, want over het totaal genomen, komen alle aspecten en visies daardoor aan bod.

De ervaring leert dat de wetgever dergelijke consultaties serieus neemt en er veelal ook daadwerkelijk iets mee doet. Dat bevordert de kwaliteit van het wetgevend proces aanmerkelijk. Wij vertrouwen erop dat dit ook nu weer het geval is, waarbij wij er (nogmaals) voor pleiten om de bijzondere positie van door verzekeraars en PPI-en uitgevoerde rechtstreeks verzekerde regelingen voldoende aandacht te geven.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Internetconsultatie wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 februari 2021.