Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

PEPP-verordening: Nederland is kritisch

4 mei 2018

Minister Hoekstra informeerde de Tweede Kamer over de voortgang van en de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over het Pan-Europees persoonlijk Pensioenproduct (PEPP-verordening).De minister geeft inzicht in de kritische houding van Nederland ten aanzien van het PEPP.

Pan-Europees persoonlijk Pensioenproduct (PEPP)

Het PEPP dat de Europese Commissie wil introduceren, is een derde pijler product. PEPP is bedoeld ter aanvulling van bestaande staats-, bedrijfs- en nationale pensioenen. PEPP's krijgen dezelfde standaardattributen, ongeacht waar zij in de EU verkocht worden. Een breed scala van aanbieders mag het PEPP aanbieden: verzekeringsmaatschappijen, banken, bedrijfspensioenfondsen, beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders.

Het PEPP is bedoeld om spaarders meer keuzes te geven wanneer zij geld opzij zetten voor de oude dag en hen meer concurrerende producten aan te bieden. Het persoonlijk pensioenproduct biedt spaarders volgens de Commissie onder meer de volgende voordelen:

  • Breed scala aan aanbieders en daardoor meer concurrentie;
  • Hoog niveau van consumentenbescherming onder een eenvoudige standaardbeleggingsoptie;
  • Recht om tegen gelimiteerde kosten om de vijf jaar zowel binnenlands als grensoverschrijdend van aanbieder te veranderen;
  • Meeneembaar in de lidstaten;
  • Mogelijkheid om geld te blijven bijstorten storten na verhuizing naar een andere lidstaat verhuizen.

 

Dit vraagt om strenge informatievereisten en distributieregels, ook online. Verder moeten aanbieders beschikken over een vergunning van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA).

Status PEPP

De PEPP-verordening is een voorstel waarover onderhandelingen plaatsvinden binnen de Europese Raad van Ministers (de Raad). Dit zijn de regeringen van de 28 lidstaten. Besluitvorming over de PEPP-verordening gebeurt op basis van een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Bij een gekwalificeerde meerderheid van stemmen is er sprake van een meerderheid als ten minste 55% van de lidstaten die minstens 65% van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigen, vóór stemmen. Volgens Sophie In ’t Veld, op dit moment voorzitter van het Parlement, vindt de stemming begin juli 2018 plaats. Zij hoopt dat de verordening er ultimo 2018 is. Op voordracht van de Tweede Kamerleden Lodders (VVD) en Omtzigt (CDA) verzocht de Kamer het Kabinet zich uit te spreken tegen het raamwerk voor Europese persoonlijke pensioenproducten in de derde pijler. Die kritische houding draagt Nederland uit in de onderhandelingen die nu plaatsvinden in de Raad.

Nederlandse inbreng  

In december 2017 vroeg de vaste commissie voor Financiën om informatie over de raadswerkgroep ten aanzien van het voorstel voor de PEPP-verordening. In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft minister Hoekstra een overzicht van de Nederlandse inzet in de onderhandelingen. Hij schrijft daarin onder meer dat Nederland kritisch blijft ten aanzien van het PEPP-voorstel. Nederland benadrukt in de vergaderingen van de raadswerkgroep nadrukkelijk dat de Europese bevoegdheden niet verder moeten strekken dan strikt noodzakelijk. Ook benadrukt Nederland steeds dat het PEPP-voorstel geen consequenties mag hebben voor het systeem van verplichtstelling aan bedrijfstakpensioenfondsen in de tweede pijler.

Voor wat betreft de keuzes bij de inrichting van het PEPP pleit Nederland ervoor dat de lidstaten vrij moeten zijn in het stellen van eisen aan de opbouw- en uitkeringsfase van het PEPP en dat de Europese productregulering niet kan voorgaan op eventuele nationale fiscale bepalingen.

Het PEPP-voorstel vereist dat aanbieders voor alle landen van de Unie een compartiment ontwikkelen zodat de PEPP een echt Pan-Europees Pensioenproduct word. Nederland heeft zich tegen deze verplichting uitgesproken omdat deze verplichting het aantal aanbieders drastisch inperkt en niet in het belang is van de gemiddelde consument. Nederland heeft opgemerkt dat consumenten de mogelijkheid moeten hebben om over te stappen van aanbieder, wanneer desbetreffende uitvoerder het bij de deelnemer passende compartiment niet aanbiedt.

Het PEPP-voorstel introduceert een directe rol voor de Europese Verzekerings- en Pensioenautoriteit (EIOPA) door haar de autoriserende bevoegdheid voor een PEPP-product te gegeven. EIOPA toetst hierbij op basis van gestelde eisen in het PEPP-voorstel of het product voldoet en blijft voldoen aan de gestelde eisen. Nederland wil geen directe rol voor EIOPA in de autorisatie van een PEPP. Nederland vindt dat deze rol door desbetreffende nationale toezichthouder moet worden uitgevoerd.

Commentaar

De brief van minister Hoekstra laat de kritische houding zien die Nederland heeft met betrekking tot de PEPP-verordening. Nederland wil niet dat het PEPP-voorstel invloed heeft op het Nederlandse stelsel van verplichtstelling in de tweede pijler. En Nederland wil dat de nationale competenties van lidstaten voor het contractrecht, fiscaal en sociaal recht gerespecteerd wordt. De vraag is of Nederland alleen staat in deze kritische houding of dat er meer landen zo terughoudend zijn in het omarmen van dit pensioenproduct. De stemming die in het najaar 2019 gepland staat zal hierover duidelijkheid geven.

Wilt u meer lezen over het PEPP? Wij schreven eerder hierover in juli 2016 en juli 2017.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief 30 april 2018, 2018-0000035076

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 mei 2018