Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Periodieke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uit woonlastenverzekering belast

20 mei 2019

X heeft een woonlastenverzekering die uitkeert bij zijn arbeidsongeschiktheid. Als hij in 2010 arbeidsongeschikt raakt, ontvangt hij een maandelijkse arbeidsongeschiktheidsuitkering. X heeft nooit de premies in aftrek gebracht op zijn inkomen. De belastinginspecteur rekent de uitkering wel tot het inkomen van X.

Premie niet ten laste van inkomen

X ontvangt maandelijks een uitkering uit zijn woonlastenverzekering omdat hij arbeidsongeschikt is. De belastinginspecteur rekent de uitkering tot het inkomen van X. X gaat hiertegen in bezwaar en beroep. Hij geeft aan dat nergens in de polis en/of de polisvoorwaarden staat dat de premie voor deze verzekering geheel of gedeeltelijk ten laste van zijn inkomen kan worden gebracht. Daarnaast is X van mening dat hij bij het afsluiten beoogde een eenmalige onbelaste uitkering bij arbeidsongeschiktheid te krijgen. X beroept zich ook op het vertrouwensbeginsel. Volgens hem heeft een medewerker van de belastingtelefoon bij hem het vertrouwen gewekt dat de uitkering onbelast zou zijn. Ook geeft hij aan dat de inspecteur op grond van het gelijkheidsbeginsel de uitkering niet had mogen belasten.

Uitkeringen terecht tot het inkomen gerekend

De rechtbank geeft aan dat duidelijk uit de voorwaarden van de polis blijkt dat sprake is van periodieke uitkeringen als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Het maakt daarbij niet uit dat X iets anders had beoogd. Ook het feit dat de verzekering en de voorwaarden niet duidelijk zijn met betrekking tot de aftrekbaarheid van de premies, is geen reden voor de rechtbank om anders te oordelen dan de belastinginspecteur. Wetgeving bepaalt dat de premies in aftrek mogen worden gebracht op het inkomen en dat vervolgens de uitkeringen belast zijn. Voor klachten over onduidelijke informatie verwijst de rechtbank naar de uitvoerder.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat X niet kon aangeven welke vragen hij precies heeft gesteld en welke antwoorden daarop zijn gegeven. Dat geldt ook over eventuele onjuiste informatie op de website van de belastingdienst. Volgens de rechter zou X niet anders handelen wanneer hij betere informatie had gehad, waardoor hij dan geen belasting zou hoeven te betalen. X lijdt hierdoor geen schade.

Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat X niet kan aantonen dat de inspecteur in veel andere gelijke gevallen het beleid heeft gehad de wet onjuist toe te passen.

Commentaar

Bij de woonlastenverzekeringen die worden aangeboden is vaak sprake van een samengestelde premie voor een uitkering bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Voor de fiscale gevolgen van deze verzekering moet deze eerst ontleed worden. De premie voor de uitkering bij werkloosheid is nooit aftrekbaar. De premie voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering is aftrekbaar wanneer de uitkering bij arbeidsongeschiktheid periodiek gaat uitkeren. De uitkeringen worden dan belast met inkomstenbelasting. Wanneer de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet periodiek is, dan is de premie niet aftrekbaar en vormt de uitkering geen inkomen voor de inkomstenbelasting.

Deze verzekeringen worden regelmatig zonder advies afgesloten. Onduidelijk is of X geadviseerd is over deze verzekering. Het lijkt erop van niet. Een gecertificeerd adviseur had X ongetwijfeld geattendeerd op de fiscale gevolgen.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 7 mei 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 mei 2019