Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Plaatsmakersregeling geen rvu

4 januari 2017

Een regeling die alle werknemers de mogelijkheid biedt om vrijwillig hun dienstverband te beëindigen tegen een vertrekvergoeding op basis van de kantonrechtersformule is geen rvu. Volgens de rechter houdt de uitkering geen verband met de (pensioengerechtigde) leeftijd van de werknemer. 

Vrijwilligers- en plaatsmakersregeling in sociaal plan

X bv kondigt in 2013 een reorganisatie aan. Door de reorganisatie vervallen naar verwachting ten minste 230 arbeidsplaatsen. Bij onderling uitwisselbare functies spiegelt X bv zijn boventallige werknemers af. Het sociaal plan van X bv bevat naast deze afspiegelingsregeling ook nog een vrijwilligers- en een plaatsmakersregeling. Op basis hiervan kunnen de werknemer, in afwijking van de uitkomsten op basis van het afspiegelingsbeginsel, opteren voor een afvloeiingsregeling. X bv heeft de bevoegdheid om een verzoek van een werknemer om gebruik te mogen maken van een van deze regelingen te weigeren.

X bv vraagt de inspecteur te verklaren dat het sociaal plan geen regeling voor vervroegde uittreding (rvu) is. De inspecteur weigert de door X bv gewenste beschikking af te geven. Hij vindt het een VUT-regeling omdat het sociaal plan ook een vrijwilligers- en een plaatsmakersregeling bevat. 

Rechters geven inspecteur geen gelijk 

Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant maakte de inspecteur niet aannemelijk dat het sociaal plan kwalificeert als een VUT-regeling. Volgens de rechtbank kon de inspecteur niet aannemelijk maken dat X bv de intentie had om nagenoeg alleen oudere werknemers te laten afvloeien. De rechter motiveert dit met onder meer dat het ontslag van werknemers in het sociaal plan niet is gekoppeld aan de leeftijd van die werknemers. Verder vindt de rechtbank het ook van belang dat X bv verzoeken van werknemers om gebruik te maken van de vrijwilligers- of plaatsmakersregeling kan weigeren. De rechtbank vernietigde de beschikking en bepaalde dat het sociaal plan niet kwalificeert als een VUT-regeling. De inspecteur ging in beroep.

Hof Den Bosch oordeelt dat de afvloeiingsregeling geen verband houdt met de (pensioengerechtigde) leeftijd van de werknemer. Volgens het hof is er namelijk sprake van een regeling die ertoe strekt alle werknemers van X bv, ongeacht hun leeftijd, een mogelijkheid te bieden om vrijwillig hun dienstverband te beëindigen tegen een vertrekvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Volgens het hof is de regeling niet afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer en de uitkering houdt geen verband met de pensioendatum van de werknemer. Het hof bevestigt dus de uitspraak van de rechtbank. 

Commentaar

Het lijkt er bijna op dat het Ministerie van financiën belastinginspecteurs targets geeft voor het aanmerken van ontslagregelingen als rvu. In een vergelijkbare casus bij de rechtbank Noord Holland (zie ons nieuwsbericht van 14 december) stelde de rechter de inspecteur eveneens in het ongelijk.

 
Voor een rvu gaat het erom of de uitkeringen bedoeld zijn ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de (ex-)werknemer tot de pensioendatum. Noch in de casus waarover de rechtbank Noord Holland uitspraak deed noch in deze casus is daarvan sprake. De regeling was in beide casussen onderdeel van een samenhangend pakket om de boventalligheid af te bouwen. De deelname was vrijwillig en stond open voor alle leeftijden. Het maakt niet uit wie uiteindelijk van de regeling gebruik maakt. Opvallend is dat de rechtbank in deze casus uitgaat van de intentie. Volgens der rechtbank kon de inspecteur niet aannemelijk maken dat X bv de intentie had om nagenoeg alleen oudere werknemers te laten afvloeien. Het Hof Den Bosch gaf – net als de rechtbank Noord Holland in ons nieuwsbericht van 14 december aan dat de intentie juist niet van belang is. De uitkomst is hetzelfde, de motivering is geheel anders. De staatssecretaris is in cassatie gegaan tegen deze uitspraak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hof Den Bosch, 18 november 2016

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 januari 2017.