Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Portabilityrichtlijn zonder portability

20 december 2013

De Europese Raad, de Europese Commissie en het Europese Parlement stemden begin deze december  in met de richtlijn ter verbetering van de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten. De opvolger van de Pension Portability Directive. De instemming vond plaats acht jaar nadat de Europese Commissie voor het eerst voorstellen op dit gebied publiceerde. Met de meeneembaarheid van pensioenrechten heeft deze richtlijn echter niets meer te maken.

Inhoud oude richtlijn

Voor werknemers die in een andere lidstaat gaan werken was het vrijwel onmogelijk om pensioenrechten mee te nemen. Volgens de Europese Commissie (EC) belemmerde dit de arbeidsmobiliteit van werknemers in hoge mate. Daarom publiceerde de EC acht jaar geleden de conceptrichtlijn. Met als doel: het verbeteren van de arbeidsmobiliteit tussen de lidstaten. De lidstaten konden echter geen overeenstemming bereiken over de inhoud van de voorgestelde richtlijn. Nederland kon zich bijvoorbeeld niet vinden in de bepalingen over de overdraagbaarheid van pensioenrechten. De richtlijn moest worden aangepast en deze bepalingen werden geschrapt.

Geen regels voor overdraagbaarheid van pensioenen

Het doel van de conceptrichtlijn (met de welluidende titel "Directive of the European Parliament and of the Council on minimum requirements for enhancing worker mobility by improving the acquisition and preservation of supplementary pension rights")  is nog steeds het verbeteren van de arbeidsmobiliteit tussen lidstaten. De EC kiest er nu voor om geen regels in de richtlijn op te nemen voor de mogelijkheid om pensioenrechten mee te nemen. De bepalingen die zijn overgebleven richten zich op de verwerving van pensioenrechten en het behoud van slapende pensioenrechten van werknemers die in een andere lidstaat gaan werken (de zogenoemde "outgoing worker"). De richtlijn richt zich expliciet niet op werknemers die van baan wisselen binnen een lidstaat.

Verwerven van pensioenrechten

Voor wat betreft het verwerven van pensioenrechten regelt de conceptrichtlijn het volgende.

  • Wanneer er sprake is van wachttijden (minimale diensttijd voordat deelname aan een pensioenregeling mogelijk is) of verwervingsperioden (minimale deelnameduur aan de pensioenregeling om pensioenrechten te kunnen verwerven), mag de gecombineerde duur niet langer zijn dan drie jaar.
  • Een toetredingsleeftijd mag niet hoger zijn dan 21 jaar.
  • Wanneer een werknemer nog geen pensioenrechten heeft verworven op het moment van beëindiging van de dienstbetrekking, moet het totale bedrag dat door of ten behoeve van hem is betaald, terugbetaald worden (voor DB regelingen). Voor DC regelingen moet de waarde op dat moment of de betaalde premies uitgekeerd worden.

Behoud van slapende pensioenrechten

In de conceptrichtlijn is een bepaling opgenomen die een redelijke aanpassing van slapende pensioenrechten van outgoing workers voorschrijft. Deze moet voorkomen dat een naar het buitenland vertrekkende werknemer benadeeld wordt ten opzichte van de werknemer die actieve deelnemer in de pensioenregeling blijft. De slapende rechten kunnen aangepast worden op basis van bijvoorbeeld de inflatie, de aanpassing van salarissen of van lopende pensioenuitkeringen.

Informatieverplichtingen

In de Pensioenfondsenrichtlijn zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen aan deelnemers en pensioengerechtigden. De conceptrichtlijn breidt deze informatieverplichting uit. De richtlijn schrijft voor dat werknemers die daarom verzoeken, binnen een redelijke termijn voldoende inlichtingen ontvangen over:

  • de voorwaarden voor het verwerven van aanvullende pensioenrechten en de gevolgen van de toepassing van die voorwaarden bij beëindiging van de arbeidsverhouding;
  • de waarde van de opgebouwde pensioenrechten;
  • de voorwaarden voor behoud van de slapende pensioenrechten.

Conclusie

Ten opzichte van de oorspronkelijke conceptrichtlijn gaat de inhoud van de laatste conceptrichtlijn veel minder ver. Er zijn geen bepalingen meer opgenomen die de werknemer het recht geven om pensioenaanspraken mee te nemen wanneer hij in een andere lidstaat gaat werken. Een dergelijke bepaling is politiek niet houdbaar. Wat er overblijft is een conceptrichtlijn met een paar algemene bepalingen die alleen zien op werknemers die een andere baan gevonden hebben in een andere lidstaat. Wij betwijfelen of deze conceptrichtlijn ervoor gaat zorgen dat de arbeidsmobiliteit tussen lidstaten gaat toenemen.

Voor Nederland heeft de conceptrichtlijn geen gevolgen. De bepalingen in de Pensioenwet gaan verder dan de minimale bepalingen uit de conceptrichtlijn. 
De conceptrichtlijn is bijna definitief. Het Europese Parlement en de Europese Raad moeten formeel nog instemmen, maar dat is een formaliteit. De lidstaten hebben vervolgens vier jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron:  "Amended proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL"