Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Postrelationele solidariteit; de nieuwe norm bij echtscheiding DGA?

15 februari 2016

Het Gerechtshof Den Haag beslist dat een BV bij onderdekking van een pensioen in eigen beheer maar een deel van pensioen hoeft af te storten bij een externe pensioenuitvoerder. Het Hof beroept zich daarbij wederom op postrelationele solidariteit tussen de ex-echtgenoten. Is postrelationele solidariteit bij afstorting van pensioen de nieuwe norm? 

Pensioen en echtscheiding

Het huwelijk tussen een DGA en zijn vrouw eindigt in 2014. De Rechtbank Den Haag bepaalt dat de BV € 211.743 moet storten bij een in Nederland erkende levensverzekeringsmaatschappij. De pensioenaanspraken van de vrouw die X BV voor haar in eigen beheer hield worden daarmee afgestort.

De DGA gaat in hoger beroep tegen deze uitspraak. Volgens hem heeft X BV te weinig liquide middelen om een bedrag van € 211.743 af te storten. In dat geval kan X BV niet aan haar andere verplichtingen op korte termijn voldoen. En voor zover X BV een bedrag moet af storten, moet dit volgens de DGA: gebeuren bij een verzekeringsmaatschappij ter keuze van hem en met bepaling dat X BV de verzekeringnemer is, de man verzekerd lijf en zijn vrouw begunstigde. Zodat bij overlijden van de vrouw vóór de DGA het vereveningsdeel van de vrouw aanwast bij zijn pensioen. 

De vrouw eist dat de DGA c.q. X BV het bedrag van € 211.743 betaalt aan een door haar op te richten Pensioen BV. Zij is bereid tot conversie van de pensioenrechten voor een iets lager bedrag. 

Gerechtshof Den Haag

Het Hof is het niet eens met de uitspraak van de Rechtbank en de eis van de vrouw om de € 211.743 over te maken naar haar Pensioen BV.

Het Hof concludeert dat de pensioenvoorziening voor een veel te laag bedrag op de balans van X BV is opgenomen. Ook is het bedrag aan liquiditeiten dat per 31 december 2014 aanwezig is onvoldoende om de pensioenvoorziening voor de man en de vrouw af te storten bij een levensverzekeringsmaatschappij. Volgens het Hof brengt de postrelationele solidariteit tussen ex-echtgenoten met zich dat de DGA en zijn vrouw het effectief aanwezige pensioen in gelijke mate moeten verevenen. Het Hof vindt dat van de DGA niet in redelijkheid kan worden verwacht dat hij een groot deel van de benodigde voorziening ten behoeve van zijn ex afstort waarbij hij geen zekerheid meer heeft over de dekking van zijn eigen pensioen. Daarnaast moet X BV over voldoende liquiditeiten kunnen beschikken om aan haar lopende verplichtingen te kunnen blijven voldoen. De DGA heeft overigens ook onvoldoende eigen vermogen om zorg te dragen voor de afstorting van de pensioenrechten. Het Hof acht het daarom redelijk en billijk dat een pensioenafstorting plaatsvindt voor beide partijen en niet slechts voor één partij. Het vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en verwerpt de eis dat de DGA een bedrag van € 211.743 moet storten in een door de vrouw op te richten Pensioen BV.

Commentaar 

Dit is nu al de derde uitspraak waarbij het Hof Den Haag wijst op de postrelationele solidariteit bij de verevening van het pensioen. Zie ook, Gerechtshof Den Haag, 18-06-2014: en Gerechtshof Den Haag, 16-12-2015. Postrelationele solidariteit komt erop neer dat zowel de man als de vrouw de onderdekking van het pensioen in eigen beheer verdelen. Zoals we eerder in ons nieuwsbericht van 16-1-2016 aangaven zijn we benieuwd of de Hoge Raad bij een dergelijke verevening ook uitgaat van de postrelationele solidariteit. Immers dit komt niet overeen met eerder door de Hoge Raad gewezen arresten. Die arresten zijn echter uit een tijd dat de marktrente veel minder laag was dan tegenwoordig. 

Het Hof vernietigt de beschikking van de Rechtbank en wijst de eis van de vrouw voor afstorting in een Pensioen BV af. Het Hof spreekt zich uit over de financieringsmogelijkheden van het te verevenen pensioen. Niet over de verevening zelf. Die blijft naar onze mening conform de Wet verevening pensioen bij scheiding. Is de kwestie nu afgedaan, wanneer partijen in navolging van het Hof een gedeelte van de aanspraken afstorten? Of behoudt de vrouw – naast het afgestorte deel - recht op het niet afgestorte gedeelte? In Vraag en Antwoord 15-001 van het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft de belastingdienst het laatste aan. Volgens het CAP wordt er anders afgezien van pensioen. Met alle fiscale gevolgen van dien voor de DGA. 

 

Auteurs: Paul Lavrijssen en Vera Hek, adviseurs Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, datum 21-11-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3875

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 februari 2016