Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Postuum toe te laten tot vrijwillige Anw-verzekering mogelijk?

28 februari 2019

Mevrouw W verzoekt de Svb om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Anw. Volgens de rechtbank en Centrale Raad van Beroep wees de Svb dit terecht af.

Vrijwillige verzekering te laat aangevraagd

X heeft in Nederland gewoond en gewerkt. In 1989 keerde hij met behoud van een arbeidsongeschiktheidsuitkering terug naar Marokko. X overleed in 2014. Vanaf 1 juli 1999 tot zijn overlijden ontving X een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Mevrouw W (W) is de weduwe van X en woont in Marokko. Nadat haar aanvraag om een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) was afgewezen, vroeg zij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) op 10 november 2015 om X postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Anw. De Svb wees dit verzoek af. Na afwijzing van haar bezwaar ging Y in beroep bij de rechtbank.

Evenals de Svb verklaart de rechtbank het beroep van Y tegen het besluit ongegrond. Volgens de rechtbank is de aanvraag tot deelname aan de vrijwillige verzekering niet binnen de wettelijke aanmeldingstermijn ingediend. De omstandigheid dat X niet wist dat hij zich vrijwillig kon verzekeren, maakt niet dat sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet tegengeworpen kan worden.

Raad bevestigt besluit Svb en conclusie rechtbank

In hoger beroep voert W aan dat haar echtgenoot op het moment van overlijden op basis van zijn AOW-pensioen wel verzekerd was voor de Anw. Volgens W is er daarom geen sprake is van overschrijding van de aanmeldingstermijn. Ook voert zij aan dat de Svb haar echtgenoot nooit heeft geïnformeerd over de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren. Daarom mag volgens W de overschrijding van de termijn niet tegengeworpen worden.

De Centrale Raad van Beroep (de Raad) maakt hiermee korte metten en bevestigt dat de Svb en de rechtbank terecht het verzoek van W ongegrond hebben verklaard.

De Raad motiveert dit als volgt: “Op grond van artikel 63a van de ANW is deelname aan de vrijwillige verzekering uitsluitend mogelijk in aansluiting aan de periode van verplichte verzekering. De aanvraag voor de vrijwillige verzekering moet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering zijn ingediend. De echtgenoot van appellante heeft zich niet binnen een jaar na het einde van de verplichte verzekering aangemeld voor de vrijwillige verzekering. Het verzoek van appellante in november 2015 om postume toelating van haar echtgenoot tot de vrijwillige verzekering is ruim buiten de aanmeldingstermijn gedaan. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het verzoek niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor toelating tot de vrijwillige verzekering.”

Ook de stelling van W dat Y nooit is geïnformeerd over de mogelijkheid een vrijwillige verzekering af te sluiten, kan volgens de Raad niet leiden tot het oordeel dat de overschrijding van de aanmeldingstermijn is toegestaan. Volgens de Raad volgt uit de rechtspraak dat er op een bestuursorgaan geen rechtsplicht rust om iemand te informeren over de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering af te sluiten. De Raad verwijst daarbij naar uitspraken van 10 januari 2008 en 10 februari 2012.

Commentaar

Als iemand in het buitenland gaat wonen of werken en hij daardoor niet langer is verzekerd, kan de AOW- en Anw-verzekering vrijwillig worden voortgezet, mits hij direct voorafgaand aan de vrijwillige voortzetting tenminste één jaar onafgebroken verzekerd was voor de AOW/Anw. De vrijwillige voortzetting is maximaal tien jaar. Uitkeringsgerechtigden vanaf vijftig jaar kunnen onder bepaalde voorwaarden de vrijwillige AOW-verzekering tot de AOW-leeftijd en de vrijwillige Anw-verzekering tot aan hun overlijden voortzetten. Voor de vrijwillige verzekering moet men zich binnen een jaar na afloop van de verplichte verzekering aanmelden. En daar ging het mis bij W. X had zich helemaal niet aangemeld voor de vrijwillige verzekering. En de aanmeldingstermijn was al lang verstreken.

Wij kunnen ons voorstellen dat het verzoek van W wel zou zijn ingewilligd wanneer X was overleden binnen het jaar na remigratie, mits hij verder aan de voorwaarden voor vrijwillige verzekering van de Anw had voldaan.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 februari 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 14 februari 2019