Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Pré- of Brede Herwaardering kapitaalverzekering?

10 september 2018

X heeft rond 1 januari 1992 een kapitaalverzekering gesloten met een duur van 12 jaar. Volgens de inspecteur is de overeenkomst pas in 1992 tot stand gekomen en geldt hier niet de eerbiedigende werking van de Pré Brede Herwaardering. Hij merkt het rentebestanddeel aan als belastbaar inkomen. X vindt dat de kapitaalverzekering op grond van het gelijkheidsbeginsel vóór 1 januari 1992 tot stand gekomen is. Een proefprocedure volgt, waarbij het Hof ten gunste van X beslist.

Goedkeuringen Kennisgroep Verzekeringsproducten

De Belastingdienst/Kennisgroep Verzekeringsproducten (hierna Kennisgroep) heeft bij verzekeraar Y de overeenkomsten van kapitaalverzekeringen onderzocht waarvan de overeenkomst na 31 december 1991 lijkt tot stand te zijn gekomen, maar waarvan de ingangsdatum vóór 1 januari 1992 ligt. Hierbij heeft de Kennisgroep goedkeuring verleend voor totstandkoming van de kapitaalverzekeringsovereenkomsten vóór 1 januari 1992, indien is voldaan aan alle volgende voorwaarden (goedkeuring 1):

  • Aanvraag is ingediend door invulling van een speciaal voor dat product ontworpen aanvraagformulier (het zogenaamde verkorte aanvraagformulier)
  • Op het aanvraagformulier is een verkorte gezondheidsverklaring ingevuld;
  • Antwoorden op deze gezondheidsverklaring gestelde vragen vallen onder kolom I, dat houdt in dat er geen bijzonderheden zijn, zodat direct medische acceptatie plaatsvindt
  •  Aanvraagformulier is uiterlijk op 31 december 1991 bij verzekeraar binnengekomen of de eerste premie is uiterlijk 31 december 1991 betaald.

Wanneer een standaard aanvraagformulier is ingediend en de medische acceptatie vindt plaats na 31 december 1991 of wanneer het onduidelijk is wanneer de medische acceptatie heeft plaatsgevonden, dan is de kapitaalverzekering niet vóór 1 januari 1992 tot stand gekomen aldus de Kennisgroep. 
Eind 2003 volgt goedkeuring 2 van de Kennisgroep in een brief aan het Verbond van Verzekeraars. Dit betreft kapitaalverzekeringen waar geen gezondheidsverklaring hoeft te worden ingevuld, of waarbij de gezondheidsverklaring niet tot nadere vragen zal leiden, zodat de medische acceptatie een formaliteit is en spoedig zal geschieden. Het betreft hier kapitaalverzekeringen waarbij de verzekeraar een gering risico loopt. Als in dit geval niet eenduidig uit de administratie van de verzekeraar blijkt op welke datum de feitelijke acceptatie heeft plaatsgevonden, kan hier worden uitgegaan van de datum van totstandkoming van de overeenkomst op de datum waarop de verzekeraar de aanvraag heeft ontvangen.

Waarom geen gelijke behandeling voor X?

X heeft voor de kapitaalverzekering een standaard aanvraagformulier met een standaard gezondheidsverklaring ingevuld en ingestuurd aan verzekeraar Y. Het aanvraagformulier is gedagtekend op 24 december 1991 en is op 6 januari 1992 door de verzekeraar ontvangen. De polis heeft een dagtekening 7 januari 1992 en een ingangsdatum 31 december 1991. De verzekeraar heeft op 30 december 1991 de eerste premiebetaling van X ontvangen. 

X had een speciaal aanvraagformulier voor het product moeten invullen met het verkorte aanvraagformulier. Hij kwam daarvoor in aanmerking omdat hij voldeed aan de leeftijdseis en de hoogte van het verzekerd kapitaal. Als hij dat had gedaan, dan was goedkeuring 1 van de Kennisgroep van toepassing geweest. Omdat X een standaardformulier heeft ingevuld, geldt goedkeuring 2. Hiervoor is vereist dat het aanvraagformulier vóór 1 januari 1992 is binnengekomen bij de verzekeraar. 

Oordeel van de rechtbank gelijke gevallen:

De rechtbank geeft aan dat een overeenkomst civielrechtelijk tot stand komt door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Bovendien is hierbij vereist dat de verklaringen de betreffende partij tot wie zij zijn gericht moet hebben bereikt (artikel 3:37, lid 3 BW). Het inzenden van een aanvraagformulier aan de verzekeraar kan meerdere betekenissen hebben. Het kan een aanvaarding zijn van de aspirant verzekerde, maar dat kan alleen als er een bindend aanbod van de verzekeraar aan vooraf is gegaan (Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:2005:AT4893). Bij het verkorte aanvraagformulier met de verkorte gezondheidsvragen is volgens de rechtbank sprake van een bindend aanbod van de verzekeraar. Hier geeft de verzekeraar aan dat indien aan alle condities is voldaan de overeenkomst tot stand is gekomen. Doordat X het standaard aanvraagformulier had ingevuld, kreeg het insturen van het aanvraagformulier een andere betekenis, namelijk die van het doen van een aanbod. De verzekeraar moest hier immers nog de gezondheidsvragen beoordelen. Hierdoor kwam de kapitaalverzekering tot stand op het moment waarop de verzekeraar het aanvraagformulier heeft beoordeeld. In het geval van X is dat in 1992 en komt de kapitaalverzekering niet in aanmerking voor de eerbiedigende werking van artikel 76 Wet IB 1964 (Pré Brede Herwaardering).

Gelijkheidsbeginsel

X geeft tevens aan dat de inspecteur bij de verkorte aanvraagformulieren, die een paraafdatum van na 1 januari 1992 hebben en waarbij een datumstempel van ontvangst ontbreekt voor het tijdstip van de totstandkoming van de kapitaalverzekering, ten onrechte is uitgegaan van de datum van ontvangst van de eerste premiebetaling. Hier is volgens X sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De belastingdienst heeft voor deze aanvraagformulieren een begunstigend beleid gevoerd door deze aanvragen als tijdig aan te merken. Dat begunstigend beleid is bij X niet toegepast. 

De rechtbank ziet dat anders. Als er al sprake zou zijn van gelijke gevallen (een standaard aanvraagformulier is geen verkort aanvraagformulier) dan heeft de inspecteur geen begunstigend beleid gevoerd bij de gevallen waar een ontvangststempel ontbrak, maar een praktische oplossing gezocht voor die gevallen waarbij de datum van ontvangst onduidelijk was. Verder komt de rechtbank niet toe aan verdere behandeling van de stelling dat er sprake is van begunstigend beleid, omdat er naar haar mening geen sprake is van gelijke gevallen.

X heeft recht op gelijke behandeling

Gelijke gevallen

Het Hof geeft aan dat de vraag of sprake is van gelijke gevallen moet worden beantwoord vanuit het perspectief van de betrokken wettelijke regeling. De bedoeling van de wetgever met de eerbiedigende werking van de Pré Brede Herwaardering (artikel 76 Wet IB 1964) is om het rentebestanddeel van de uitkering van een kapitaalverzekering niet te belasten na 1 januari 1992, als dit kapitaal onder de Pré Brede Herwaardering ook niet belast werd. Deze kapitaaluitkering moet komen uit een al vóór 1 januari 1992 bestaande overeenkomst. Alleen voor die reeds bestaande overeenkomsten is voorzien in eerbiedigende werking van het nieuwe regime. Het relevante kenmerk waarop de gevallen moeten worden vergeleken, is dus of sprake is van een al vóór 1 januari 1992 tot stand gekomen kapitaalverzekeringsovereenkomst. Het Hof komt tot de conclusie dat de kapitaalverzekeringen die zijn aangevraagd met het standaardaanvraagformulier en de kapitaalverzekeringen met het verkorte aanvraagformulier rechtens en feitelijk gelijke gevallen zijn, indien de betreffende kapitaalverzekeringsovereenkomst civielrechtelijk tot stand is gekomen in het jaar 1992 en de eerste premiebetaling heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 1992. Dat de administratieve afhandeling anders is, maakt voor de gelijkheid in dit wettelijke kader niet uit.

Begunstigend beleid

Het Hof stelt dat de goedkeuring 1 van de Kennisgroep, voor zover wordt uitgegaan van de datum van eerste premiebetaling als ingangsdatum van de verzekering, in strijd is met het juridische kader betreffende de ingangsdatum van kapitaalverzekeringen. Er waren volgens het Hof ook geen bijzondere omstandigheden (hier: aanvraagformulier ingevuld bij tussenpersoon, verminderde capaciteit bij verzekeraar) om af te wijken van de in het Bike Brothers-arrest geformuleerde regel dat een verzekeringsovereenkomst bij een openbaar aanbod eerst tot stand komt na ontvangst van het aanvraagformulier door de verzekeraar. Het Hof betoogt dat met de ontvangst van de betaling het voor de verzekeraar niet kenbaar is dat er sprake is van aanvaarding van het aanbod, omdat ook vereist is dat alle antwoorden op gezondheidsvragen in kolom I moeten vallen. 
De Kennisgroep heeft in gevallen dat onduidelijk was wanneer het aanvraagformulier was binnengekomen, omdat een ontvangststempel ontbrak en er alleen een paraaf op het aanvraagformulier stond, besloten dat bepaalde omstandigheden konden leiden tot het tijdstip van eerste premiebetaling als ingangsdatum van de overeenkomst. Dit beleid werd ook gevoerd voor gevallen waarin wél een ontvangststempel beschikbaar was. Hiermee heeft de Kennisgroep de eerbiedigende werking van artikel 76 Wet IB 1964 ook toegekend aan verzekeringsovereenkomsten die niet bestonden op 1 januari 1990.

Conclusie Hof

Het Hof komt tot de conclusie dat er geen rechtvaardigingsgronden zijn aangevoerd, maar alleen is betoogd dat geen sprake is van gelijke gevallen en evenmin van begunstigend beleid. Ook de aangevoerde doelmatigheidsgronden waarop een maatstaf werd gezocht om het tijdstip van totstandkoming van de kapitaalverzekeringen eenduidig te kunnen vaststellen, zijn geen rechtvaardiging voor het gevoerde beleid, aangezien het beleid ook werd gehanteerd indien wel duidelijk was wat de ontvangstdatum was. 
Op grond van de goedkeuring 1 van de kennisgroep dient het beroep van X op het gelijkheidsbeginsel te worden gehonoreerd. X is geen belasting verschuldigd over het rentebestanddeel in de uitkering van de kapitaalverzekering, gesloten rond 1992.

Commentaar

Dit proefproces werd gevoerd, omdat de kapitaalverzekering van X, en nog drie gelijksoortige kapitaalverzekeringen van andere verzekeringnemers, door de inspecteur niet werden erkend als Pré Brede Herwaardering kapitaalverzekeringen. Hierdoor werden in deze gevallen het rentebestanddeel in de uitkeringen na twaalf jaar belast voor de inkomstenbelasting. X en verzekeraar Y waren het hier niet mee eens omdat er geen kenmerkende verschillen waren met een grote groep polissen die wél door de Kennisgroep waren goedgekeurd. Bij zowel de verzekering van X als bij de goedgekeurde verzekeringen was het aanvraagformulier ontvangen in 1992 en de premie betaald in 1991. Het enige verschil was het soort aanvraagformulier en gezondheidsvragen. Bij de verkorte versie was sprake van een bindend aanbod en bij de andere versie niet, tenzij deze aanvraag snel kon worden geaccepteerd én was ontvangen in 1991.

Daar ging het fout bij de goedkeuring van de Kennisgroep. Ook een acceptatie van een bindend aanbod zal moeten worden bekeken door de verzekeraar en moet dus de verzekeraar hebben bereikt (artikel 3:37, lid 3 BW). Eerst dan komt de overeenkomst tot stand, niet door het betalen van een premie. Ook artikel 76 IB 1964 is daarin heel duidelijk: het overgangsrecht is geldig als de overeenkomst in 1991 is gesloten. In al deze goedgekeurde gevallen is dat niet zo. Ook de redenen om de gevallen goed te keuren, zijn niet sterk. Als de reden is dat het vaak onduidelijk is of het aanvraagformulier op tijd binnen is gekomen, dan moeten aanvraagformulieren waar het duidelijk is dat ze in 1992 zijn binnengekomen worden afgekeurd. Maar dat is niet gebeurd.

Daar heeft X van geprofiteerd. Want civielrechtelijk en naar de bedoeling van de wetgever van artikel 76 Wet IB 1964 zouden al deze polissen niet onder het overgangsrecht mogen vallen. 

Bij wetswijzigingen waarbij belastingvoordelen van verzekeringen verdwijnen of minder worden, wordt vaak dat op het allerlaatste moment nog getracht om te profiteren van het overgangsrecht. Bij de aankondiging van de komst van de Brede Herwaardering is jarenlang aandacht gevestigd op de voordelen van de Pré Brede Herwaardering kapitaalverzekeringen. De uiteindelijke werkelijke wijzigingsdatum zorgde voor een piek in aanvragen eind 1991. De Kennisgroep doet altijd onderzoek naar verzekeringen die omstreeks een dergelijke datum zijn gesloten. Het is begrijpelijk dat in het belang van de consument gekozen wordt voor een pragmatisch beleid. 

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bronnen: ECLI:NL:GHDHA:2018:1781

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 september 2018