Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Premievrij maken vereist voldoende inspanning

2 juli 2015

Na een premie-achterstand en twee keer aanmanen, maakt de pensioenverzekeraar de pensioenpolis premievrij. Is twee maal schriftelijk vragen om premiebetaling voldoende inspanning om de polis premievrij te kunnen maken? De rechtbank oordeelde hierover. 

Wat speelde er?

Y was in dienst bij werkgever W. Y bouwde pensioen op bij W. Het pensioen was door W ondergebracht bij een pensioenverzekeraar. Y en W betaalden ieder een deel van de pensioenpremie. Op 15 juli 2014 beëindigt mevrouw Y haar dienstbetrekking bij W. 

W had al enige tijd geen premies betaald aan de verzekeraar. Op 28 juni 2013 informeert de verzekeraar de werkneemster over die betalingsachterstand. Omdat premiebetaling uitbleef werd de pensioenopbouw gestaakt en maakte de verzekeraar de pensioenverzekering premievrij. OP 9 januari 2014 vraagt Y de verzekeraar om inzichtelijk te maken welke inspanningen zij heeft verricht om de achterstallige premies van W te innen. Op 17 januari 2014 laat de verzekeraar laat Y weten dat zij W tot tweemaal toe schriftelijk om premiebetaling heeft verzocht. Verdere inspanningen had de verzekeraar niet verricht. 

Y vindt dat de verzekeraar zich niet voldoende heeft ingespannen voordat hij de verzekering beëindigde. De verzekeraar vindt dat twee aanmaningen en het op de hoogte stellen van de verzekerde, alvorens tot premievrijmaking over te gaan, voldoende is. 

Rechtbank Amsterdam

De rechtbank overweegt dat de Pensioenwet de pensioenverzekeraar het recht geeft om de pensioenverzekering te beëindigen. Dan moet de pensioenverzekeraar voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 29 van die wet. Daarin staat: 

  1. Een verzekeraar informeert de deelnemers en de werkgever wanneer de premieachterstand het noodzakelijk maakt de opbouw van pensioenaanspraken te beëindigen door premievrijmaking of pensioenaanspraken zonder premievrije waarde te laten vervallen.
  2. Een verzekeraar kan de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de deelnemers pas doen indien hij zich aantoonbaar heeft ingespannen om de achterstallige premie te innen. 
  3. (…) 
  4. De premievrijmaking, bedoeld in het derde lid, vindt op zijn vroegst plaats per de datum die vijf maanden voor het tijdstip van informeren van de deelnemers is gelegen. (…)

 

Y en de verzekeraar verschillen van opvatting over de inspanning die de verzekeraar moet verrichten voordat de pensioenverzekeraar de pensioenverzekering mag beëindigen en premievrij mag maken.

De rechter stelt de verzekeraar in het ongelijk. Hij vindt twee aanmaningen niet voldoende. Volgens de rechter heeft een verzekeraar zich pas voldoende ingespannen wanneer ook gerechtelijke maatregelen (dagvaardingsprocedure of faillissementsaanvraag) niet tot betaling hebben geleid. De rechter is zich bewust dat de wanbetaling dan niet altijd binnen de termijn van vijf maanden (artikel 29, vierde lid PW) kan worden vastgesteld. Bij afweging van de belangen van de verzekeraar tegen die van de werknemers acht de kantonrechter het redelijk het risico wat dat betreft bij de verzekeraar te leggen. De pensioenverzekeraar moet volgens de rechter de pensioenverzekering van Y voortzetten tot 15 juli 2014. 

Commentaar

De verzekeraar heeft zich twee keer aantoonbaar ingespannen door een aanmaning te sturen. Dat is misschien wel wat weinig. Een dagvaarding of faillissementsaanvraag is weer het andere uiterste. Daar zit nog wel wat tussen! Wij gaan ervan uit dat de verzekeraar in beroep gaat tegen deze uitspraak. 

Volgens de wetsgeschiedenis bij de Pensioenwet is een verzekeraar niet aansprakelijk voor niet betaalde premie buiten de in artikel 29 PW genoemde termijnen. Dan moet de verzekeraar wel tijdig aantoonbare inspanningen hebben verricht om de premie betaald te krijgen. In tegenstelling tot wat de rechter in deze zaak aangeeft, zijn rechterlijke maatregelen daartoe niet vereist als daardoor de vijfmaanden termijn wordt overschreden. Dit blijkt onder meer uit de Nota naar aanleiding van het verslag bij de Pensioenwet en de derde nota van wijziging. Zo staat in de Nota naar aanleiding van het verslag: “Indien de verzekeraar er aan het eind van die periode van drie maanden niet in is geslaagd de premie te incasseren, zendt hij op dat moment de mededeling als bedoeld in het eerste lid van artikel 28 aan de betrokken deelnemers, en kan hij een maand daarna, met een terugwerkende kracht van 4 maanden (tot aan het moment waarop de premieachterstand begon) de pensioenopbouw staken.” Die termijnen van respectievelijk drie, één en vier zijn in later gewijzigd in respectievelijk vijf, drie en acht maanden. De derde nota van wijziging hierover: “Verzekeraars hebben daardoor een substantiële periode om daadwerkelijk inhoud te geven aan de plicht zich aantoonbaar in te spannen om de achterstallige premies te innen.” 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Amsterdam, 19 mei 2015, PJ 2015/11 met annotatie door Prof. dr. Erik Lutjens 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 juli 2015