Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Premievrij maken vereist voldoende inspanning (2)

23 februari 2016

In ons bericht van 2 juli 2015 bespraken we de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam dat een verzekeraar zich niet voldoende had ingespannen om achterstallige premies te innen. In hoger beroep besliste het Gerechtshof Amsterdam echter ten faveure van de verzekeraar. Lees hier waarom het Hof vindt dat de verzekeraar zich wel voldoende had ingespannen.   

 

Rechtbank Amsterdam 

Een werkgever verzuimt in 2013 premies voor een pensioenverzekering af te dragen aan zijn verzekeraar. Op 18 april 2013 maant de verzekeraar de werkgever om de achterstallige premies binnen 14 dagen te voldoen. Omdat de werkgever nog geen premies betaalt, maant de verzekeraar de werkgever op 28 juni 2013 nog een keer. Op die zelfde dag stuurt de verzekeraar een brief aan de deelnemers. In deze brief wijst de verzekeraar op de premieachterstand van de werkgever en de gevolgen die dit voor hun pensioenverzekering heeft. De verzekeraar attendeert de deelnemers op de mogelijkheid zelf de werkgever aan te spreken op de betalingsachterstand. Omdat de werkgever ook daarna in gebreke blijft met de aflossing van de openstaande premieschuld, deelt de verzekeraar deelnemer Y in de brief van 16 oktober 2013 mee dat zijn deelneming aan de pensioenregeling per 1 januari 2013 is beëindigd. 

Op 21 april 2015 is de werkgever failliet verklaard.

Deelnemer Y stelt dat de verzekeraar zich niet voldoende heeft ingespannen om de achterstallige premies te innen en vordert dat zijn deelname aan de pensioenregeling wordt hervat tot 15 april 2015. De Rechtbank gaf de deelnemer gelijk. Volgens de Kantonrechter heeft een verzekeraar zich pas voldoende ingespannen wanneer ook gerechtelijke maatregelen (dagvaardingsprocedure of faillissementsaanvraag) niet tot betaling hebben geleid. De verzekeraar ging in beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank.

Gerechtshof Amsterdam 

Volgens de Pensioenwet mag een verzekeraar een pensioenverzekering premievrij maken per de datum die vijf maanden ligt vóór het tijdstip van informeren van de deelnemers over de premieachterstand van de werkgever. Voordat de verzekeraar de deelnemers informeert over de premieachterstand moet hij zich aantoonbaar hebben ingespannen om de achterstallige premie te innen. 

Voor de invulling van de inspanningsverplichting van de verzekeraar citeert het hof uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoering van de Pensioenwet:

“Nieuw is dat zij dat recht (het doen van de in artikel 29 lid 2 Pensioenwet bedoelde mededeling, Hof) alleen hebben wanneer zij de betrokkenen daarover rechtstreeks hebben geïnformeerd én dat zij moeten kunnen aantonen dat zij geprobeerd hebben de premie alsnog te innen. Een dergelijke inspanning kan bijvoorbeeld plaatsvinden door middel van het versturen van een aanmaning door de verzekeraar aan de werkgever.”

Het Hof is het niet eens met de rechtbank. Volgens het Hof bevatten de kamerstukken geen andere aanknopingspunten dan het verzenden van een aanmaning. De Wet of Memorie van Toelichting bieden dus geen steun aan de stelling  dat de verzekeraar pas aan zijn verplichting heeft voldaan als hij rechtsmaatregelen heeft genomen ter incasso van de achterstallige premie. Het hof zei hierover:

“De aan de pensioenverzekeraar in artikel 29, lid 2 PW opgelegde inspanningsverplichting is veeleer te beschouwen als een door de werkgever ernstig te nemen aantoonbare waarschuwing van de verzekeraar dat bij niet betaling de pensioenaanspraken van de betrokken werknemers in het gedrang zullen komen, maar beoogt niet aan een verzekeraar  de verplichting op te leggen via een gerechtelijke weg de achterstallige premies te trachten te incasseren.”

Het Hof concludeert, in tegenstelling tot de Rechtbank, dat de verzekeraar wel degelijk aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan, omdat hij:

  • maandelijks premieoverzichten zond aan de werkgever, met daarin een overzicht van de premieachterstand;
  • tweemaal de werkgever schriftelijk heeft aangemaand; en
  • zowel telefonisch als per mail met de werkgever heeft gecommuniceerd over de premieachterstand.

Commentaar

In het commentaar van ons bericht van 2 juli 2015 voorspelden wij al dat de verzekeraar in beroep zou gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Het Hof is het met ons eens dat voor de melding van de premieachterstand niet is vereist dat de verzekeraar rechterlijke maatregelen ter inning van de achterstallige premies heeft gedaan. Het Hof wijst de deelnemer ook nog op zijn eigen verantwoordelijkheid. Omdat de verzekeraar pas drie maanden na de melding van de premieachterstand de pensioenverzekering premievrij kan maken heeft de deelnemer zelf in die periode de tijd om zijn werkgever te bewegen de achterstallig premies te voldoen. 

De verzekeraar voldoet naar onze mening niet exact aan de wettelijke termijn van premievrijmaking. Volgens artikel 29 Pensioenwet vindt de premievrijmaking op zijn vroegst plaats per de datum die vijf maanden voor het tijdstip van informeren van de deelnemers is gelegen. In dit geval vond de informatie aan de deelnemers plaats per brief van 28 juni 2013. De pensioenverzekering had in deze situatie niet met ingang van 1 januari 2013 premievrij gemaakt mogen worden. Maar op zijn vroegst op 28 januari 2013. Deelnemer Y vroeg om herstel van de pensioenverzekering tot 15 april 2015. Wanneer hij had gevraagd om herstel tot 28 januari 2013 had het Hof hem daarin gelijk moeten geven. Dat had deelnemer Y toch maar mooi één maand pensioenopbouw gescheeld.

 

Auteurs: Paul Lavrijssen adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, datum 16 februari 2016; ECLI:NL:GHAMS:2016:524

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 februari 2016